Wetgeving bodemverontreiniging geeft onvoldoende waarborg voor drinkwater

3 februari 2017

Wetgeving bodemverontreiniging geeft onvoldoende waarborg voor drinkwater

Vewin is ontevreden over de wijze waarop de aanpak van bodemverontreiniging in wetgeving wordt vastgelegd. Het wetsvoorstel van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) voor een Aanvullingswet Bodem bij de Omgevingswet laat te veel over aan goede bedoelingen en samenwerking tussen overheden, zonder dat sprake is van duidelijke opdrachten en taaktoedelingen. Vewin wil daarom dat in het wetsvoorstel een duidelijke opdracht wordt neergelegd voor de overheid om op te treden wanneer bodemverontreiniging een waterwinning bedreigt, nu of in de toekomst.

Bedreiging drinkwaterbronnen
Bodemverontreiniging door bronnen uit het verleden zoals chemische wasserijen, benzinestations en industriële activiteiten is nog steeds een van de grote bedreigingen voor de drinkwatervoorziening. Volgens onderzoek van RIVM uit 2014 blijkt dat bij enkele tientallen waterwinningen stoffen in het onttrokken grondwater worden aangetroffen die verband houden met bodemverontreiniging. Vewin hecht daarom groot belang aan goede uitvoering van de afspraken van de overheden van het Bodemconvenant uit 2015 waarmee verontreinigingsgevallen met ernstige verspreiding via het grondwater worden aangepakt.

Actieve sanering vervalt
In 2016 heeft het ministerie voor Infrastructuur en Milieu het wetsvoorstel voor een Aanvullingswet Bodem bij de Omgevingswet voor consultatie uitgebracht. Deze aanvullingswet vervangt op termijn het bestaande juridische instrumentarium voor bodemverontreiniging (De Wet Bodembescherming).  Kern van het wetsvoorstel is dat de actieve sanering van bodemverontreiniging vervalt en wordt vervangen door beheren en beheersen van resterende verontreinigingssituaties. Eventuele aanpak van die verontreinigingen wordt veel meer afhankelijk van ruimtelijke ontwikkelingen die plaatsvinden, waarbij de verantwoordelijkheid tot het treffen van maatregelen wordt gelegd bij de eigenaar van de grond of de initiatiefnemer. Om beter zicht te krijgen op de betekenis van deze gewijzigde aanpak heeft Vewin de Universiteit van Utrecht (Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law) gevraagd het wetsvoorstel te analyseren en hierover te adviseren. Dit advies is recent afgerond.

Onvoldoende juridisch instrumentarium
Uit deze analyse van de Universiteit Utrecht blijkt dat in het wetsvoorstel voor een Aanvullingswet Bodem onvoldoende instrumentarium aanwezig is om de resterende historische bodemverontreinigingen aan te pakken, mochten die alsnog een bedreiging vormen voor de drinkwatervoorziening. Bij acuut of reëel te verwachten problemen voor de drinkwatervoorziening ontbreekt bijvoorbeeld de mogelijkheid om de veroorzaker aan te spreken en een saneringsopdracht te geven. Voor zover er al instrumenten aanwezig zijn om bij zogenaamde 'toevalsvondsten' met acuut gevaar voor de volksgezondheid maatregelen op te leggen zijn deze alleen van toepassing voor verontreinigde grond en niet voor grondwater. Ook de zorgplicht van de Omgevingswet is alleen van toepassing voor zover er nog (vervuilende) activiteiten worden verricht en ziet niet toe op situaties uit het verleden. In het wetsvoorstel staat niet wie er verantwoordelijk is te handelen in geval van een acuut of reëel te verwachten probleem voor de drinkwatervoorziening en een interventie-instrumentarium ontbreekt volledig. Met name de beleidsplannen waarin maatregelen worden opgenomen (waterprogramma's) worden in het wetsvoorstel beschouwd als een belangrijk spoor om de bescherming van drinkwaterbronnen vorm te geven. Veel hangt daarom volgens de onderzoekers af van de wijze waarop overheden in onderlinge afstemming komen tot maatregelen voor het beheersen en beheren van grondwaterverontreiniging en het formuleren en uitvoeren van maatregelen voor veiligstelling van drinkwaterwinningen waar nodig.

Resterende bodemverontreinigingen
Het wetsvoorstel voor een Aanvullingswet Bodem bij de Omgevingswet is van toepassing op de situatie na afronding van het huidige Bodemconvenant van de overheden dat loopt tot 2020. Ook daarna moet echter goed juridisch instrumentarium beschikbaar zijn, want naar schatting resteren er dan nog circa 150.000 gevallen van bodemverontreiniging die niet meer actief gesaneerd worden.

Lees het rapport Aanpak historische en nieuwe verontreiniging van grondwater onder Omgevingswet van Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law

Tags by dit artikel

Delen via: