WGO Water 1 december 2020

Terug 26 oktober 2020

WGO Water 1 december 2020

​​Klimaat-robuuste waterbeschikbaarheid bronnen drinkwater

De langdurige droogtes van de laatste jaren zijn een kantelpunt voor het waterbeheer in Nederland. Meerdere opeenvolgende jaren van droogte zijn nieuw voor Nederland, maar zullen naar verwachting in de toekomst vaker voorkomen. Het beschikbare grond- en oppervlaktewater in Nederland moet in droge tijden worden verdeeld onder verschillende gebruikers en functies, zoals landbouw, industrie, natuur en de drinkwatervoorziening. Meestal is er genoeg, maar in droge jaren kan de waterbeschikbaarheid regio­naal in het gedrang komen. Het gedeelde beeld is dat we in de winter meer water moeten vasthouden om in de zomer te kunnen gebruiken. Dit vraagt om een systeemverandering. Immers: het huidige water­systeem is ingericht op water afvoeren en niet op water vasthouden. In de NOVI is vastgelegd dat waterbeschikbaarheid moet worden bevorderd door het streven naar een gezond en evenwichtig (grond-) watersysteem en dat het nationale belang van voldoende drinkwater moet worden geborgd en beschermd. Het Deltaprogramma Zoetwater bepaalt dat bij de toedeling van functies aan gebieden rekening wordt gehouden met de waterbeschikbaarheid. Bij tekorten in een gebied moet eerst worden gekeken naar het water beter vasthouden en vervolgens slimmer verdelen over de watervragende functies in een gebied. Vewin is van mening dat water leidend moet worden bij ruimtelijke inrichting: functie volgt peil.
Deze uitgangspunten zijn goed, maar moeten in de praktijk handen en voeten krijgen, zeker ook bij de andere overheden in bijvoorbeeld provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies. De vraag is hoe de inspanningen om ruimtelijke besluitvorming beter af te stemmen op waterbeschikbaarheid en om water beter vast te houden vorm gaan krijgen, transparant worden gemaakt en bewaakt door het Rijk. Borging van voldoende bronnen voor drinkwater verdient daarbij bijzondere aandacht.
-Geef aan wat de Rijksoverheid gaat doen, om de vormgeving en voortgang van de inspanningen gericht op een gezond en evenwichtig (grond)watersysteem, te bevorderen, transparant te maken en te bewaken.

Verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen

De kwaliteit van drinkwaterbronnen – het grond- en oppervlaktewater – staat onder toenemende druk. Dit blijkt onder andere uit de Nationale Analyse Waterkwaliteit. Bestaande en nieuwe bedreigingen zoals nitraat, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, industriële stoffen, bodemverontreiniging en klimaat­verandering verhinderen voldoende verbetering of leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit. Dit vergt meer inspanningen om schoon drinkwater te maken. De doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) moeten in 2027 worden gehaald, maar deze zijn nog lang niet binnen bereik.
De KRW verplicht lidstaten om iedere zes jaar stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) vast te stellen, met resterende opgaven en bijbehorende maatregelen. Eind 2020/ begin 2021 moeten de ontwerp SGBP's voor de periode tot 2027 gereed zijn om ter inzage te kunnen worden gelegd. Tegelijk wordt het ontwerp Nationaal Water Programma (NWP) ter inzage gelegd met daarin de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Het is van belang dat de verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen, conform de door de Tweede Kamer aangenomen motie Moorlag (nr. 35300-XII-70), prioriteit krijgt in de SGBP's en in het NWP, om de KRW doelen in 2027 te kunnen halen. Daarnaast moet – in lijn met art. 7 van de KRW – worden ingezet op verdere verbetering van de waterkwaliteit om op termijn de zuiveringsinspanning voor drinkwaterproductie te kunnen verlagen.

Het is van belang dat de maatregelen in de verschillende waterplannen en SGBP's bij elkaar samen voldoende zijn om de KRW-doelen tijdig te kunnen halen en verdere kwaliteitsverbetering van drinkwater­bronnen te realiseren. Waar nodig moeten hiervoor aanvullende maatregelen worden bepaald.

De afspraken die eind dit jaar gemaakt worden door de versnellingstafels van de Delta-aanpak Waterkwaliteit moeten hierbij worden meegenomen.
-Licht toe bij de ter inzage legging van de SGBP's en het NWP:

    • hoe in de nieuwe KRW-plannen prioriteit gegeven wordt aan de verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen conform de motie Moorlag, inclusief nieuwe bedreigingen en de invloed van klimaatverandering;
    • hoe de bestuurlijke afspraken van de versnellingstafels van de Delta-aanpak Waterkwaliteit   – waar relevant – verwerkt zijn in de KRW-plannen;
    • of de maatregelen in de verschillende KRW-plannen samen voldoende zijn om de KRW-doelen voor drinkwaterbronnen te kunnen halen, en waar eventueel aanvullende maatregelen nodig zijn.

Onderzoek PFAS-verontreinigingen in grondwaterbronnen

In het AO Water van juni jl. is gesproken over de door RIVM voorgestelde Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV's) voor PFAS. INEV's zijn bedoeld om de noodzaak voor herstel­maatregelen voor bodem en grondwater te kunnen beoordelen. Deze voorgestelde INEV's zijn echter veel hoger dan de van toepassing zijnde indicatieve richtwaarden voor drinkwater zelf. Hierdoor kan op locaties waar PFAS aanwezig zijn in grondwater boven deze richtwaarde voor drinkwater maar onder het niveau van de INEV's ten onrechte geconcludeerd worden dat er geen sprake is van knelpunten voor de drinkwatervoorziening en dat geen herstelmaatregelen nodig zijn. Om te borgen dat drinkwaterbedrijven aan de indicatieve richtwaarden voor PFAS in drinkwater kunnen voldoen moeten de INEV's als trigger­waarde voor herstelmaatregelen voor grondwater gelijkgesteld worden aan de normen voor PFAS in drinkwater zelf. Naar aanleiding van de discussie hierover in de Kamer is in de brief van de Staats­secretaris van 1 juli over het PFAS-handelingskader aangekondigd dat onderzoek zal plaatsvinden naar uitloging naar grondwater en de relatie met de KRW-doelstellingen. Vewin is van mening dat de INEV's niet definitief vastgesteld dienen te worden alvorens dit onderzoek is afgerond en de Kamer daarover is geïnformeerd.
-Neem geen stappen in het vaststellen van de INEV's voor PFAS voordat de Tweede Kamer is geïnformeerd over de resultaten van het aangekondigde onderzoek naar grondwater


Financiering stijgende investeringen

De investeringen van de drinkwaterbedrijven stijgen fors in de komende jaren maar de ruimte om te investeren wordt ingeperkt door de WACC, die een maximum stelt aan de vergoeding die de drink­waterbedrijven mogen betalen aan financiers. De investeringen van de drinkwaterbedrijven moeten stijgen als gevolg van de energietransitie, duurzaamheid, een stijgende (piek)watervraag als gevolg van o.a. klimaat (droge zomers), de ontwikkeling van een robuust watersysteem en de stijgende vervangings­opgave van ondergrondse infra. De wijze van berekening van de WACC werkt echter belemmerend bij het aantrekken van financiering voor deze investeringen. De WACC is in de afgelopen jaren fors gedaald waardoor het steeds moeilijker is voor de drinkwaterbedrijven om te (blijven) voldoen aan de ratio's die banken eisen voor hun financiering. De minister heeft bij de evaluatie van de Drinkwaterwet aangegeven dat de berekeningsmethodiek van de WACC beter moet aansluiten op de financieringspraktijk van de drinkwaterbedrijven en de efficiënte bedrijfsvoering niet moet belemmeren. De minister heeft de eerste stap gezet met het in consultatie brengen van een wetsvoorstel, maar de belangrijkste verbetering van de WACC methodiek is voorzien in de wijzigingen van de Drinkwaterregeling en het Drinkwaterbesluit. Het is van belang dat deze nieuwe berekeningsmethodiek tijdig, dat wil zeggen per volgende reguleringsperiode ingaande 2022, wordt geïmplementeerd door aanpassing van Drinkwaterwet, - Besluit en -Regeling.
-De wijziging van de WACC methodiek teneinde de stijgende investeringen van de drinkwaterbedrijven niet te belemmeren moet tijdig worden geïmplementeerd, dat wil zeggen vóór de komende reguleringsperiode ingaande 2022.

Download standpunt

Tags by dit artikel

Delen via: