Prinsjesdag 2019: In kabinetsplannen ontbreekt gevoel van urgentie voor kwaliteit en kwantiteit van drinkwaterbronnen

Terug 18 september 2019

Prinsjesdag 2019: In kabinetsplannen ontbreekt gevoel van urgentie voor kwaliteit en kwantiteit van drinkwaterbronnen

​​Vewin is tevreden over het feit dat de kwaliteit en kwantiteit van de drinkwaterbronnen in de Rijksbegroting en plannen van het kabinet voor 2020 aandacht krijgen. Tegelijkertijd is Vewin teleurgesteld over het gebrek aan daadkracht om de problemen ook daadwerkelijk met urgentie aan te pakken. Om in 2020 vooruitgang te boeken op deze thema’s moet er echt meer gebeuren. Vorige week luidde Vewin de noodklok over de toenemende druk op de kwaliteit van de bronnen van ons drinkwater.

Waterkwaliteit

De Delta-aanpak waterkwaliteit en zoet water wordt genoemd in de kabinetsplannen. De prioriteiten zijn daarbij het verbeteren van de waterkwaliteit vanwege verontreiningen door mest, gewasbeschermingsmiddelen, chemische stoffen, medicijnresten en verbetering van de ecologie van de  grote wateren. Het ministerie van Infrastructuur en Water (IenW) zal eind 2020 met de betrokken partijen de aansturing via de drie bestuurlijke versnellingstafels evalueren. IenW ontwikkelt beleid om een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewateren te bereiken. De uitvoering richt zich op het behalen van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren zoals opgenomen in de Kader Richtlijn Water (KRW), met als doel uiterlijk in 2027 aan de Europese verplichtingen te voldoen. Het Rijk zal drinkwaterbronnen efficiënt beschermen door het landelijk faciliteren/ stimuleren van de totstandkoming van gebiedsdossiers voor de bodem en ondergrond. Deze gebiedsdossiers worden natuurlijk voor zowel grond- als oppervlaktewater opgesteld.
Vewin pleit ervoor in de komende KRW-planvorming prioriteit aan de verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen te geven, inclusief nieuwe bedreigingen en de invloed van klimaatverandering. Aan de versnellingstafels moeten snel bestuurlijke afspraken gemaakt worden met concrete maatregelen voor verbetering van de waterkwaliteit.
Het is essentieel dat de inspanningen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ten aanzien van het nieuwe mestbeleid en de Toekomstvisie Gewasbescherming daadwerkelijk tot resultaat leiden en zorgen voor een verbetering van de waterkwaliteit.

Bodemverontreiniging

De uitwerking van de bodemregels staat in het Aanvullingsbesluit bodem. Medio 2019 is dit besluit aan het parlement aangeboden. Met deze nieuwe regels komt er meer afwegingsruimte voor decentrale overheden en blijft het beschermingsniveau gelijk. Het convenant bodem en ondergrond gaat het laatste jaar in. Hierin zijn onder meer afspraken gemaakt over de afronding van de sanering van de zogenaamde spoedlocaties bodemsaneringen. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet naar een beheerfase van het bodembeleid.
Vewin vindt dat in de nieuwe regels voor bodemverontreiniging beter geborgd moet worden dat maatregelen genomen zullen worden als grondwateronttrekkingen voor de drinkwatervoorziening worden bedreigd.

Waterkwantiteit

De algemene doelstelling is en blijft ‘Het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft, over voldoende zoetwater beschikt en schoon (drink)water heeft en kan blijven gebruiken, nu en in de toekomst.’ IenW signaleert dat de droge zomer van 2018 laat zien dat Nederland goed voorbereid is op de droogte. Aan de Beleidstafel Droogte bekijken overheden en drinkwaterbedrijven hoe dat in de toekomst nog beter kan, aldus IenW. De focus ligt daarbij onder andere op verzilting , drinkwater, de verdringingsreeks en grondwater en het beheer van het IJsselmeer . Het ministerie regisseert de afstemming van het waterbeheer met de buurlanden bovenstrooms in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems.
In het Deltaprogramma 2020 staat dat de ongebruikelijk lange droogteperiode van 2018 heeft gezorgd voor verzilting in het IJsselmeer en voor sterk dalende grondwaterstanden, met name op de Hoge Zandgronden en in de Zuidwestelijke Delta. Het Deltaprogramma stelt dat alle betrokken partijen een grote inspanning moeten leveren om water vast te houden in natte tijden, zodat dit beschikbaar is in tijden van droogte. Vewin ondersteunt deze ambitie. Drinkwaterbedrijven leveren zelf ook een bijdrage om de zoetwaterbronnen voor de drinkwatervoorziening ook in de toekomst te borgen via de grote rivieren. Vewin vindt het belangrijk om internationaal goede afspraken te maken om de zoetwatervoorziening in Nederland te borgen. Ook is het zaak dat aanvullende strategische grondwatervoorraden worden aangewezen en goed beschermd.

Geothermie en mijnbouw

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) gaat in kaart brengen waar en welk deel van de warmte in de ondergrond technisch en economisch winbaar is. In grote delen van Nederland is nu nog weinig data en informatie over de ondergrond beschikbaar. Het in kaart brengen van de witte vlekken in Nederland draagt bij aan het ontdekken en dus kunnen benutten van het totale potentieel aan geothermie in Nederland aldus EZK. EZK zal een voorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet eind 2019 indienen bij de Tweede Kamer, met bepalingen over verwijdering en hergebruik van de infrastructuur die is gebruikt voor de olie- en gaswinning.
Een punt van zorg voor Vewin is dat de EZK begroting volledig voorbij gaat aan de afspraken in STRONG over functiescheiding van geothermie en grondwater. Vewin is het eens met de vaststelling in de begroting van IenW dat voor STRONG de systeemverantwoordelijkheid bij het ministerie IenW ligt. STRONG is een belangrijke basis voor het ordenen van activiteiten in de bodem en ondergrond.
Vewin vindt dat mijnbouw en gebieden voor de drinkwatervoorziening in de ondergrond gescheiden dienen te zijn vanwege de risico’s van mijnbouw voor het grondwater. Ook elders dienen aan mijnbouwactiviteiten regels te worden gesteld die deze risico’s zo veel mogelijk beperken.

Cyber- en economische veiligheid

Beleidsprioriteit is om Nederland digitaal veiliger te maken. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil in 2020 de digitale weerbaarheid vergroten door verbetering van het bewustzijn van de risico’s, versterking van het toezicht, en meer regie op digitale weerbaarheidsmaatregelen door vitale aanbieders. Vewin ondersteunt de verhoogde aandacht voor cybersecurity. Ook bij de drinkwaterbedrijven staat het onderwerp hoog op de agenda. Drinkwaterbedrijven staan voor een risico-gebaseerde aanpak waarbij een structurele informatievoorziening over de dreiging vanuit de overheid essentieel is.

Naast cybersecurity wordt ook economische veiligheid als prioriteit genoemd. Het ministerie gaat in kaart brengen hoe de risico’s bij inkoop en aanbesteding bij de overheid en binnen de vitale infrastructuur beter beheerst kunnen worden. Ook dit wordt ondersteund door Vewin. Binnen de drinkwatersector wordt reeds gekeken hoe we hier verdere stappen in kunnen zetten.
 
Op het gebied van risico- en crisisbeheersing staan de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) , vernieuwing van het Nationaal Crisisplan ICT, en verdere versterking van de risico- en crisiscommunicatie genoemd. Bij het laatste is de drinkwatersector reeds betrokken. Bij vernieuwing van het Nationaal Crisisplan ICT is het van belang dat vitale sectoren waaronder de drinkwatersector óók betrokken wordt. En tot slot, bij de evaluatie van de Wvr pleit Vewin voor het instellen van een landelijk orgaan dat met de drinkwatersector uniforme en bindende werkafspraken kan maken voor de 25 veiligheidsregio’s.

Tags by dit artikel

Delen via:

Gerelateerd aan dit nieuwsbericht