Activiteiten Bureau Brussel
Belangenbehartiging
Bureau Brussel volgt alle Europese dossiers die invloed hebben op de (drink-)watersector en is verantwoordelijk voor de belangenbehartiging op lopende wetgevingsdossiers. Daarnaast volgt Bureau Brussel de ontwikkelingen rond implementatieprocessen. De belangrijkste dossiers waarop Bureau Brussel actief is zijn:
- Activiteiten in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW);
- Prioritaire Stoffen richtlijn;
- Herziening drinkwaterrichtlijn / WHO-richtlijnen drinkwater;
- Verordening marktautorisatie gewasbeschermingsmiddelen. Communicatie thematische strategie pesticiden / Kaderrichtlijn pesticiden;
- Klimaatverandering;
- Waterschaarste en droogte;
- Relatie landbouw en water (KRW en gemeenschappelijk landbouwbeleid);
- Diensten van Algemeen (Economisch) Belang;
- Publiek private samenwerking / nieuwe aanbestedingsrichtlijnen.
- Stedelijk afvalwater;
- Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging;
- Bodem: Thematische strategie bodem en Kaderrichtlijn voor de bescherming van bodem.
Water in Europa: Europse wet- en regelgeving
Het belang van Europese wet- en regelgeving voor het waterbeheer in Nederland is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. 'Brussel' heeft bevoegdheden en neemt besluiten die directe gevolgen hebben voor de Nederlandse watersector op allerlei gebieden. Een voorbeeld daarvan is de Kaderrichtlijn Water, maar bijvoorbeeld ook het Europees beleid op het gebied van aanbestedingen.
Hieronder staan de rol van en de verhoudingen tussen de Europese instellingen en relevante Europese regels beschreven, en tevens de activiteiten van Bureau Brussel om de belangen van de UvW en Vewin hierbij zo goed mogelijk te behartigen.
De Europese instellingen
De EU heeft bevoegdheden op bestuurlijk, wetgevend en rechtsprekend niveau. De uitvoerende macht van Europa is de Europese Commissie. De Commissie speelt ook een rol in het wetgevingsproces, samen met het Europees Parlement en de Raad, waarin de ministers van de lidstaten vertegenwoordigd zijn. Daarnaast is er een Europees Hof van Justitie, dat geschillen beslecht en vragen van nationale rechters over het Europees recht beantwoordt.
Bureau Brussel heeft als doel om de standpunten van de Unie van Waterschappen en Vewin uit te dragen. Dit is vooral aan de orde in het wetgevingstraject. Door bijvoorbeeld informatie te verschaffen aan parlementsleden of te spreken met vertegenwoordigers van de Commissie, probeert Bureau Brussel de Europese wetgeving op een voor de drinkwaterbedrijven en waterschappen zo gunstig mogelijke manier te beïnvloeden.
De Europese Commissie
De Europese Commissie is te vergelijken met de ministeries op nationaal niveau. Ieder departement, of Directoraat-Generaal (DG) van de Commissie wordt voorgezeten door een Commissaris, ondersteund door ambtenaren. De Commissie heeft bij de meeste Europese wetgeving het recht van initiatief. Een Commissievoorstel is dus vaak de eerste stap naar bijvoorbeeld een richtlijn of verordening. Om te weten welke wetgeving er gaat komen, is het belangrijk om op de hoogte te zijn van wat er speelt bij de Europese Commissie. Bureau Brussel heeft hier vooral een monitoring-functie. Naast haar taak als wetgever, is de Commissie ook belast met de controle op de uitvoering daarvan. Een goed contact met de Commissie is dus erg belangrijk. Voor de watersector zijn vooral de volgende DG’s van belang:
DG Milieu
DG Landbouw en plattelandsontwikkeling
DG Interne markt en diensten
DG Mededinging
DG Ondernemingen en industrie
Het Europees Parlement
Het Europees Parlement is de enige rechtstreeks gekozen instelling van de Europese Unie. De 785 leden vertegenwoordigen maar liefst 492 miljoen burgers uit 27 lidstaten. Vroeger had het Parlement vooral een adviserende functie. Maar tegenwoordig heeft het Europees Parlement meer in te brengen dan de meeste mensen denken. Op een groot aantal gebieden, waaronder milieu, is de medebeslissingsprocedure van kracht. Dat houdt in dat het Parlement, samen met de Raad, mag beslissen over wetsvoorstellen van de Commissie. Daarbij heeft het Parlement recht van amendement.
Het Parlement is per onderwerp opgedeeld in commissies (niet te verwarren met de Europese Commissie). Wetsvoorstellen worden vóór plenaire behandeling eerst door één of meer parlementscommissies beoordeeld. In de praktijk wordt daarvoor een parlementslid als rapporteur aangewezen. De rapporteur schrijft een rapport over het voorstel, dat wordt voorgelegd aan de parlementscommissie. Dit rapport is de basis voor behandeling van het wetsvoorstel in het Parlement. Omdat het schrijven van zo’n rapport een specialistische aangelegenheid is, voorziet Bureau Brussel de leden van het Europees Parlement van informatie uit de praktijk van de waterschappen en drinkwaterbedrijven in Nederland. Ook zorgt Bureau Brussel dat de parlementsleden op de hoogte zijn van de standpunten van de UvW en Vewin.
De voor de watersector belangrijkste parlementscommissies zijn:
- ENVI (Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid)
- AGRI (Landbouw en plattelandsontwikkeling)
- CLIM (Klimaatverandering), tijdelijke commissie
- IMCO (Interne markt en consumentenbescherming)
- ITRE (Industrie, onderzoek en energie)
- REGI (Regionale ontwikkeling)
- DEVE (Ontwikkelingssamenwerking)
De Raad van de Europese Unie
In de Raad van de Europese Unie vergaderen de ministers van alle lidstaten van de Europese Unie. Het hangt af van het onderwerp welke ministers bij elkaar komen. Als bijvoorbeeld landbouwthema’s op de agenda staan, komen de ministers van Landbouw van de 27 lidstaten naar Brussel om te vergaderen. De Raad wordt voor een periode van zes maanden bij toerbeurt voorgezeten door de verschillende lidstaten.
De Raad van de Europese Unie oefent wetgevende macht uit, met medebeslissing van het Europees Parlement. De Europese Commissie stelt de voorstellen op en vervolgens worden ze behandeld in de Raad, die deze kan wijzigen voor hij ze aanneemt.
Om de Nederlandse ministers die zich bezighouden met relevante onderwerpen voor de watersector te voorzien van informatie over de standpunten van de UvW en Vewin onderhoudt Bureau Brussel goed contact met een aantal ministeries en met de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie.
De voor de watersector meest relevante ministeries zijn:
Voor meer informatie over de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie, klik hier.
Europese wet- en regelgeving
Op basis van de Europese verdragen mogen de Europese instellingen wetgeving vaststellen. Deze Europese regels hebben voorrang boven de nationale wetgeving. Om deze reden, en omdat de EU op steeds meer gebieden actief is, wordt de impact van Europese regels op de watersector steeds groter.
De belangrijkste Europese wetgevingsinstrumenten zijn de richtlijn en de verordening. Richtlijnen houden een resultaatsverplichting in voor de lidstaten en moeten worden geïmplementeerd in de nationale wetgeving. De lidstaten mogen daarbij zelf weten op welke manier ze die wetgeving inrichten. Voor verordeningen geldt dat ze direct gelden als wetgeving voor de lidstaten en dat ze niet mogen worden omgezet in nationale wetgeving.
Europese wetgeving wordt op de meeste gebieden (bijvoorbeeld de interne markt, het vrije verkeer van werknemers, onderwijs, cultuur en milieu) vastgesteld door middel van de medebeslissingsprocedure. Bij deze procedure proberen het Europees Parlement en de Raad tot overeenstemming te komen over een wetsvoorstel. De medebeslissingsprocedure bestaat uit drie fasen en geeft het Europees Parlement een vetorecht.
Voor meer informatie over de medebeslissingsprocedure, klik hier.
Organisatie werkbezoeken aan Brussel
Om het besef van de rol die Europa speelt en de kennis en betrokkenheid hierbij te vergroten worden bezoeken van werkcommissies, stuurgroepen en anderen aan Brussel georganiseerd. Voor meer informatie over bezoeken aan Bureau Brussel kunt u contact opnemen met Robert Schröder.