Nationaal Programma Radioactief Afval

Terug 5 april 2016

Nationaal Programma Radioactief Afval

​De ondergrond is cruciaal voor de drink­watervoorziening. Circa 60% van ons drinkwater wordt gemaakt van grondwater. Drinkwater is ook nauw verbonden met volksgezondheid. Drinkwater is aangemerkt als sector van vitaal belang voor het onge­stoord functioneren van onze maatschappij. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waarmee drinkwater ook als nationaal belang is aangemerkt. Hiermee moet drink­water een juiste positie krijgen in de afweging ten opzichte van andere ondergrondse functies.

Drinkwaterwinning is een zeer kwetsbare functie in de ondergrond. Waterbedrijven worden geregeld geconfronteerd met verontreinigingen in het grondwater. Activiteiten in de (diepe) ondergrond vormen eveneens in toenemende mate een risico voor de bronnen voor de drinkwaterbereiding. Extra voorzorg bij nieuwe ondergrondse functies is daarom nodig, zeker als risico’s nog onvoldoende bekend zijn. Eventuele eindberging van kernafval ondergronds in zoutkoepels of kleilagen vormt een ernstig risico voor de bronnen voor de drinkwatervoorziening. Deze risico’s zijn nog volstrekt onvoldoende in beeld. Vewin steunt daarom de inzet om nugeen keuze te maken voor eindberging en om de bovengrondse opslag nog lange tijd te con­tinueren.
 Risico’s voor grondwater zijn onduidelijk; bovengrondse opslag radioactief afval continueren

Elke optie voor eindberging van radioactief afval moet zekerheid geven dat risico's op besmetting van het grondwater volledig uitgesloten zijn. Hierbij moet de hoogst mogelijke voorzorg in acht genomen worden. Ondergrondse opslag van kernafval in zoutkoepels of (klei)lagen die in contact staan met watervoerende lagen die wor­den gebruikt voor de drinkwatervoorziening vinden wij onacceptabel.
 Geen eindberging in (klei)lagen die direct of indirect in contact staan met watervoerende lagen voor de drinkwatervoorziening

Het onderzoek naar eindberging in kleilagen heeft nu een sterke focus op de Boomse klei. In België wordt aan deze kleilaag al uitgebreid onderzoek verricht. In een eerdere analyse naar risico’s van eindberging in klei is door TU-Delft geadviseerd (Olsthoorn, 2011) om ook dieper liggende kleilagen zoals de Ieperiaanse klei te bezien van­wege geringere risico’s voor grondwater. In het Nationaal programma worden deze diepere kleila­gen echter hooguit zijdelings betrokken in het onderzoek. Wij vinden dit ongewenst en bevelen aan om in Nederland bij de optie geologische eindberging niet bij voorbaat de focus te leggen op de Boomse klei maar ook diepere kleilagen volwaardig te onderzoeken en te betrekken in de afweging. 
Diepere kleilagen betrekken in onderzoek naar mogelijke eindberging

In Nederland wordt geothermie sterk gestimuleerd. Bij boringen en exploitatie kunnen radioactieve stoffen naar boven komen die van nature in de diepe ondergrond aanwezig zijn. Dit leidt mogelijk tot extra radioactief afval uit boorgruis of vanuit filterbedden. Onduidelijk is of/hoe dit beleid voor geothermie de productie van nucleair afval en de noodzaak, omvang en planning van een eindberging beïnvloedt. Besluitvorming in Duitsland en België kan eveneens zeer bepalend zijn voor de Nederlandse strategie om opties voor opslag in het buitenland open te houden. Ook hiervoor is het nodig te verduidelijken hoe politieke beslissingen en publieke opinie uit België en Duitsland de Nederlandse besluitvorming beïnvloeden.
 Maak duidelijk wat de impact is van brede toepassing van geothermie op de productie van radioactief materiaal en hoe dit eventueel de planning voor eindberging beïnvloedt

Download standpunt

Delen via:

Gerelateerd aan dit standpunt