Ambities nieuwe kabinet waterkwaliteit moeten duidelijker doorklinken bij implementatie Europese Drinkwaterrichtlijn
Terug 8 februari 2022

Ambities nieuwe kabinet waterkwaliteit moeten duidelijker doorklinken bij implementatie Europese Drinkwaterrichtlijn

De ambities uit het recente coalitieakkoord op het gebied van waterkwaliteit stroken volgens Vewin niet met de keuze van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) de implementatie van de herziene Europese Drinkwaterrichtlijn op een ‘platte’ manier in te vullen. Het ministerie wil voor de implementatie in de Nederlandse wet- en regelgeving alleen die punten aanpassen die expliciet voortvloeien uit de herziening van de Drinkwaterrichtlijn.Dit blijkt uit een voorstel voor wijziging van het Drinkwaterbesluit (Dwb) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat onlangs door het ministerie van IenW ter inzage is gelegd.Vewin is van mening dat de ambities uit het nieuwe coalitieakkoord aanleiding vormen om het niet te houden bij een strikt ‘platte’ implementatie. Het coalitieakkoord onderschrijft immers het grote belang van schoon water en de noodzaak van het voldoen aan Europese normen en kondigt ambities aan op het gebied van een goede beschikbaarheid van zoetwater, van ruimtelijke planvorming gestuurd door water, en van waterkwaliteit. Vewin heeft dit namens alle drinkwaterbedrijven kenbaar gemaakt in een zienswijze gericht aan het ministerie van IenW.

Verplichte risicobeoordeling en verantwoordelijkheid om drinkwaterbronnen te beschermen

De Drinkwaterrichtlijn is herzien en in december 2020 van kracht geworden. Een belangrijk nieuw onderdeel is een verplichte risicobeoordeling van drinkwaterbronnen, waarmee een link wordt gelegd met de Europese Kaderrichtlijn Water. Lidstaten hebben twee jaar de tijd om de nationale wet- en regelgeving aan te passen om aan de eisen van de nieuwe Drinkwaterrichtlijn te voldoen. Vewin vindt het met name belangrijk dat de verplichting uit de Drinkwaterrichtlijn van een risicobeoordeling en risicobeheer (RA/RM) van grond- en oppervlaktewater wat gebruikt wordt om drinkwater van te maken goed ingevuld wordt. De (bestaande) gebiedsdossiers moeten als instrument gebruikt worden voor deze invulling. Vewin vindt dat de status van de gebiedsdossiers wettelijk vastgelegd moet worden in de Omgevingswet, zodat bronnen voor drinkwater beter beschermd kunnen worden.

Schone bronnen voor drinkwater zijn cruciaal

Om de doelen uit de Drinkwaterrichtlijn voor schoon en veilig drinkwater te kunnen halen zijn schone drinkwaterbronnen cruciaal. Dit terwijl de kwaliteit van drinkwaterbronnen in Nederland onder toenemende druk staat, en de Kaderrichtlijn Water doelen nog lang niet in zicht zijn. Het is wat Vewin betreft dus belangrijk om dit een goede plek te geven in de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en de onderliggende regelingen. Andere punten die volgens Vewin in het Drinkwaterbesluit en het Bkl moeten worden verwerkt zijn onder andere duidelijke afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling tussen waterbeheerder en drinkwaterbedrijf, het watertoetsproces beter benutten voor de veiligstelling van de drinkwatervoorziening, normen uit de Omgevingswet afstemmen op die uit de Drinkwaterwet, en richt- en streefwaarden voor grondwater wat bestemd is voor drinkwaterproductie opnemen in het Bkl. Net als in het proces tot nu toe wil de drinkwatersector graag tijdig en actief betrokken worden bij de verdere inhoudelijke uitwerking in de diverse regelingen.

Lees hier de volledige door Vewin ingediende zienswijze op de wijziging van het Drinkwaterbesluit (Dwb) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in verband met de implementatie van de herziene Europese Drinkwaterrichtlijn

Tags by dit artikel
Delen via:
Gerelateerd aan dit nieuwsbericht