Pilot toont noodzaak actualisatie watervergunningen aan

Terug 15 juli 2019

Pilot toont noodzaak actualisatie watervergunningen aan

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft onlangs aan de Tweede Kamer gemeld dat een groot deel van de door Rijkswaterstaat afgegeven watervergunningen voor lozingen niet meer actueel is en waarschijnlijk aangepast moet worden. Dit blijkt uit de voorlopige uitkomsten van een pilot waarbij Rijkswaterstaat een representatieve selectie heeft bezien van 66 van de in totaal ca. 800 vergunningen op onder andere (potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en opkomende stoffen. Volgens Vewin toont deze pilot aan dat verbetering van het proces van vergunningverlening urgent is. Hiervoor is het van belang alle watervergunningen van Rijkswaterstaat binnen afzienbare termijn tegen het licht te houden en waar nodig te actualiseren. Ook andere bevoegde gezagen moeten hun aandeel leveren aan deze verbeterslag rond vergunningverlening van lozingen volgens Vewin.

Pilot een van de stappen in proces verbeteren vergunningverlening

Doel van de pilot is een generieke en gedragen aanpak voor de actualisatie van nog niet getoetste vergunningen. De pilot is onderdeel van een van de focuspunten van de Delta-aanpak Waterkwaliteit, waarbij opkomende stoffen en medicijnresten in de keten worden aangepakt. De Delta-aanpak Waterkwaliteit komt voort uit de gezamenlijke ambitie van alle partners in de waterketen om ons water schoon en ecologisch gezond te krijgen en te houden voor duurzaam gebruik. Alle stakeholders staan gezamenlijk aan de lat om ervoor te zorgen dat de waterkwaliteit verbetert en Nederland in 2027 de KRW-doelstellingen behaalt.
Hierbij spelen de 'versnellingstafels' een belangrijke rol. Het doorlichten van de vergunningen is een van de stappen van de 'versnellingstafel opkomende stoffen en medicijnresten' om de vergunningverlening te verbeteren. Bij deze 'versnellingstafel' zitten naast de waterschappen en de provincies ook Vewin, VNCI (branchevereniging chemische industrie) en VEMW (Vereniging voor Energie, Milieu en Water) aan tafel.

Aandachtspunt: (potentiële) Zeer Zorgwekkende Stoffen en opkomende stoffen

Rijkswaterstaat heeft voor de 66 vergunningen beoordeeld of deze recent nog waren bezien en/of geactualiseerd, of alle relevante bedrijfsinformatie beschreven is en of de vergunning voldoet aan de huidige wet- en regelgeving. Van de bekeken vergunningen moet waarschijnlijk driekwart worden geactualiseerd, waarvan een kwart bij voorkeur op korte termijn. De minister geeft aan dat de mate waarin de vergunningen niet actueel, onvolledig en/of inadequaat zijn sterk varieert. Er zijn geen lozingen gevonden waarbij vanwege milieurisico's direct moet worden ingegrepen.
Uit de pilot is duidelijk geworden dat ongeveer de helft van de beoordeelde lozingen (potentiële) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bevat die vergund zijn. Bij ongeveer een op de drie lozingen is sprake van (potentiële) ZZS die niet eerder zo benoemd of gemeld zijn door de lozende bedrijven.
Samen met experts en in overleg met de drinkwaterbedrijven is ook gekeken naar de aanwezigheid en de mogelijke risico's van opkomende stoffen. Hiervan komt een beperkt aantal in aanmerking voor nader onderzoek.

Na de zomer meer duidelijk over vervolgaanpak vergunningen

Minister van Nieuwenhuizen geeft in de brief aan de Tweede Kamer aan dat zij na de zomer de definitieve uitkomsten en de vervolgaanpak bekend maakt, wanneer ze de Kamer informeert over de voortgang aan de 'versnellingstafels' van de Delta-aanpak Waterkwaliteit.

Tags by dit artikel

Delen via: