Precario op waterleidingen

Terug 12 september 2016

Precario op waterleidingen

​De minister van Binnenlandse Zaken heeft een wetsvoorstel ingediend om het heffen van precariobelasting op de netwerken van nutsbedrijven onmogelijk te maken. De Tweede Kamer dringt al sinds 2004 aan op afschaffing van deze precariobelasting. Vewin steunt het wetsvoorstel en vindt dat deze wet nu snel in werking moet treden en dat de precariobelasting spoedig moet verminderen. De wet moet ook regelen dat precariobelasting niet wordt vervangen door privaatrechtelijke vergoedingen.

Eerste levensbehoefte
Gemeentelijke begrotingstekorten moeten niet aangevuld worden via het belasten van een eerste levensbehoefte als drinkwater. Vewin vindt het onwenselijk dat gemeenten precariobelasting op nutsnetwerken in rekening brengen omdat deze belastingheffing leidt tot aanzienlijke lastenverzwaring voor de burgers. Drinkwaterbedrijven zijn publieke nutsbedrijven zonder winststreven en kunnen daarom niet anders dan de kosten in rekening brengen bij de klant. De burger zal dus de volledige rekening van precario moeten betalen.
Het heffen van precario leidt tot directe lastenverzwaring voor de burger, echter de heffing wordt geïnd door het waterbedrijf. Voor de burger is daarom volstrekt onduidelijk aan wie en met welk doel de opslag voor precario wordt betaald. Precarioheffing op waterleidingen is een indirecte en onzichtbare belasting voor de burger en vertroebelt de transparantie van de overheidsfinanciën omdat deze belasting niet herkenbaar – want via de factuur van het drinkwaterbedrijf - in rekening wordt gebracht en soms mede wordt betaald door burgers uit een andere gemeente.
 Geen lastenverzwaring via de drinkwaterfactuur, neem het wetsvoorstel spoedig aan

Snel afschaffen
Sinds de eerste Kamermotie tegen precario in 2004 is het aantal precario heffende gemeenten verdrievoudigd. De precarioheffing door gemeenten stijgt sterk, in 2016 zelfs met 27%. Ter illustratie: in sommige gemeenten betalen de klanten van het drinkwaterbedrijf tot € 65 bovenop de waterfactuur van gemiddeld € 180. Precarioheffing op waterleidingen is voor de burger een kostbare manier van lokale belastingheffing. Over het in rekening te brengen precariobedrag moet door het waterbedrijf ook nog omzetbelasting (BTW) worden berekend. Het kost de burger derhalve meer dan dat het de gemeente oplevert en de lasten van de burger worden hierdoor meer dan bedoeld verzwaard.
Aan deze vorm van belastingheffing moet dan ook zo spoedig mogelijk een einde worden gemaakt. Vewin vindt de in het wetsvoorstel voorziene overgangstermijn van 10 jaar om de precariobelasting af te bouwen te lang. Vewin vindt dat in de overgangsperiode sprake moet zijn van daadwerkelijke afbouw van de precario. De overgangstermijn is van toepassing voor gemeenten die in 2015 daadwerkelijk inkomsten hadden vanuit precariobelasting op nutsleidingen. Het is merkwaardig dat het gemeenten in 2016 vrij staat om te starten met precariobelasting op nutsleidingen. Dat zou in het wetsvoorstel geblokkeerd moeten worden en in elk geval kunnen deze gemeenten niet in aanmerking komen voor het overgangsregime.
 Zorg voor afschaffing van precario op nutsleidingen per 1 januari 2017
 Verkort het overgangsregime en laat de precariolasten daadwerkelijk dalen t.o.v. 2015
 Voorkom dat gemeenten in 2016 starten met precariobelasting op waterleidingen en voorkom aanspraak op overgangsregime

Substitutie voorkomen
De ambtsvoorgangers van de minister hebben in zowel schriftelijke als mondelinge behandeling van dit onderwerp uitgesproken dat afschaffing van precariobelasting niet zinvol zou zijn zonder afschaffing van de mogelijkheid van privaatrechtelijke beprijzing. Het wetsvoorstel laat de mogelijkheid van een privaatrechtelijke vergoeding voor het gebruik van de overheidsgrond echter onverlet. Vewin ziet het als de verkeerde weg als gemeenten de precariobelasting vervangen door een privaatrechtelijke vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond. De nu opgelegde precariobedragen staan in geen verhouding tot de kosten die gemeenten maken vanwege het feit dat zich in hun grond openbare waterleidingen bevinden. Vergoeding voor gebruik van openbare grond voor de openbare drinkwatervoorziening verhoudt zich bovendien slecht met de aansluitplicht die vanuit de Drinkwaterwet is opgelegd aan de drinkwaterbedrijven.
 Regel in het wetsvoorstel dat precariobelasting niet wordt vervangen door privaatrechtelijke vergoeding

Download standpunt

Delen via:

Gerelateerd aan dit standpunt