Herziening Drinkwaterrichtlijn

Terug 16 oktober 2017

Herziening Drinkwaterrichtlijn

​Begin 2015 is de Europese Commissie gestart met de evaluatie van de Drinkwaterrichtlijn. Uit het evalua­tierapport van de Europese Commissie blijkt dat de richtlijn ‘fit for purpose’ is, maar dat herziening op een aantal onderdelen nuttig is. De Commissie zal volgens haar werkprogramma eind 2017 herzieningsvoor­stellen presenteren. Vewin vindt het van belang dat de Drinkwaterrichtlijn behouden blijft. Doel van de richtlijn is het beschermen van de menselijke gezondheid tegen verontreiniging via drinkwater. Schoon drinkwater is essentieel voor de volksgezondheid. Zoals de Commissie ook aangeeft, is de Drinkwater­richtlijn een belangrijke basis voor veilig drinkwater in de EU. De laatste herziening van de richtlijn vond plaats in 1998. Vewin wil een aantal punten adresseren voor de herziening:

Voorzorgsprincipe
Het voorzorgsprincipe moet behouden blijven als hoofdprincipe bij het stellen van kwaliteitsnormen voor drinkwater (bijlage I bij de Drinkwaterrichtlijn) en milieukwaliteitseisen voor de bronnen voor drinkwater, het grond- en oppervlaktewater. In de huidige Drinkwaterrichtlijn staat het voorzorgsprincipe benoemd. Wanneer hier rekening mee gehouden wordt, zijn kwaliteitseisen voor drinkwater op een zodanig niveau dat het water een leven lang veilig gedronken kan worden met een hoog beschermingsniveau voor de volksgezondheid. Dit moet ook het uitgangspunt zijn bij het opnemen van een norm voor nieuwe, opko­mende stoffen waar nu geen normen voor bestaan. Klantvertrouwen en -perceptie m.b.t. een eerste levensbehoefte als schoon drinkwater ligt ook besloten in het hanteren van het voorzorgsprincipe.
Vasthouden aan het voorzorgsprincipe en de voorzorgsnorm bij de herziening van Annex I

Relatie met Kaderrichtlijn Water
De Drinkwaterrichtlijn gaat over de kwaliteit van het drinkwater. Om de doelen van de Drinkwaterrichtlijn te halen is het noodzakelijk dat de drinkwaterbronnen, schoon zijn. Vewin benadrukt daarom de nood­zaak om bij de herziening van de richtlijn de bescherming van drinkwaterbronnen beter te integreren. In de Drinkwaterrichtlijn moet de relatie worden opgenomen met de Kaderrichtlijn Water (KRW, in het bij­zonder artikel 7), de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn Prioritaire Stoffen. Helder moet zijn dat lidstaten de verantwoordelijkheid hebben voor de bescherming van drinkwaterbronnen, o.a. door het opnemen van maatregelen hiertoe in de Stroomgebiedbeheersplannen onder de KRW. Daarnaast moet het afleiden van normen onder de Richtlijn Prioritaire Stoffen meer in lijn worden gebracht met de doelen van de Drinkwaterrichtlijn. Prioritaire stoffen zijn nu vooral gebaseerd op ecotoxicologische data en niet op basis van het veiligstellen van de drinkwatervoorziening en art. 7 van de KRW.
Relatie leggen met de Kaderrichtlijn Water, wat betreft de verplichting van lidstaten voor de bescherming van drinkwaterbronnen

Risicobenadering
De Drinkwaterrichtlijn stelt minimum kwaliteitsvereisten voor drinkwater. In bijlagen II en III bij de richtlijn staan de eisen aan monitoringprogramma’s. De bijlagen zijn herzien in 2015 en bieden de mogelijkheid om monitoring van drinkwater risico gestuurd vorm te geven. Drinkwaterbedrijven mogen daarmee afwij­ken van de standaard monitoring, mits adequate risicobeoordelingen zijn uitgevoerd en goedgekeurd door het bevoegd gezag (in Nederland is dat de ILT). Een risico gestuurde aanpak is van belang om in te spelen op de ontwikkeling van de waterkwaliteit en het opkomen van nieuwe stoffen. Op deze manier blijft de kwaliteitsbewaking up to date en kan de monitoring gericht worden op parameters die echt van belang zijn. Vewin ondersteunt deze richting en de verwijzing naar dit principe die met de herziening naar alle waarschijnlijkheid ook in de Drinkwaterrichtlijn zelf zal worden opgenomen. Hierbij is het wel van belang dat subsidiariteit en flexibiliteit wordt gewaarborgd om op het niveau van de lidstaten maatwerk mogelijk te maken bij de invulling ervan, passend bij het wettelijke kader in de verschillende lidstaten.
Inbouw van een risicobenadering, met ruimte voor lidstaten om dit in te vullen
 
Harmonisatie regelgeving materialen en chemicaliën
Artikel 10 van de huidige Drinkwaterrichtlijn eist dat lidstaten de kwaliteit controleren van alle producten, materialen en chemicaliën die in contact komen met drinkwater van bron tot tap. Hiervoor is een regelge­vend kader nodig met gezondheidskundige en hygiëne criteria. Een Europees kader is er echter nog steeds niet. Hierdoor verschillen de eisen per lidstaat. Dit leidt ook tot handelsbarrières. Nederland, Frankrijk, Duitsland en het VK hebben daarom het initiatief genomen om hun regelgeving te harmoni­seren. De herziening van de Drinkwaterrichtlijn moet benut worden om op het werk van de vier lidstaten voort te bouwen en te komen tot een EU-brede harmonisatie.
Harmonisatie van regelgeving voor materialen en chemicaliën in contact met drinkwater

Transparantie richting drinkwaterconsumenten
Op basis van de Drinkwaterrichtlijn moeten lidstaten adequate en up to date informatie bieden aan drink­waterconsumenten. Vewin is hier voorstander van en de drinkwaterbedrijven in Nederland bieden op hun websites informatie over onder andere de kwaliteit van het geleverde drinkwater, de parameters waarop gecontroleerd wordt en specifieke informatie die interessant is voor consumenten, zoals hardheid van het water. Om deze informatie zo relevant mogelijk te laten zijn is het van belang dat drinkwaterconsumenten de gegevens kunnen vinden op de websites van de drinkwaterbedrijven en niet bijvoorbeeld op een alge­mene Europese website. Drinkwaterbedrijven kunnen de informatie up to date houden en maatwerk te leveren per gebied.
Verantwoordelijkheid voor transparantie over drinkwaterwaterkwaliteit ligt bij de drinkwaterbe­drijven met als doel relevante en up tot date informatie voor burgers

Download standpunt

Delen via: