Ambities in Toekomstvisie gewasbescherming 2030 zijn meer dan noodzakelijk

Terug 16 juli 2019

Ambities in Toekomstvisie gewasbescherming 2030 zijn meer dan noodzakelijk

In april stuurde Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, haar 'Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en teeltsystemen' naar de Tweede Kamer, vergezeld van het 'Pakket van maatregelen emissiereductie gewasbescherming open teelten'. Vewin was, samen met andere stakeholders, betrokken bij het opstellen van deze visie, in het Platform Duurzame Gewasbescherming.

Belangrijkste belofte van de minister: 'In 2030 bestaat de land- en tuinbouw in Nederland uit een duurzame productie met weerbare planten en teeltsystemen, waardoor ziekten en plagen veel minder kansen krijgen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo veel mogelijk kan worden voorkomen.' 'De visie op gewasbescherming bouwt voort op de passage over gewasbescherming in mijn visie 'Landbouw, natuur en voedsel; waardevol en verbonden', en verbindt deze met de eerder verschenen visies en ambities van sectororganisaties. Gewasbeschermingsmiddelen zijn van belang voor een goede oogst, maar de afhankelijkheid van deze middelen, en daarmee de kwetsbaarheid van het huidige systeem, maakt dat een omslag nodig is. De visie beoogt daarom een trendbreuk te initiëren in het denken en handelen over gewasbescherming door het centraal stellen van weerbare planten en teeltsystemen en een sterkere verbinding tussen land- en tuinbouw en natuur', aldus de minister.

Platform Duurzame Gewasbescherming

De Toekomstvisie is opgesteld door het Platform Duurzame Gewasbescherming, bestaande uit verschillende partijen, die betrokken zijn bij de ontwikkeling van een duurzamer  gewasbeschermingsbeleid. Naast het Rijk (ministeries van LNV en IenW) zijn dit organisaties uit de land- en tuinbouw (onder andere LTO), de gewasbeschermingssector (zoals Nefyto), natuurorganisaties (Natuur & Milieu) en de watersector (UvW, Vewin). De doelen zijn ambitieus, maar méér dan noodzakelijk volgens Vewin. Want drinkwaterbronnen worden nog steeds bedreigd door gewasbeschermingsmiddelen of hun afbraakproducten. 

Drie strategische doelen

Om in 2030 in de land- en tuinbouw duurzaam te kunnen produceren, bevat de Toekomstvisie drie strategische doelen:

  • plant- en teeltsystemen zijn weerbaar;
  • natuur en land- en tuinbouw zijn met elkaar verbonden;
  • bij telen vinden nagenoeg geen emissies plaats naar het milieu en blijven nagenoeg geen residuen achter op producten.

Tweede nota Duurzame Gewasbescherming

Inhoudelijk wordt aangehaakt bij de Kringlooplandbouw-visie van de minister van LNV. De Toekomstvisie gewasbescherming 2030 bouwt voort op de Tweede nota Duurzame gewasbescherming 'Gezonde Groei, Duurzame Oogst'. Hierin zijn doelen en maatregelen opgenomen voor de periode 2013-2023 om het gewasbeschermingsbeleid verder te verduurzamen. Een van deze doelen is om in 2023 nagenoeg geen overschrijdingen meer te hebben van de drinkwaternorm en de milieukwaliteitsnormen in oppervlaktewater. Concreet betekent dit een afname van het aantal overschrijdingen van deze normen ten opzichte van 2013 met respectievelijk 95% en 90%. De bij de Toekomstvisie betrokken partijen stellen in 2019 gezamenlijk een uitvoeringsprogramma op om de doelen uit de Tweede nota en de Toekomstvisie te kunnen halen.

Standpunt Vewin

Vewin staat achter de doelen van de Toekomstvisie. Het is belangrijk voor de drinkwatersector dat de bestaande doelstellingen voor beperking van de emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu – uit de Tweede nota in 2023 en de Kaderrichtlijn Water in 2027 – worden doorgetrokken tot nagenoeg nul in 2030. Om deze doelen te kunnen halen, zijn zo spoedig mogelijk aanvullende maatregelen vanuit de overheid nodig.

Normoverschrijdende concentraties

Gewasbeschermingsmiddelen komen nu vaak in normoverschrijdende concentraties voor in grond- en oppervlaktewater dat gebruikt wordt voor drinkwaterproductie. Een overzichtsstudie van wateronderzoeksinstituut KWR (2018) op basis van monitoringdata van de drinkwaterbedrijven toont aan dat bij oppervlaktewaterinnamepunten en voorraadbekkens resten gevonden worden van verschillende gewasbeschermingsmiddelen. In veel gevallen zaten daar normoverschrijdende concentraties bij. Ook bij een groot deel van de grondwaterwinningen bestemd voor drinkwaterproductie komen sporen van gewasbeschermingsmiddelen of afbraakproducten van deze middelen voor.

Onvoldoende bewust

Naast het formuleren van aanvullende maatregelen is meer aandacht nodig voor toezicht en handhaving van bestaande beleidsmaatregelen. Onderzoek heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat veel agrariërs zich in de praktijk onvoldoende bewust zijn van het feit dat in   grondwaterbeschermingsgebieden restricties gelden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en dat middelen met risicovolle stoffen hier niet toegepast mogen worden.

Uitvoeringsprogramma

De Toekomstvisie gewasbescherming 2030 onderstreept wat Vewin betreft dat de aanpak van gewasbeschermingsmiddelen in drinkwaterbronnen in samenwerking met de betrokken partijen ambitieus moet worden ingevuld. Vewin zal bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma expliciet aandacht vragen voor de bescherming van drinkwaterbronnen.
De emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar drinkwaterbronnen moet zo spoedig mogelijk worden teruggedrongen, tot nagenoeg nul in 2030. De tussenliggende doelen voor 2023 en 2027 blijven onverminderd geldig en moeten ook worden gehaald. 

Lees het hele artikel over de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, inclusief de reacties van Piet Boonekamp (Artemis), Luuk van Duijn (Ctgb), Jelmer Vierstra (Natuur & Milieu) en Maritza van Assen (Nefyto).

Dit artikel verscheen eerder in Waterspiegel 3, juni 2019​

Tags by dit artikel

Delen via:

Gerelateerd aan dit nieuwsbericht