'Het nieuwe coalitieakkoord biedt veel aanknopingspunten voor de prioriteiten van de drinkwatersector.'
Voorwoord
Voorwoord
‘Samen doorpakken voor ons drinkwater!’ Deze titel stond boven de brief die ik namens de tien drinkwaterbedrijven in november 2025 aan de informateur stuurde. Deze brief schetste de grote en urgente uitdagingen waarvoor de openbare drinkwatervoorziening staat en riep het nieuwe kabinet op ons te ondersteunen bij het uitvoeren van onze vitale taken. Hoewel het nieuwe coalitieakkoord pas in januari 2026 het daglicht zag, kom ik er natuurlijk niet onderuit hier een korte appreciatie van te geven. Heeft onze oproep weerklank gekregen?
Het antwoord is zonder meer: ja! Het akkoord biedt veel aanknopingspunten voor de prioriteiten van de drinkwatersector. Verbetering van de waterkwaliteit krijgt veel aandacht en het nieuwe kabinet wil ervoor zorgen dat schoon drinkwater beschikbaar blijft, nu en in de toekomst, door uitvoering te geven aan het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023 - 2030.
Dit Actieprogramma, opgesteld door Vewin en het Interprovinciaal Overleg (IPO) in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), zag in januari 2025 het daglicht. Het moet voorkomen dat eerdere waarschuwingen van onder meer Vewin en het RIVM over knelpunten bij de drinkwatervoorziening richting 2030 werkelijkheid worden door tijdige vergroting van de productiecapaciteit. Het bestaat uit 14 regionale plannen en een set landelijke afspraken. Deze laatste zijn nodig omdat belangrijke en veel voorkomende knelpunten alleen met hulp van het Rijk kunnen worden opgelost. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het versnellen van vergunningverlening.
De rest van het jaar stond in het teken van de uitvoering. In alle regio’s is men hard aan de slag gegaan. Onder leiding van Vewin is een ‘community of practice’ gevormd om ervaringen te delen en oplossingen te zoeken voor gemeenschappelijk ervaren knelpunten. Begin 2026 wordt voor het eerst de balans opgemaakt en zal de minister van IenW rapporteren aan de Tweede Kamer over de voortgang. In ieder geval was een goede stap vooruit dat het belang van het tijdig kunnen voorzien in voldoende drinkwater veel aandacht krijgt in de in september gepubliceerde Ontwerp Nota Ruimte. Ook hier komt het nu aan op de uitvoering, juist in de regio. De aandacht in het coalitieakkoord is een aansporing om echt te komen tot tijdige actie en oplossingen voor de (dreigende) knelpunten.
Vorig jaar sprak ik de hoop uit dat 2025 een jaar zou worden waarin op het vlak van bescherming van de kwaliteit van drinkwaterbronnen een grote stap vooruit zou worden gezet. Dit omdat de drinkwaterbedrijven worden gedwongen steeds meer te investeren in steeds verdere zuivering. Dat is helaas niet gebeurd. Als het gaat om het terugdringen van de belasting van drinkwaterbronnen met verontreinigingen uit de landbouw – bestrijdingsmiddelen en nitraat – was feitelijk sprake van stilstand. Een lichtpuntje was dat een onderzoek wordt gestart naar de mogelijkheden van een gedeeltelijk lozingsverbod van PFAS in Nederland. Het nieuwe coalitieakkoord spreekt over een onderzoek op korte termijn naar een (volledig) lozingsverbod. Ook breder schetst het coalitieakkoord een ambitieuzere aanpak op het vlak van waterkwaliteit.
Tegelijkertijd geven ontwikkelingen in Brussel wel aanleiding tot zorg. Tegen het einde van het jaar verschenen verschillende beleidsvoornemens (‘omnibussen’), gericht op vermindering van administratieve lasten. Daar is op zich niets mis mee, maar het bergt wel het risico in zich dat minder zwaar zal worden getild aan bescherming van de waterkwaliteit. Dat geldt bijvoorbeeld voor het aangekondigde openbreken van de Kaderrichtlijn Water. Behoud en uitbreiding van de productiecapaciteit en infrastructuur, steeds meer zuivering als gevolg van de verslechterende waterkwaliteit van de drinkwaterbronnen en de groeiende inspanningen op het vlak van bijvoorbeeld digitalisering en cybersecurity, leiden opgeteld bij de drinkwaterbedrijven tot sterk stijgende investeringen. De ruimte om die te financieren dreigt in een aantal gevallen te veel te worden beperkt door de WACC-regelgeving. In 2025 is overeenstemming bereikt over enkele kleine wetswijzigingen die wat extra financieringsruimte kunnen genereren, maar het is essentieel dat de afspraak wordt nagekomen om echt structurele oplossingen uit te werken.
Het antwoord is zonder meer: ja! Het akkoord biedt veel aanknopingspunten voor de prioriteiten van de drinkwatersector. Verbetering van de waterkwaliteit krijgt veel aandacht en het nieuwe kabinet wil ervoor zorgen dat schoon drinkwater beschikbaar blijft, nu en in de toekomst, door uitvoering te geven aan het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023 - 2030.
Dit Actieprogramma, opgesteld door Vewin en het Interprovinciaal Overleg (IPO) in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), zag in januari 2025 het daglicht. Het moet voorkomen dat eerdere waarschuwingen van onder meer Vewin en het RIVM over knelpunten bij de drinkwatervoorziening richting 2030 werkelijkheid worden door tijdige vergroting van de productiecapaciteit. Het bestaat uit 14 regionale plannen en een set landelijke afspraken. Deze laatste zijn nodig omdat belangrijke en veel voorkomende knelpunten alleen met hulp van het Rijk kunnen worden opgelost. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het versnellen van vergunningverlening.
De rest van het jaar stond in het teken van de uitvoering. In alle regio’s is men hard aan de slag gegaan. Onder leiding van Vewin is een ‘community of practice’ gevormd om ervaringen te delen en oplossingen te zoeken voor gemeenschappelijk ervaren knelpunten. Begin 2026 wordt voor het eerst de balans opgemaakt en zal de minister van IenW rapporteren aan de Tweede Kamer over de voortgang. In ieder geval was een goede stap vooruit dat het belang van het tijdig kunnen voorzien in voldoende drinkwater veel aandacht krijgt in de in september gepubliceerde Ontwerp Nota Ruimte. Ook hier komt het nu aan op de uitvoering, juist in de regio. De aandacht in het coalitieakkoord is een aansporing om echt te komen tot tijdige actie en oplossingen voor de (dreigende) knelpunten.
'Het nieuwe coalitieakkoord biedt veel aanknopingspunten voor de prioriteiten van de drinkwatersector.'
Vorig jaar sprak ik de hoop uit dat 2025 een jaar zou worden waarin op het vlak van bescherming van de kwaliteit van drinkwaterbronnen een grote stap vooruit zou worden gezet. Dit omdat de drinkwaterbedrijven worden gedwongen steeds meer te investeren in steeds verdere zuivering. Dat is helaas niet gebeurd. Als het gaat om het terugdringen van de belasting van drinkwaterbronnen met verontreinigingen uit de landbouw – bestrijdingsmiddelen en nitraat – was feitelijk sprake van stilstand. Een lichtpuntje was dat een onderzoek wordt gestart naar de mogelijkheden van een gedeeltelijk lozingsverbod van PFAS in Nederland. Het nieuwe coalitieakkoord spreekt over een onderzoek op korte termijn naar een (volledig) lozingsverbod. Ook breder schetst het coalitieakkoord een ambitieuzere aanpak op het vlak van waterkwaliteit.
Tegelijkertijd geven ontwikkelingen in Brussel wel aanleiding tot zorg. Tegen het einde van het jaar verschenen verschillende beleidsvoornemens (‘omnibussen’), gericht op vermindering van administratieve lasten. Daar is op zich niets mis mee, maar het bergt wel het risico in zich dat minder zwaar zal worden getild aan bescherming van de waterkwaliteit. Dat geldt bijvoorbeeld voor het aangekondigde openbreken van de Kaderrichtlijn Water.
Behoud en uitbreiding van de productiecapaciteit en infrastructuur, steeds meer zuivering als gevolg van de verslechterende waterkwaliteit van de drinkwaterbronnen en de groeiende inspanningen op het vlak van bijvoorbeeld digitalisering en cybersecurity leiden opgeteld bij de drinkwaterbedrijven tot sterk stijgende investeringen. De ruimte om die te financieren dreigt in een aantal gevallen te veel te worden beperkt door de WACC-regelgeving. In 2025 is overeenstemming bereikt over enkele kleine wetswijzigingen die wat extra financieringsruimte kunnen genereren, maar het is essentieel dat de afspraak wordt nagekomen om echt structurele oplossingen uit te werken.
Pieter Litjens Voorzitter Vewin
'De ruimte om sterk stijgende investeringen te financieren dreigt in een aantal gevallen te veel te worden beperkt door de WACC-regelgeving.'
'De ruimte om sterk stijgende investeringen te financieren dreigt in een aantal gevallen te veel te worden beperkt door de WACC-regelgeving.'