​​​​​Meer onderzoek nodig naar risico's van ondergrondse opslag kernafval

Terug 31 januari 2018

​​​​​Meer onderzoek nodig naar risico's van ondergrondse opslag kernafval

Ondergrondse eindberging van kernafval vormt volgens Vewin een mogelijk risico voor de bronnen voor drinkwater. De risico's hiervan zijn nog onduidelijk, daarom is volgens Vewin meer onderzoek naar geologische eindberging nodig. Ook andere dieper liggende lagen dan de nu onderzochte Boomse klei moeten daarin volwaardig worden betrokken.

OPERA

COVRA, de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval, presenteerde op 29 januari de resultaten van het Onderzoek Programma Eindberging Radioactief Afval, kortweg OPERA. Het programma heeft de mogelijkheden onderzocht van eindberging van kernafval in de Boomse Klei. Dit is een slecht doorlatende kleilaag die in grote delen van Nederland en België vanaf enkele honderden meters diepte voorkomt. Volgens COVRA kan opslag van kernafval in deze Boomse klei veilig plaatsvinden en komt radioactief materiaal pas na meer dan 100.000 jaar weer in de biosfeer. Op dat moment is het door verval ook nagenoeg verdwenen. Een locatiekeuze voor ondergrondse berging wordt pas rond het jaar 2100 gemaakt. Tot die tijd blijft het kernafval bovengronds opgeslagen bij de COVRA in Borssele.

Risico's op besmetting grondwater

In Nederland wordt 60% van het drinkwater gemaakt van grondwater dat wordt onttrokken uit watervoerende lagen die eveneens tot enkele honderden meters diepte kunnen reiken. De kwaliteit van het grondwater is van groot belang voor een duurzame drinkwatervoorziening. Eventuele ondergrondse eindberging van kernafval in zoutkoepels of kleilagen vormt een potentieel risico voor onze drinkwaterbronnen. Elke optie voor eindberging van radioactief afval moet volgens Vewin zekerheid geven dat risico's op besmetting van het grondwater volledig uitgesloten zijn. Hierbij moet de hoogst mogelijke voorzorg in acht genomen worden. Opslag in zoutkoepels of (klei)lagen die direct of indirect in contact staan met watervoerende lagen die wor­den gebruikt voor de drinkwatervoorziening vindt Vewin onacceptabel.

Onderzoek naar diepere lagen

Het onderzoek naar eindberging is nu vooral gericht op de relatief ondiepe gelegen Boomse klei. Vewin vindt dat ook dieper gelegen kleilagen zoals de Ieperiaanse klei onderzocht moeten worden op de geschiktheid voor geologische eindberging. Vanwege deze diepere ligging zijn de risico's voor lekkage naar grondwater dat wordt gebruikt voor de drinkwatervoorziening mogelijk kleiner. 

Tags by dit artikel

Delen via: