ILT: betere bescherming waterkwaliteit noodzakelijk
Terug 18 juni 2024

ILT: betere bescherming waterkwaliteit noodzakelijk

ILT heeft vandaag een signaalrapportage gepubliceerd waarin zij aangeeft dat betere bescherming van de waterkwaliteit noodzakelijk is. Zij stelt dat vergunningverlening, toezicht en handhaving te weinig grip hebben op emissies van probleemstoffen, waardoor het niet lukt om de waterkwaliteit voldoende te verbeteren.
Vewin herkent deze bevindingen van ILT en pleit al jaren voor betere bescherming van de drinkwaterbronnen, grond- en oppervlaktewater, tegen verontreiniging met meststoffen, bestrijdingsmiddelen, PFAS, medicijnresten en andere schadelijke stoffen.

Steeds meer inspanning nodig voor drinkwaterproductie

ILT schrijft in haar rapportage dat drinkwaterbedrijven te maken krijgen met substantiële extra kosten bij de bereiding van drinkwater, met als gevolg een flinke kostenstijging. Ook dreigt Nederland in 2027 niet te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), wat schadelijke gevolgen voor de samenleving zou kunnen opleveren.
Volgens Vewin is de druk op de kwaliteit van de drinkwaterbronnen de laatste jaren alleen maar toegenomen en vraagt dat inderdaad extra inspanningen van drinkwaterbedrijven om schoon drinkwater te blijven produceren. Dit terwijl in de KRW is afgesproken dat de zuiveringsinspanning om drinkwater te maken juist verminderd moet kunnen worden.

Vewin vindt dat alles op alles gezet moet worden om de KRW-doelen uiterlijk in 2027 te halen, waarbij prioriteit gegeven moet worden aan het verbeteren van de kwaliteit van drinkwaterbronnen.

Bestaand beleid onvoldoende gericht op waterkwaliteit

Een versterking van de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is noodzakelijk om te komen tot betere waterkwaliteit, schrijft ILT in haar rapportage. De regelgeving van de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat is onderling niet goed op elkaar afgestemd. Het toelatingsbeleid van bestrijdingsmiddelen en het mestbeleid zijn bijvoorbeeld onvoldoende afgestemd op de nationale en Europese eisen voor waterkwaliteit.
Vewin pleit voor extra capaciteit en kennisontwikkeling bij omgevingsdiensten inclusief adequate financiering. Vergunningen moeten aangescherpt worden en gericht zijn op minimalisatie van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en PFAS.

Ook moet er volgens Vewin een integraal overzicht komen van alle lozingen van deze stoffen op oppervlaktewater, uiterlijk december 2024.

Urgente aanpak van PFAS noodzakelijk, gecoördineerd, nationaal en internationaal

ILT schrijft dat er in de drinkwaterbronnen Rijn en Maas veel PFAS zit en vindt het cruciaal om PFAS bij de bron aan te pakken. Het is volgens ILT onduidelijk wanneer het Europese restrictievoorstel om PFAS Europees te verbieden, gaat gelden. Ze verwacht dat PFAS nog lang aanwezig blijft in de rivieren. Daarom stelt ILT dat aanvullende zuivering door drinkwaterbedrijven nodig is, in combinatie met bronaanpak op nationaal en internationaal niveau.

Vewin benadrukt dat het Nederlandse drinkwater voldoet aan de wettelijke eisen voor PFAS en dat het RIVM schrijft dat kraanwater drinken verantwoord is. Drinkwaterbedrijven zetten zich in om waar mogelijk bestaande zuiveringsprocessen te finetunen om PFAS-gehaltes in drinkwater te verlagen.
Vewin vindt een verbod, samen met betere vergunningverlening, toezicht en handhaving, de beste manier om te voorkomen dat PFAS in mens, dier, (drink)water en milieu terechtkomt. Extra zuiveren is niet altijd mogelijk, duurt lang om te realiseren, is extreem duur, niet duurzaam door hoog energiegebruik en draagt bij aan waterschaarste. De drinkwaterklant betaalt de rekening daarvoor, wat ingaat tegen 'de vervuiler betaalt'. Daarnaast verdwijnt PFAS niet bij zuivering; het verplaatst zich naar afvalstromen die terugkomen in het milieu.

Lees de signaalrapportage Betere bescherming waterkwaliteit is noodzakelijk van ILT

Tags by dit artikel
Delen via: