Grondwater- en drinkwaterkwaliteit beter beschermd door uitbreiding weigeringsgronden mijnbouwwet

Terug 21 april 2015

Grondwater- en drinkwaterkwaliteit beter beschermd door uitbreiding weigeringsgronden mijnbouwwet

De grondwater- en drinkwaterkwaliteit is beter beschermd door de uitbreiding van een aantal weigeringsgronden in de mijnbouwwet. Via een amendement dat afgelopen donderdag in de Tweede Kamer is ingediend door Jan Vos (PvdA) en Liesbeth van Tongeren (GL), wordt het aantal weigeringsgronden voor een vergunning voor mijnbouwexploratie en winningsvergunningen, zoals gas boren of winning van schaliegas uitgebreid. Belangrijke maatschappelijke waarden zoals milieuwaarden die te maken hebben met landschappelijke waarden en de noodzaak voor behoud van een goede grondwater- en drinkwaterkwaliteit zijn nieuwe weigeringsgronden bij de toetsing van mijnbouwexploratie en winningsvergunningen.

Het belang van milieu en natuurbescherming, veiligheid en volksgezondheid, waterwinning en de mogelijkheid van schade door bodembeweging bij de beoordeling van de vergunningaanvraag als weigeringsgrond is via het amendement geregeld. Bij milieu moeten dan alle relevante aspecten worden gewogen: landschappelijke waarden, waterkwaliteit, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluid en stank. Uitgangspunt moet zijn dat de leefomgevingskwaliteit niet mag verslechteren.

Verder komt volgens een amendement van Vos de bewijslast voor schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten weer bij de mijnbouwmaatschappij te liggen. De bewijslast bij schade door mijnbouwactiviteiten wordt omgedraaid. Voor de drinkwatersector is dit een positieve verandering. Op het moment dat er ergens mijnbouwactiviteiten plaats gaan vinden, moet de mijnbouwmaatschappij eerst onderzoeken of er een effect voor de omgeving is. In de ons omringende landen was al wettelijk geregeld dat de bewijslast voor de schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten bij de exploitant ligt.

Delen via:

Gerelateerd aan dit nieuwsbericht