CD Mestbeleid 25 april
Terug 3 april 2024

CD Mestbeleid 25 april

​Drinkwaterbronnen staan onder druk

De kwaliteit van drinkwaterbronnen staat in toenemende mate onder druk en is de afgelopen jaren niet significant verbeterd. Verontreinigingen afkomstig uit de landbouw, industrie en huishoudens zorgen ervoor dat de kwaliteit van drinkwaterbronnen juist slechter wordt. Drinkwaterbedrijven hebben steeds meer te maken met de aanwezigheid van verschillende stoffen in het oppervlaktewater of grondwater dat zij gebruiken om drinkwater van te maken. Het uiterlijk in 2027 bereiken van de afgesproken doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water is hierdoor ernstig in gevaar. Ook worden de zuiveringsinspanningen om drinkwater te maken steeds groter, terwijl de KRW juist een verlaging van deze inspanning tot doel stelt.

In haar rapport over de Kaderrichtlijn Water 'Goed water, goed geregeld' (11 mei 2023) concludeert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) dat met het huidige Nederlandse beleid de doelen van de Kaderrichtlijn Water in 2027 redelijkerwijs niet meer gehaald kunnen worden. Zonder aangescherpte beleidsaanpak zal dit ook na 2027 waarschijnlijk niet lukken. Daarnaast concludeert de raad dat provincies, waterschappen en gemeenten nog nauwelijks invulling geven aan hun wettelijke zorgplicht voor de bescherming van drinkwaterbronnen.

Een van de specifieke issues voor drinkwaterbronnen is dat bij veel grondwaterwinningen voor drink-waterproductie sprake is van hardnekkige problemen die samenhangen met de belasting door nitraat.

Doelen drinkwaterbronnen

Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moet in 2027 voldaan zijn aan de KRW-normen in al het oppervlaktewater bestemd voor drinkwaterproductie, en moeten daarnaast de normen uit de Grondwaterrichtlijn (GWR) worden gehaald in alle grondwaterlichamen in Nederland. Voor nitraat is de KRW- en GWR-norm 50 mg/l. Specifiek voor drinkwaterbronnen is daarnaast opgenomen dat ze zodanig beschermd moeten worden dat de kwaliteit van de bronnen niet verslechtert, en dat de zuiveringsinspanning die nodig is om drinkwater te maken verlaagd moet kunnen worden.

Daarnaast is er een nationaal doel vastgesteld voor nitraat in drinkwaterbronnen. In de Bestuurs-overeenkomst nitraat in grondwaterbeschermingsgebieden die in 2017 is gesloten tussen LNV, IenW, IPO, LTO en Vewin is afgesproken dat in 34 kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden (waar water wordt onttrokken voor drinkwaterproductie) de nitraatconcentraties in het ondiepe grondwater uiterlijk in 2025 blijvend onder de wettelijke norm van 50 mg/l moeten zijn. Hiervoor is een (vrijwillige) gebiedsgerichte aanpak uitgewerkt, die gedeeltelijk resultaat heeft gehad. Uit onderzoek van KWR en CLM (2022) blijkt dat het doel in een groot deel van de gebieden met deze aanpak naar verwachting niet bereikt zal worden. Hiervoor zijn aanvullende maatregelen nodig die niet onder de aanpak van de bestuursovereenkomst vallen.

Nationaal programma landelijk gebied

Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) biedt kansen voor een betere bescherming van de bronnen voor drinkwaterproductie, ingepast in een toekomstbestendig ingericht landelijk gebied. Eén van de doelen van het NPLG is om de doelen uit de KRW en de Nitraatrichtlijn via gebiedsgerichte programma's te realiseren. In het kader van de bestuursovereenkomst nitraat hebben de deelnemende organisaties dan ook geadviseerd de aanpak van de bestuursovereen­komst te laten landen in het NPLG en daarbinnen de uitvoering voort te zetten.

Gezien de grote opgaven waar de drinkwatersector voor staat pleit Vewin ervoor dat de verbetering van de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwaterbronnen prioriteit krijgt in het NPLG. Dit kan goed door het opnemen van een nieuwe structurerende keuze die zich richt op drinkwaterbronnen. Het Rijk moet zo aan de provincies meegeven dat het halen van de (KRW‑)doelen bij drinkwaterbronnen onderdeel moet zijn van de provinciale gebiedsprogramma's en met prioriteit moet worden gerealiseerd. Hiervoor is het ook van belang dat de specifieke doelen voor de verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen expliciet worden opgenomen in het NPLG. Algemene verwijzingen naar KRW-doelen, zoals nu gebeurt, geven te weinig houvast.

  • Geef de verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen prioriteit in het NPLG. Neem in het verlengde van de keuzes in Water en bodem sturend een nieuwe structurerende keuze op in het NPLG die zich richt op 'Bescherming kwaliteit en beschikbaarheid drinkwaterbronnen'.
  • Geef expliciet aan de provincies mee dat het halen van de (KRW-)doelen bij drinkwaterbronnen onderdeel moet zijn van de provinciale gebiedsprogramma's. Beschermde gebieden voor drink-waterproductie moeten aangewezen worden als prioritaire gebieden met een urgente opgave.
  • Neem de bestaande specifieke doelen voor het tegengaan van de verontreiniging van drink-waterbronnen* als randvoorwaarde op in het NPLG, conform de motie De Groot en Van Campen.
  • Relevante doelen voor nitraat zijn:
    • In 2025: blijvend voldoen aan de nitraatnorm van 50 mg/l in het grondwater binnen grondwaterbeschermingsgebieden (deelnemend aan de bestuursovereenkomst nitraat);
    • In 2027: voldoen aan de KRW-normen in al het oppervlaktewater bestemd voor drinkwaterproductie, en voldoen aan de GWR-normen in alle grondwaterlichamen in Nederland (dit is 50 mg/l voor nitraat);
    • Continu: geen verslechtering van de waterkwaliteit in oppervlaktewater en grondwater bestemd voor drinkwaterproductie. Op termijn verbetering van deze waterkwaliteit zodat de zuiveringsinspanning voor drinkwaterproductie kan worden verlaagd.

Het is ondertussen duidelijk geworden dat het doel voor 2025 voor nitraat met de huidige aanpak niet meer tijdig gehaald zal worden (in elk geval niet overal). Er is daarom stevige aanvullende inzet nodig. Het Rijk moet duidelijk aangeven hoe zij het generieke beleid gaat aanscherpen om bij te dragen aan het halen van alle doelen. In de provinciale gebiedsprogramma's moet hiervoor een pakket van maatregelen worden opgenomen waarmee de kwaliteitsdoelen aantoonbaar kunnen worden gehaald.

  • Geef aan hoe het generieke beleid wordt aangescherpt om de doelen bij drinkwaterbronnen (tijdig) te bereiken.
  • Zorg dat in de gebiedsprogramma's een samenhangend en afrekenbaar maatregelenpakket wordt opgenomen, gericht op tijdige KRW-doelrealisatie bij drinkwaterbronnen en het halen van de specifieke doelen voor nitraat.


Download standpunt

Tags by dit artikel
Delen via:

Meer informatie

Arjen Frentz
 

Arjen Frentz

070 34 90 890

[email protected]
Mirja Baneke
 

Mirja Baneke

070 349 0892

[email protected]