Eindberging Radioactief Afval

Terug 30 april 2018

Eindberging Radioactief Afval

De ondergrond is cruciaal voor de drink­watervoorziening. Circa 60% van ons drinkwater wordt gemaakt van grondwater. Drinkwater is ook nauw verbonden met volksgezondheid. Drinkwatervoorziening is aan­gemerkt als top vitaal omdat het van groot belang is voor het ongestoord functioneren van onze maat­schappij. De Tweede Kamer heeft eerder een motie aangenomen (Kamerstuk 27 625 nr. 319) waarmee drinkwater ook als Nationaal belang is aangemerkt. Drinkwater moet daarom een juiste positie krijgen in de afweging ten opzichte van andere ondergrondse functies.

Drinkwaterwinning is een zeer kwetsbare functie in de ondergrond. Waterbedrijven worden geregeld ge­confronteerd met verontreinigingen in het grondwater. Activiteiten in de (diepe) ondergrond vormen even­eens in toenemende mate een risico voor de bronnen voor de drinkwaterbereiding. Extra voorzorg bij nieuwe ondergrondse functies is daarom nodig, zeker als risico’s nog onvoldoende bekend zijn. Even­tuele eindberging van kernafval ondergronds in zoutkoepels of kleilagen kan een ernstig risico zijn voor de bronnen voor de drinkwatervoorziening. Deze risico’s zullen eerst beter in beeld gebracht moeten worden. Vewin steunt daarom de inzet om nugeen keuze te maken voor eindberging en om de boven­grondse opslag nog lange tijd te continueren.
-Risico’s voor grondwater zijn onvoldoende duidelijk; continueer bovengrondse opslag radioactief afval

Voor bereiding van drinkwater wordt in belangrijke mate gebruik gemaakt van grondwater dat wordt ont­trokken uit watervoerende lagen tot enkele honderden meters diepte. Elke optie voor eindberging van radioactief afval moet zekerheid geven dat risico's op besmetting van dit grondwater volledig uitgesloten zijn. Hierbij moet de hoogst mogelijke voorzorg in acht genomen worden. Ondergrondse opslag van kern­afval in zoutkoepels of (klei)lagen die direct of indirect in contact staan met watervoerende lagen die wor­den gebruikt voor de drinkwatervoorziening vindt Vewin onacceptabel.
- Geen eindberging in (klei)lagen die direct of indirect in contact staan met watervoerende lagen voor de drinkwatervoorziening

Het onderzoek naar ondergrondse eindberging van kernafval in kleilagen heeft nu een sterke focus op de Boomse klei. Dit is een slecht doorlatende kleilaag die in grote delen van Nederland en België vanaf enkele honderden meters diepte voorkomt. In een eerdere analyse naar risico’s van eindberging in klei is door TU-Delft geadviseerd (Olsthoorn, 2011) om ook dieper liggende kleilagen zoals de Ieperiaanse klei te bezien van­wege mogelijk geringere risico’s voor grondwater. In het onderzoeksprogramma naar eindberging van kernafval (OPERA) zijn deze diepere kleilagen hooguit zijdelings betrokken. Wij vinden dit ongewenst en bevelen aan om de geschiktheid van diepere kleilagen voor eindberging volwaardig te onderzoeken en te betrekken in de afweging.
-Betrek diepere kleilagen in het onderzoek naar mogelijke eindberging

In Nederland wordt geothermie sterk gestimuleerd. Bij boringen en exploitatie kunnen radioactieve stoffen naar boven komen die van nature in de diepe ondergrond aanwezig zijn. Dit leidt mogelijk tot extra radio­actief afval uit boorgruis of vanuit filterbedden. Onduidelijk is of/hoe dit beleid voor geothermie de productie van nucleair afval en de noodzaak, omvang en planning van een eindberging beïnvloedt.
-Maak duidelijk wat de impact is van brede toepassing van geothermie op de productie van radioactief materiaal en hoe dit eventueel de planning voor eindberging beïnvloedt

Download standpunt

Tags by dit artikel

Delen via: