Rijksbegroting: goede richting, meer concrete acties nodig voor waterkwaliteit

Terug 19 september 2018

Rijksbegroting: goede richting, meer concrete acties nodig voor waterkwaliteit

Vewin ziet in de gisteren gepresenteerde Miljoenennota en rijksbegroting voor 2019 goede aanknopingspunten voor de drinkwatersector, maar er is meer ambitie nodig om ook in de toekomst kwaliteit, leveringszekerheid en betaalbaarheid van drinkwater te borgen. In dit artikel zet Vewin de meest opvallende zaken uit het voorgenomen regeringsbeleid voor 2019 en verder op een rij.

Waterkwaliteit

Afgezien van een paar concrete toezeggingen en mooie woorden over bescherming en verbetering van waterkwaliteit en drinkwater(bronnen) mist Vewin nog de concrete acties hoe deze bescherming en verbetering geregeld zal worden. In het beleidsartikel Integraal Waterbeleid wordt in de algemene doelstelling onder andere gesteld dat Nederland '…schoon (drink)water heeft en kan blijven gebruiken, nu en in de toekomst'. De aandacht voor drinkwater(bronnen) in de rest van dit beleidsartikel is wat mager. Bij de rol 'regisseren' staat bijvoorbeeld dat het ministerie van IenW als taak heeft te zorgen dat uiterlijk in 2027 aan de KRW-doelen voldaan wordt voor zowel oppervlaktewater (de Rijkswateren) als grondwater, maar drinkwaterbronnen worden hier niet expliciet benoemd. De drinkwatervoorziening begint letterlijk aan de bron, bij het grond- en oppervlaktewater dat wordt benut voor de drinkwaterproductie. De kwaliteit van die bronnen is dus cruciaal, maar niet gewaarborgd. Integendeel, ze staat onder druk door bestaande en nieuwe dreigingen, zoals bijvoorbeeld van opkomende stoffen. In de begroting van IenW is daarom terecht aandacht voor de aanpak van opkomende stoffen en de acties die het ministerie van IenW hiervoor zal oppakken, zoals het doorlichten van de vergunningen bij alle overheden voor lozingen van stoffen op water. Vewin ondersteunt de inzet van IenW om hier niet alleen de vergunningen van Rijkswaterstaat te analyseren en up-to-date te maken, maar ook de vergunningen bij andere overheden. Ook zal de kennisbasis bij vergunningverleners en handhavers  verbeterd worden via een opleidingsprogramma en ingezet worden op een betere samenwerking tussen overheden op het gebied van vergunningverlening. Vewin heeft hier eerder al voor gepleit en is verheugd dit terug te zien in de plannen. Voor opkomende stoffen wil de drinkwatersector meer transparantie over gegevens van lozingen, zoals gevraagd in een door de Tweede Kamer aangenomen motie van de leden Van Brenk en Laçin, van 27 november 2017. In de begroting van IenW is hier geen duidelijke actie op geformuleerd. Vewin wil daarom opnieuw aandacht vragen voor het spoedig vastleggen van de gevraagde verplichting voor bedrijven om informatie te delen over gevaarlijke stoffen die ze willen lozen.

Bestuurlijke afspraken waterkwaliteit topprioriteit

Eerder dit jaar heeft minister Van Nieuwenhuizen (IenW) al aangegeven bestuurlijke afspraken waterkwaliteit te willen opstellen waarin de aanpak van waterkwaliteitsproblemen integraal wordt samengebracht. Inclusief maatregelen, monitoring, instrumenten, financiering en wetgeving en met 'harde handtekeningen' van alle betrokken partijen. In de IenW-begroting wordt nu aangegeven dat er bestuurlijk harde afspraken zullen worden vastgelegd door betrokken overheden en maatschappelijke organisaties in waterkwaliteitsdoelen in het najaar van 2018. Voor de drinkwatersector zijn deze afspraken topprioriteit.

Extra inzet en geld voor behalen doelen Kaderrichtlijn Water

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de bescherming van water en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren een 'goede toestand' moeten bereiken en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Deze doelen zouden al in 2015 behaald moeten zijn, maar fasering tot 2021 of 2027 is toegestaan. Helaas is de verwachting dat niet alle Europese lidstaten de KRW-doelen in 2027 zullen halen. In de begroting voor 2019 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) wordt aangegeven dat ook voor Nederland nog niet alle doelen van de KRW binnen bereik zijn. Via de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater zal daarom de focus vanaf het najaar 2018 komen te liggen op vier onderwerpen: meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten, en opkomende stoffen. Er is nu extra geld beschikbaar gekomen voor de aanpak van deze probleemstoffen. Voor het beschermen van de drinkwaterbronnen is dit een belangrijke inzet, Vewin vindt het daarom goed dat hier in de begroting expliciet aandacht voor wordt gevraagd. Het is wel zaak om op korte termijn effectieve acties en maatregelen op te stellen om de KRW doelen nu wel zo spoedig mogelijk te kunnen halen, met name als het gaat om drinkwaterbronnen.

Deltaprogramma 2019

Op het gebied van ruimtelijke adaptatie zijn de volgende acties voorzien. De Deltawet wordt aangepast zodat komende jaren niet alleen geïnvesteerd wordt in bescherming tegen hoogwater, maar ook in maatregelen bij langdurige droogte of extreme buien. Vewin pleit ervoor dat de overheid bij de bescherming tegen hoogwater bijzondere aandacht geeft aan  de aanwezigheid van vitale infrastructuur, waaronder productielocaties van drinkwaterbedrijven. Daarnaast wordt op korte termijn gekeken welke lessen er kunnen worden getrokken uit de recente droogteperiode. Deze wordt gebruikt voor de volgende fase van het Deltaplan Zoetwater. Vewin ondersteunt de terugblik om te leren voor toekomstige periodes van watertekort. Voor Vewin blijft het belangrijk dat er ook op de lange termijn voldoende en schone drinkwaterbronnen beschikbaar zijn en dat dit in het Deltaprogramma Zoetwater prioriteit blijft houden.

Drones

Op het gebied van gebruik van drones meldt het ministerie van IenW dat onderzocht wordt wat nodig is om de infrastructuur toekomstbestendig te maken voor het gebruik van drones. Het ministerie gaat er de komende periode voor zorgen dat de publieke belangen zoals privacy, security en toegankelijkheid worden geborgd. Vewin pleit ervoor dat hierbij expliciet naar de gevaren en risico's van drones voor de continuïteit van de drinkwatervoorziening wordt gekeken.

Digitale veiligheid

Digitale veiligheid is een topprioriteit van het kabinet. In het Regeerakkoord is een structurele investering van € 95 mln. Euro in cybersecurity vastgelegd. Deze middelen worden ingezet voor uitvoering van de Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA), die dit voorjaar werd gepresenteerd. Vewin is betrokken geweest bij het opstellen van de agenda en onderschrijft het belang van de uitvoering ervan. De middelen worden o.a. ingezet voor versterking van het Nationaal Cyber Security Centrum als Computer Emergency Response Team (CERT) voor de rijksoverheid en de vitale infrastructuur (waar de drinkwatervoorziening onderdeel van uitmaakt).

Bescherming gegevens vitale bedrijven

In de Rijksbegroting van BZK staat dat het ministerie het gesprek aangaat met de initiatiefnemers van het wetsvoorstel Wet open overheid (Woo) om te onderzoeken hoe de verruiming van openheid gestalte kan krijgen zonder hoge kosten voor de organisatie en uitvoering. Vewin pleit ervoor dat in dit gesprek de aandacht uitgaat naar bescherming van gegevens die vitale bedrijven, waaronder drinkwaterbedrijven, in het kader van de nationale veiligheid delen met de overheid. In de Wob is bescherming van dit soort gegevens tegen openbaarmaking niet goed geborgd. In de Woo kan dit worden rechtgezet door uitbreiding van de absolute uitzonderingsgrond 'Veiligheid van de Staat' met 'veiligheid van de vitale infrastructuur'.

Bodem en ondergrond

Bij bodemkwaliteit wordt in de Prinsjesdagstukken het borgen van de drinkwatervoorziening als belangrijke uitdaging genoemd, en dat hiervoor onder andere aanvullende strategische grondwatervoorraden zullen worden aangewezen. Vewin vindt het goed dat het belang hiervan opnieuw wordt benadrukt. Volgens het ministerie IenW worden vraagstukken inzake bodemkwaliteit, drinkwatervoorziening, kabels en leidingen en bodemenergie integraal opgepakt met opgaven als energietransitie en klimaatadaptatie. Ook wordt aangekondigd dat in de uitwerking van STRONG in 2019 (aanvullende) strategische grondwatervoorraden voor de drinkwatervoorziening worden aangewezen. De Wet Bodembescherming wordt opgenomen in de Omgevingswet en decentrale overheden dienen in 2020  de bodemverontreinigingsproblematiek te hebben beheerst.
Geothermie- en bodemenergiesystemen zijn een risico voor het grondwater voor de drinkwatervoorziening. Het aantal geothermie- en bodemenergiesystemen zal de komende jaren fors stijgen. Ruimtelijke sturing en regelgeving zijn volgens Vewin noodzakelijk om te voorkomen dat de energietransitie leidt tot risico's voor grondwater voor de drinkwatervoorziening. Geothermie- en bodemenergiesystemen moeten uitgesloten worden in gebieden voor de drinkwatervoorziening. Bij de aanwijzing van aanvullende grondwaterreserves voor de drinkwatervoorziening moet functiescheiding met het gebruik van de bodem voor de energietransitie het uitgangspunt zijn.
Bodemverontreiniging is nog steeds een omvangrijk knelpunt voor de bereiding van drinkwater uit grondwater. Deze knelpunten dienen volgens Vewin opgelost te worden bij de uitvoering van het Bodemconvenant. Het nieuwe wettelijke kader voor bodemverontreiniging in de Omgevingswet moet afdoende garanties bieden dat adequate maatregelen volgen als sprake is van bedreiging van grondwateronttrekkingen voor de drinkwatervoorziening door bodemverontreiniging.

Nationale Omgevingsvisie

In de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) staat dat het idee dat we als één overheid meer kunnen bereiken ook zal worden toegepast in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI wordt de langetermijnvisie op de evenwichtige ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland vastgelegd. BZK geeft aan met medeoverheden uit te willen werken hoe maatschappelijke opgaven de leefomgeving in Nederland veranderen en wilrichting geven aan de aanpak en samenhang tussen ruimtelijke prioriteiten en beschermen en ontwikkelen. In de teksten over de Nationale Omgevingsvisie ontbreekt naar de mening van Vewin ten onrechte het onderwerp drinkwater. Vewin vindt dat de bescherming van drinkwaterbronnen en -infrastructuur en de beschikbaarheid van voldoende schoon zoet grond- en oppervlaktewater tot uiting moeten komen in NOVI, Omgevingsregeling, Invoeringswet en Aanvullingswetten Bodem en Natuur. Dit moet doorwerken naar regionale plannen en visies. Concreet gaat het onder andere om een toereikend beschermingsbeleid door overheden, adequate handhaving en toezicht en het tijdig betrekken van het drinkwaterbedrijf bij (planologische) ontwikkelingen met mogelijke risico's voor drinkwaterbronnen.

Positionering ILT

In de begroting van het Ministerie van IenW wordt het meerjarenplan 2019-2023 van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aangekondigd. Gesteld wordt dat de capaciteit van de ILT schaars is en selectief wordt ingezet op de terreinen waar de maatschappelijke risico's het grootst zijn en waar het handelen van de ILT het meeste effect kan sorteren. Basis voor deze afweging is de ILT-Brede Risicoanalyse (IBRA) waarmee de ILT op basis van maatschappelijke schade kan kiezen aan welke taken zij prioriteit geeft en aan welke niet. Vewin heeft er met instemming kennis van genomen dat een van de prioritaire programma's van de ILT is het voorkomen van schade aan bodem en grond- en oppervlaktewater. Vewin vindt het van belang dat het toezicht van de ILT op het goede functioneren van de drinkwatervoorziening op integrale wijze, dus op het hele proces van bronbescherming tot aan aflevering aan de consument, wordt ingevuld. Voor een goede invulling van het toezicht dient er balans te zijn tussen voldoende beschikbare inspectiecapaciteit en een doeltreffend verantwoordingsinstrumentarium met behapbare administratieve lasten voor de drinkwaterbedrijven.

Btw-verhoging

In het Belastingplan stelt het Kabinet voor om het lage BTW tarief te verhogen van 6% naar 9%. Vewin heeft uitgerekend dat dit voor de drinkwaterklant een jaarlijkse lastenverzwaring betekent van €  50 miljoen. Vewin vindt het een slecht plan om de belasting op drinkwater te verhogen. Drinkwater moet voor iedereen beschikbaar zijn tegen zo laag mogelijke kosten. Drinkwaterbedrijven hebben de afgelopen jaren de kostprijs van drinkwater kunnen laten dalen door efficiencyverbeteringen. Toch profiteert de consument daarvan slechts beperkt doordat belastingen op drinkwater zijn verhoogd. De drinkwaterprijs bestaat inmiddels voor 25% uit belastingen en na de btw-verhoging zal dat zo'n 30% zijn. Drinkwater is een gezonde eerste levensbehoefte, wordt op milieuvriendelijke wijze gemaakt en draagt bij aan een duurzame samenleving. Het belasten van water is daarom een onjuiste keuze, zeker omdat er onbenutte alternatieve belastingmaatregelen voorhanden zijn, zoals het belasten van vervuilende stoffen die het (water)milieu aantasten. Vewin pleit er daarom voor om af te zien van de verhoging van de btw op drinkwater, of om deze verhoging te compenseren via een verlaging van de Belasting op Leidingwater.
Lees ook de gisteren gepubliceerde Vewin lobby-agenda  voor een overzicht van de belangrijkste dossiers voor Vewin die in het politieke jaar 2018-2019 op de agenda staan.

Tags by dit artikel

Delen via:

Gerelateerd aan dit nieuwsbericht