AO Omgevingswet

Terug 8 januari 2020

AO Omgevingswet

​​Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is gelijkwaardige bescherming: het niveau van bescherming van gezondheid, veiligheid en omgevingskwaliteit blijft gelijkwaardig aan het oude niveau. De drinkwatervoorziening als publieke nutsfunctie, die nauw samenhangt met de volksgezondheid, moet goed zijn ingebed zijn in onze leefomgeving. Essentieel is dat er voldoende ruimte, bescherming en waterbeschikbaarheid is voor onze bronnen, winningen en zuiveringen om betrouwbaar drinkwater van te kunnen blijven maken. Drinkwater is een eerste levensbehoefte en het veiligstellen van onze bronnen en infrastructuur is van vitaal belang. Art. 2 van de Omgevingswet regelt dan ook dat overheden bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden rekening moeten houden met de duurzame bescherming van de openbare drinkwatervoorziening. Wij maken ons echter zorgen over de balans tussen ‘beschermen’ en ‘benutten’. De bestuurlijke afwegingsruimte is vergroot en zo veel mogelijk decentraal neergelegd. We hebben ons als Nederland echter gecommitteerd aan internationale afspraken op het gebied van waterkwaliteit in de vorm van de Kaderrichtlijn Water, de Drinkwaterrichtlijn en beleid op het gebied van landbouwemissies en chemische stoffen. Het Rijk heeft hiervoor een systeemverantwoordelijkheid. Om de doelen te halen is regie nodig van het Rijk om ervoor te zorgen dat de ambities en maatregelen in de regionale plannen optellen tot het daadwerkelijk halen van de doelen.

Toetsing activiteiten

Activiteiten die effect kunnen hebben op de waterkwaliteit moeten direct getoetst worden aan de milieukwaliteitseisen (normen) die gelden op grond van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en niet alleen indirect, via globalere doelstellingen in plannen en programma’s voor de langere termijn. Dit betekent dat een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit geweigerd moet worden als deze activiteit in strijd is met de doelstellingen van geen achteruitgang en het bereiken van een goede toestand (KRW doelen). Dit punt is ook door de Raad van State benoemd in haar advies over de Invoeringswet Omgevingswet en uitvoeringsbesluiten. Anders dan de RvS adviseerde heeft het ministerie niet voorzien in een dwingende toetsing (alleen ‘rekening houden met’).
-Toets activiteiten direct aan de KRW milieukwaliteitseisen om de doelen daadwerkelijk en tijdig te halen.

Omkering principe ‘verboden te lozen, tenzij’

In de huidige Waterwet geldt dat het verboden is in water te lozen, tenzij hiervoor een vergunning is verleend. Onder de Omgevingswet wordt dit principe omgekeerd. Alle activiteiten die niet specifiek zijn aangewezen vallen slechts onder algemene regels of zijn toegestaan. Dit staat op gespannen voet met het uitgangspunt van gelijkwaardig beschermingsniveau. De drinkwatersector vindt het van belang om het huidige principe uit de Waterwet te handhaven.
Bij omkering van het principe van 'nee, tenzij' naar 'ja, mits' is meer inzet van en samenwerking tussen de verschillende overheidsorganisaties nodig voor effectieve toezicht en handhaving. In het kader van de ‘Versnellingstafels Waterkwaliteit’ doen Berenschot en Arcadis een onderzoek gericht op het verkrijgen van inzicht in de VTH uitvoeringspraktijk op het gebied van waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater (lozingen vanuit landbouw en industrie). Het rapport wordt in de zomer van 2020 opgeleverd. Het is van belang dat de inzichten betrokken worden bij vormgeving en implementatie van de Omgevingswet.
-Handhaaf het principe uit de Waterwet van ‘verboden te lozen, tenzij’.
-Betrek de uitkomsten van het VTH-onderzoek op het gebied van waterkwaliteit bij de vormgeving en implementatie van de Omgevingswet.

Drinkwaterbelang bij activiteiten

Het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) benoemt activiteiten die onder algemene regels vallen of waarvoor een vergunningplicht geldt. Voor de activiteiten geldt een ‘specifieke zorgplicht’, die o.a. gericht is op vervulling van maatschappelijke functies waaronder de drinkwatervoorziening. Deze specifieke zorgplicht is onvoldoende eenduidig en te vrijblijvend beschreven (met formuleringen als ‘redelijkerwijs’, ‘zoveel mogelijk’). Het komt aan op de eigen inschatting van de initiatiefnemer of er nadelige gevolgen optreden die onder de zorgplicht zouden kunnen vallen. Dit is moeilijk te handhaven voor het bevoegd gezag. Het is daarom van belang dat de formele betrokkenheid van het drinkwaterbedrijf geregeld wordt bij de aanvraag van een vergunning of het stellen van een maatwerkvoorschrift, bijvoorbeeld in ruimtelijke ordening, wanneer mogelijk effecten op de drinkwaterproductie optreden.
-Versterk het drinkwaterbelang bij milieubelastende activiteiten: betrek het drinkwaterbedrijf bij vergunningverlening met mogelijke effecten op de drinkwaterproductie.

Omgevingswaarden voor grondwater en overige antropogene stoffen

In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) is opgenomen dat het verlenen van een omgevings-vergunning er niet toe mag leiden dat niet wordt voldaan aan de omgevingswaarden. Er zijn echter nog geen omgevingswaarden voor opkomende stoffen (voor overige antropogene stoffen bestaat slechts een signaleringswaarde) en voor grondwater waarvan drinkwater wordt gemaakt. Dit is wel van belang om te kunnen toetsen of een activiteit effecten heeft op de bronnen voor drinkwater.
-Neem omgevingswaarden voor grondwater en overige antropogene stoffen op in het BKL.

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021 moeten burgers en bedrijven als initiatiefnemer digitaal een melding kunnen doen van hun activiteiten in de fysieke leefomgeving en een vergunning digitaal kunnen aanvragen via het Omgevingsloket. Het digitale stelsel is een essentiële pijler voor het goed functioneren van de Omgevingswet. Op het gebied van drinkwater is het onder meer noodzakelijk dat voor initiatiefnemers duidelijk is of de voorgenomen activiteit dichtbij een innamepunt plaatsvindt of bij een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone of een strategische voorraad en welke regelgeving op dat moment geldt. Het is daarom van belang dat het DSO tijdig compleet en operationeel is en dat er voldoende tijd is voor het testen en aansluiten op het DSO.
-Zorg tijdig voor een compleet en operationeel DSO als voorwaarde voor het slagen van de Omgevingswet.

Download standpunt

Tags by dit artikel

Delen via: