Kamer stelt kritische vragen over de Omgevingswet

Terug 7 november 2014

Kamer stelt kritische vragen over de Omgevingswet

Verschillende fracties in de Tweede Kamer hebben onlangs in een schriftelijke reactie op de nieuwe Omgevingswet kritische vragen gesteld en kanttekeningen geplaatst. De omgevingswet beoogt een verregaande vereenvoudiging van het huidige stelsel door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. Meerdere fracties hebben in hun inbreng zaken benoemd die relevant zijn voor de drinkwatersector, zoals borgen van de duurzame drinkwatervoorziening, de adviesrol voor drinkwaterbedrijven, de rechtsbescherming bij mogelijke normoverschrijdingen en het opnemen van een drinkwaterparagraaf in plannen, programma’s en verordeningen.

Waardering en kritiek

De fracties hebben bijna allemaal veel waardering voor het vele werk dat is verzet met deze omvangrijke en integrale herziening, maar ook valt op dat er nog zeer veel vragen en opmerkingen zijn. De SP-fractie is kritisch en mist bijvoorbeeld het begrip en de definitie van “ruimtelijke omgevingskwaliteit”. Dezelfde fractie noemt drinkwater “letterlijk van levensbelang” en vindt daarom dat er een gedegen positie voor de drinkwaterbedrijven en voor de Drinkwaterwet geregeld moet worden en zien daarom graag formeel adviesrecht op visies, plannen en verordeningen geregeld in de Omgevingswet. In dit licht vraagt de ChristenUnie of de regering van plan is drinkwaterbedrijven als adviseur aan te wijzen. De ruimtelijke bescherming van drinkwaterbronnen is naar mening van de SP en Rijkstaak. De SP-fractie wil, net als de ChristenUnie, dat mijnbouwactiviteiten in de toekomst getoetst worden op potentiële effecten op de grondwaterkwaliteit. De PvdA-fractie acht het van belang dat er in ieder geval minimale waarborgen voor de kwaliteit van de leefomgeving worden opgenomen in de wet, bijvoorbeeld voor maximale geluidsniveaus binnenshuis en bescherming van drinkwaterwingebieden. De PvdA denkt dat de invoering van een effectrapportage waarbij naar veel meer effecten van een initiatief wordt gekeken dan alleen die betrekking hebben op het milieu, zoals bijvoorbeeld een gezondheidsscan of drinkwatereffecten. De PvdD wijst er op dat in haar visie er simpelweg regels nodig zijn om bijvoorbeeld de kwaliteit van lucht en water te beschermen en dat het gewoon nodig blijft om normen te stellen en deze te handhaven. D66 vraagt naar de taakverdeling tussen gemeente, provincie en Rijk bij de programmatische aanpak als er bijvoorbeeld sprake is van een overschrijding van een omgevingswaarde en wie er wanneer bevoegd is om vergunningen af te geven en wat er gebeurt wanneer er samenloop is met omgevingsvergunningen? Ook de ChristenUnie wil weten of in geval van dreigende overschrijding van de omgevingswaarden van bijvoorbeeld oppervlaktewater is geborgd dat consumenten en bedrijven voldoende rechtsbescherming hebben en welke bestuursorganen dan verantwoordelijk zijn voor handhaving van de omgevingswaarden. Deze fractie vraagt aan de regering of zij bereid is een verplichting in te voeren voor een drinkwaterparagraaf in plannen, programma’s en verordeningen waarin getoetst wordt of de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening is geborgd. Ook wil de ChristenUnie weten hoe de zorgplicht van het Rijk dat er geen achteruitgang van de waterkwaliteit plaatsvindt in het wetsvoorstel is geborgd. De ChristenUnie vraagt een reactie op het voorstel van Vewin om de gebiedsdossiers wettelijk te verankeren en de uitkomsten van de gebiedsdossiers (de te nemen maatregelen) verplicht op te nemen in de Stroomgebiedsbeheerplannen en waterplannen. De vaste commissie van Infrastructuur en Milieu wacht nu de verdere beantwoording van de regering af. ​

Klik hier voor het volledige verslag

Klik hier voor het Vewin Position Paper over de Omgevingswet

Delen via: