AO Externe Veiligheid – 16 mei 2018

Terug 7 mei 2018

AO Externe Veiligheid – 16 mei 2018

Transparantie over te lozen stoffen

In de ‘Structurele aanpak opkomende stoffen uit puntbronnen in relatie tot bescherming drinkwaterbron­nen’ heeft de Minister van IenW aangegeven dat ze de mogelijkheid onderzoekt om informatievoorziening over geloosde stoffen te verbeteren. Vewin is een groot voorstander van deze verbetering, en benadrukt dat de concrete invulling van dit voornemen met prioriteit moet plaatsvinden. Momenteel treffen drinkwa­terbedrijven nog te vaak stoffen aan bij hun innamepunt waarvan niet helder is wat voor soort stof het is, welke eigenschappen de stof heeft en wat de bron is. Dan stoppen de drinkwaterbedrijven hun inname en moet achterhaald worden wat de risico’s zijn en de mogelijkheden tot zuivering. Dit was o.a. het geval bij GenX en pyrazool. In plaats van deze ‘damage control’ achteraf is een aanpak aan de bron effectiever. Dan kunnen risico’s worden voorkomen en komen de kosten te liggen bij de vervuiler. Concreet houdt dit in dat industriële bedrijven een actueel overzicht moeten bijhouden van de stoffen die ze lozen, in welke hoeveelheden en combinaties. Daarnaast is het van belang dat bedrijven voortdurend hun afvalwater monitoren om zeker te weten dat de waarden binnen veilige marges blijven. Deze gegevens moeten wor­den gedeeld met de vergunningverlener en wanneer relevant met de drinkwaterbedrijven. Bij een drei­gende overschrijding kan dan tijdig ingegrepen worden. Dit sluit aan bij de aangenomen motie Van Eijs c.s. (27625 nr. 389) die oproept zorg te dragen voor maximale transparantie over de stoffen die geloosd worden en de daarmee gepaard gaande risico’s bij de vergunningverlening.
-Maak bedrijven verantwoordelijk voor de bewaking van de kwaliteit van hun afvalwater door het verplicht stellen van een actueel overzicht van te lozen stoffen en continue monitoring van het afvalwater. De gegevens moeten gedeeld worden met de vergunningverlener en wanneer relevant met de drinkwaterbedrijven.


Verbeteren beleid en uitvoering van vergunningverlening

De bovengenoemde motie Van Eijs c.s. verzoekt de regering ook om concrete afspraken te maken over de bevoegdheden en rolverdeling van overheden bij (in)directe lozingen. In de Structurele aanpak onder­schrijft de Minister dat extra aandacht nodig is voor correcte uitvoering en het oppakken van rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle bevoegde gezagen. Uit recent onderzoek naar de praktijk van vergun­ningverlening (RHDHV rapport 2017) blijkt de noodzaak voor een verbeterslag. De rolverdeling is ondui­delijk en bij betrokken instanties is niet altijd voldoende capaciteit en kennis beschikbaar. Vewin vindt het van belang dat de Minister op deze punten met bevoegde gezagen afspraken maakt. Daarnaast moeten de voorgestelde verbeteringen voortvarend worden opgepakt. Hierbij zal ook uitvoering van de motie Laçin (27635 nr. 391) behulpzaam zijn, die oproept een handreiking op te stellen voor het bevoegd gezag over hoe binnen de ABM- en de immissietoets rekening gehouden moet worden met de risico’s voor vei­ligstelling van de drinkwatervoorziening. De toets is verplicht en moet beter worden toegepast voor wate­ren die als bron dienen voor de openbare drinkwatervoorziening. Bij het opstellen van de handreiking is het van belang specifiek aandacht te besteden aan oevergrondwater. Oevergrondwater is rivierwater dat na bodempassage gebruikt wordt als bron voor drinkwater; dit is o.a. het geval bij de winningen van drink­waterbedrijf Oasen. Omdat oevergrondwater formeel gezien wordt als grondwater, wordt hier vaak – on­terecht - geen rekening mee gehouden bij vergunningverlening van lozingen op oppervlaktewater zoals een rivier.
-De vergunningverlening moet verbeteren op de volgende punten:
- heldere afspraken tussen bevoegde gezagen over de rolverdeling bij (in)directe lozingen
- uitvoeren van verbeteringen in de praktijk van vergunningverlening o.a. op het gebied van capaciteit en kennisontwikkeling
- uitvoeren van de motie Laçin over een handreiking voor het bevoegd gezag t.a.v. de duur­zame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening bij vergunningverlening
- de ABM- en Immissietoets moeten toegepast worden bij oevergrondwater en indirecte lozingen

Download standpunt

Tags by dit artikel

Delen via:

Gerelateerd aan dit standpunt