Ontwerp verordening betreffende de markttoelating van biociden (COM 2009/267)
1. Drinkwaterrichtlijn is het kader voor regelgeving over de kwaliteit van drinkwater
Om de goede kwaliteit te waarborgen gebruikt de drinkwatersector biociden in het zuiveringsproces. Vanuit het oogpunt van volksgezondheid is het essentieel dat er één wetgevend kader is op het gebied van schoon drinkwater: de Europese drinkwaterrichtlijn. De verordening dient daarom biociden die gebruikt worden voor de drinkwaterproductie uit te sluiten in artikel 2, net als bijvoorbeeld bij levensmiddelenadditieven.
Biociden voor drinkwaterproductie regelen in drinkwaterrichtlijn
2. Nationale omstandigheden zijn leidend bij toelating van biociden
De Commissie stelt voor om biociden met een gering risico en met nieuwe actieve stoffen te beoordelen via de communautaire toelatingsprocedure. Lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben om op basis van specifieke nationale omstandigheden gebruik van een communautair goedgekeurde biocide te verbieden, dan wel aanvullende eisen aan het gebruik te stellen.Criteria voor toelating van biociden op nationaal niveau, communautair niveau en via wederzijdse erkenning aanscherpen op gebied van bescherming van het milieu, waterhuishouding, bodemgesteldheid en volksgezondheid.
Aanscherping beoordelingscriteria bescherming waterhuishouding en milieu
3. Samenhang met toelatingsbeleid gewasbeschermingsmiddelen
Het toelatingsbeleid voor biociden moet overeen komen met dat voor gewasbeschermingsmiddelen, om een gelijk beschermingsniveau te borgen. Veel stoffen kunnen namelijk voor beide doelen worden ingezet. De bevoegdheden van lidstaten om toelating tegen te houden of te herzien zijn in de gewasbeschermingsmiddelenverordening sterker gewaarborgd dan in het biocidenvoorstel. Criteria voor uitsluiting, substitutiemogelijkheden, monitoring en uitwisseling van gegevens aanscherpen.
Toelatingsbeleid biociden minimaal vergelijkbaar met gewasbeschermingsmiddelenbeleid
4. Praktijkmetingen dienen leidend te zijn voor herziening toelating
Het moet mogelijk zijn om toelating te herzien op basis van monitoringsgegevens. Ondanks dat een middel na testen als veilig wordt beschouwd, moet de toelating kunnen worden herzien. Met name wanneer blijkt dat het middel in de praktijk problemen oplevert voor de kaderrichtlijn water (KRW) doelstellingen.
Toelating herzien op basis van praktijkmetingen
5. Aanscherping garanties voor bescherming drinkwater en watermilieu conform KRW en Drinkwaterrichtlijn
Het Europese en Nederlandse wetgevend kader voor biociden moet gericht zijn op het voorzorgsbeginsel en mag drinkwaternormen en normen voor het oppervlaktewater niet in gevaar brengen. Biociden mogen in drinkwaterbronnen niet in schadelijke concentraties boven 0,1 μg/l voorkomen, de geldende norm voor vergelijkbare stoffen. Nog steeds worden overschrijdingen gemeten die schadelijk zijn voor de drinkwaterbronnen en het oppervlaktewater (bv. dichlofluanid). De toelatingscriteria bieden in de voorstellen van de Commissie onvoldoende bescherming van drinkwaterbronnen en het watermilieu. De criteria voor toelating van biociden dienen sterker geformuleerd te worden in relatie met de drinkwaterrichtlijn, de milieudoelstellingen van de KRW en het ‘vervuiler-betaalt-principe’.
Garandeer een hoog beschermingsniveau door samenhang met de KRW
Datum december 2011
voor informatie: Lieke Coonen: coonen@vewin.nl / 070-4144791