Hormoonverstorende stoffen

Terug 13 september 2016

Hormoonverstorende stoffen

​Op 15 juni 2016 heeft de Europese Commissie (EC) een Mededeling uitgebracht met criteria voor het identificeren van hormoonverstorende stoffen. Dergelijke stoffen ontregelen een of meerdere functies van de hormoonhuishouding en veroorzaken schadelijke effecten. De verordeningen over gewasbescher-mingsmiddelen en biociden bevatten regels over het gebruik van hormoonverstorende stoffen in deze producten. De EC stelt nu de wetenschappelijke criteria voor op basis waarvan deze stoffen geïdentificeerd kunnen worden.

‘Gevaargebaseerde’ bandering
Duurzame bescherming van de bronnen voor drinkwater tegen schadelijke stoffen is van belang voor de productie van schoon en veilig drinkwater dat voldoet aan de gestelde eisen in de Europese Drinkwaterrichtlijn en de Drinkwaterwet. Nog steeds worden drinkwaterbedrijven geconfronteerd met tientallen normoverschrijdingen per jaar van o.a. gewasbeschermingsmiddelen in het grond- en oppervlaktewater, de bronnen voor ons drinkwater. Vewin is van mening dat toelating gebaseerd moet zijn op een gevaar (‘hazard’) gebaseerde benadering die rekening houdt met mogelijke negatieve effecten op de waterkwaliteit. Het is dan ook goed dat met het voorstel van de Europese Commissie werkzame stoffen met hormoonverstorende eigenschappen worden verboden op grond van intrinsieke eigenschappen van de stof. Het kabinet is geen voorstander van het gebruik van afkapwaarden op basis van de sterkte van een stof (potency cutoffs) bij het vaststellen of een stof hormoonverstorend is. Afkapwaarden geven aan wanneer een stof niet toegelaten mag worden op de markt. Reden om andere criteria dan de intrinsieke eigenschappen van een stof, niet te betrekken in het oordeel is dat ze onderdeel uitmaken van de risicobeoordeling van een stof en niet van het identificeren van een hormoonverstorende stof. Het voorstel van de Europese Commissie is in lijn hiermee en Vewin is het daarmee eens. Vewin vindt het van belang dat de beoordeling van hormoonverstorende eigenschappen deel uitmaakt van alle stoffen die van invloed kunnen zijn op de waterkwaliteit.
Handhaaf de ‘gevaargebaseerde’ benadering bij identificatie van hormoonverstorende stoffen en pas deze beoordeling toe bij alle stoffen die van invloed kunnen zijn op de waterkwaliteit

Aanvullende categorieën
Naast de categorie ‘hormoonverstorende stof’ is Vewin vanuit voldoende bescherming voor mens en milieu en het voorzorgprincipe voorstander van extra categorieën (optie 3 uit de roadmap van de EC (juni 2014)). Stoffen moeten ook als ‘mogelijk hormoonverstorend’ kunnen worden aangemerkt. Het gaat dan om stoffen waar beperkte maar wel adequate informatie over beschikbaar is, die wijzen op mogelijk hormoonverstorende eigenschappen. Vewin vraagt de EC om de categorieën alsnog op te nemen.
Opnemen van ‘mogelijk hormoonverstorende stof’ als extra categorie ter bescherming van mens en milieu

Download standpunt

Delen via:

Gerelateerd aan dit standpunt