Precario op waterleidingen

23 december 2016

Precario op waterleidingen

 Snel afschaffen
De Tweede Kamer dringt al sinds 2004 aan op afschaffing van deze precariobelasting. Sinds de eerste Kamermotie tegen precario is het aantal precario-heffende gemeenten verdrievoudigd. De precarioheffing door gemeenten stijgt sterk, in 2016 zelfs met 27%. Ter illustratie: in sommige gemeenten betalen de klanten van het drinkwaterbedrijf tot € 65 voor precario bovenop de waterfactuur van gemiddeld € 180.
Gemeentelijke begrotingstekorten moeten niet aangevuld worden via het belasten van een eerste levens­behoefte als drinkwater. Het heffen van precario leidt tot directe lastenverzwaring voor de burger, echter de heffing wordt geïnd door het waterbedrijf. Precarioheffing op waterleidingen is een indirecte en onzichtbare belasting voor de burger en vertroebelt de transparantie van de overheidsfinanciën omdat deze belasting niet herkenbaar –via de factuur van het drinkwaterbedrijf - in rekening wordt gebracht en soms mede wordt betaald door burgers uit een andere gemeente. Precarioheffing op waterleidingen is voor de burger bovendien een kostbare manier van lokale belastingheffing. Over het in rekening te brengen precariobedrag moet het waterbedrijf ook nog omzetbelasting (BTW) berekenen. Het kost de burger derhalve meer dan dat het de gemeente oplevert en de lasten van de burger worden hierdoor meer dan bedoeld verzwaard. 

Vewin is het met de Tweede Kamer eens dat deze vorm van belastingheffing zo spoedig mogelijk moet worden afgeschaft. Vewin vindt de voorziene overgangstermijn van tien jaar om de precariobelasting af te bouwen te lang. De voorgestelde wijziging doet daar nog eens een flinke schep bovenop. Vewin is van mening dat in de overgangsperiode sprake moet zijn van daadwerkelijke afbouw van de precario. 
  Stop met spoed de ongeremde groei van precariobelasting op waterleidingen, neem het ongewijzigde wetsvoorstel zo spoedig mogelijk aan.
 Verkort het overgangsregime en laat de precariolasten daadwerkelijk dalen t.o.v. 2015

Wijziging wetsvoorstel
De minister van Binnenlandse Zaken heeft het wetsvoorstel ter afschaffing van precariobelasting op nutsnetwerken aangepast. Daartoe heeft hij op 5 december 2016 een Nota van Wijziging naar de Tweede Kamer gestuurd. Met die wijziging komen alle gemeenten die op 10 februari 2016 een precarioverordening hadden in aanmerking voor de overgangsregeling, ongeacht of ze daadwerkelijk precariobelasting heffen of niet. Dus ook gemeenten die geen inkomsten hadden uit precariobelasting op waterleidingen worden gecompenseerd voor “gederfde inkomsten”.
Door deze voorgestelde wijziging krijgen nog eens 125 gemeenten toestemming van de minister om precariobelasting op waterleidingen in te voeren en deze nog tien jaar lang te heffen.

De wijziging van het wetsvoorstel staat haaks op de wens van de Kamer om snel een einde te maken aan precariobelasting op nutsnetwerken en een halt toe te roepen aan de ongeremde forse groei van deze belasting. Ook de minister zelf zegde de Kamer toe dat “het bloeden [moet] stoppen, dus we moeten die toename met onmiddellijke ingang stoppen”. De wetswijziging die de minister nu voorstelt leidt tot het tegengestelde, namelijk een toename van het aantal gemeenten dat precario heft en een verlenging van tien jaar van de door de Tweede Kamer ongewenste situatie. Vewin vindt de voorgestelde wijziging dan ook onacceptabel.
 Verwerp de voorgestelde wetswijziging: een overgangsregeling voor tientallen gemeenten die worden gecompenseerd voor precario inkomsten die zij nooit hadden is onacceptabel.

Download standpunt

Delen via: