De EU-commissie vraagt België, Denemarken, Finland en Zweden om hun nationale wetgeving op het punt van de terugwinning van de kosten voor alle waterdiensten aan te passen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De kostenterugwinning voor waterdiensten is een belangrijk middel om de doelstelling van de KRW, de bescherming van de Europese wateren, te realiseren. Hiermee worden de milieu- en bronkosten voor het gebruik van water in rekening gebracht van de vervuiler. De EU ziet waterdiensten als een ruim begrip dat niet alleen de drinkwatervoorziening omvat maar bijvoorbeeld ook landbouwirrigatie, wateronttrekking voor de koeling van industriële installaties en bescherming tegen overstroming. Door ook de kosten hiervoor in rekening te brengen, kan de daadwerkelijke prijs van het water worden berekend.
België, Denemarken, Finland en Zweden hanteren een meer beperkte opvatting van het begrip waterdiensten. Volgens hen is de kostenterugwinning alleen van toepassing op drinkwatervoorziening en op de verwijdering en verwerking van afvalwater. De op de vingers getikte landen hebben nu twee maanden de tijd om aan de eisen van de KRW te voldoen. Daarna kan de EU-commissie de zaak aanhangig maken bij het Europees Hof van Justitie. Eerder sprak de Commissie ook Duitsland, Oostenrijk, Estland, Hongarije en Nederland aan op hun verkeerde interpretatie van het begrip waterdiensten.