Kaderrichtlijn Water
25 mei 2023

Kaderrichtlijn Water

Drinkwaterbronnen staan onder druk

De kwaliteit van drinkwaterbronnen staat in toenemende mate onder druk en is de afgelopen jaren niet significant verbeterd. Verontreinigingen afkomstig uit de landbouw, industrie en huishoudens zorgen ervoor dat de kwaliteit van drinkwaterbronnen eerder slechter wordt. Het uiterlijk in 2027 bereiken van de afgesproken doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water is daardoor ernstig in gevaar.

Uit verschillende rapporten (zoals de Nationale Analyse Waterkwaliteit (PBL, 2020) en het RIVM rapport Staat drinkwaterbronnen (2020)) blijkt dat in een groot deel van de winningen voor drinkwaterproductie probleemstoffen in normoverschrijdende concentraties worden aangetroffen. Daarnaast is ‘vergrijzing’ van het grondwater een toenemend probleem: lage concentraties van een cocktail van stoffen zijn vrijwel overal aanwezig. Het is duidelijk dat er een stevige inzet nodig is om de waterkwaliteit van drinkwaterbronnen te verbeteren. Niet alleen om te kunnen voldoen aan de waterkwaliteitsnormen uit de KRW, maar ook omdat in de KRW staat dat drinkwaterbronnen zodanig beschermd moeten worden dat de kwaliteit niet verslechtert en de zuiveringsinspanning die nodig is om drinkwater te maken vermindert.

RLI advies ‘goed water, goed geregeld’

In haar rapport over de Kaderrichtlijn Water ‘Goed water, goed geregeld’ (11 mei 2023) concludeert de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) dat met het huidige Nederlandse beleid de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 redelijkerwijs niet meer gehaald kunnen worden. Sterker nog, volgens de raad zijn de KRW-doelen ook na 2027 waarschijnlijk niet te realiseren zonder aangescherpte beleidsaanpak. Daarnaast concludeert de raad dat provincies, waterschappen en gemeenten nog nauwelijks invulling geven aan hun wettelijke zorgplicht voor de bescherming van drinkwaterbronnen.

De raad doet aanbevelingen voor aanscherping van het Nederlandse KRW-beleid om de doelen zo snel mogelijk te realiseren en vervolgens te behouden. Voor de drinkwatersector relevante aanbevelingen zijn:
  1. Zorg voor een betere doorwerking van de KRW op alle relevante beleidsterreinen en tref hiervoor verplichtende maatregelen;
  2. Reserveer voldoende fysieke ruimte voor drinkwaterwinning;
  3. Verminder de nutriëntenconcentratie in grond- en oppervlaktewater;
  4. Laat de KRW-doelen doorwerken in de wetgeving voor bestrijdingsmiddelen, prioritaire stoffen, medicijnresten etc.

De aanbevelingen van Rli sluiten goed aan bij de inzet van Vewin op het gebied van het beschermen van drinkwaterbronnen. Vewin is van mening dat alles op alles gezet moet worden om de KRW doelen zo snel mogelijk te halen.

  • Zet alles op alles om de KRW doelen uiterlijk in 2027 te halen, conform de hoofddoelstelling van de KRW. Geef hierbij prioriteit aan het verbeteren van de kwaliteit van drinkwaterbronnen.

Nationaal Programma Landelijk Gebied

Een belangrijk doel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied is om de Europese verplichtingen uit de KRW en de Nitraatrichtlijn via gebiedsgerichte programma’s te realiseren. Vewin bepleit dat de verbetering van de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwaterbronnen prioriteit krijgt in het NPLG. Hiervoor is het van belang dat het Rijk aan de provincies meegeeft dat het halen van de KRW doelen bij drinkwaterbronnen een belangrijke randvoorwaarde is die opgenomen moet worden in de provinciale gebiedsprogramma’s. Vooralsnog ontbreekt de bescherming van drinkwaterbronnen als belangrijke structurerende keuze in de ontwikkeldocumenten van het NPLG. Ook ontbreken bestaande specifieke doelen voor drinkwaterbronnen op het gebied van nitraat en bestrijdingsmiddelen. Hierover heeft de Tweede Kamer in maart ‘23 een motie van De Groot en Van Campen aangenomen, die oproept om deze bestaande doelen wel als randvoorwaarden mee te nemen in het NPLG.

  • Geef de verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen prioriteit in het NPLG. Neem maat-regelen op om de KRW-doelen in (grondwater)beschermingsgebieden uiterlijk in 2027 te halen;
  • Veranker de bestaande doelen voor het tegengaan van de verontreiniging van drinkwater-bronnen met nitraat en bestrijdingsmiddelen in het NPLG, conform de motie De Groot en Van Campen.

Opkomende stoffen (vergunningen/lozingen)

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn een risico voor de volksgezondheid en bronnen van drinkwater. In 2020 is afgesproken dat de bevoegde gezagen in beeld brengen welke ZZS in Nederland worden gebruikt en geloosd. Tegelijk zou in beeld worden gebracht hoe deze ZZS in vergunningen zijn opgenomen en wat bedrijven hebben gedaan om te voldoen aan hun verplichting om de emissies te minimaliseren. Einddatum voor oplevering was begin 2022. Nu, zomer 2023, is dit nog steeds niet afgerond. Met name de (indirecte) lozingen van ZZS stoffen inclusief PFAS op het afvalwatersysteem zijn nog steeds niet in beeld, laat staan dat daar adequate maatregelen zijn genomen.

Door de minister van IenW is in 2022 toegezegd om vergunningen voor lozingen van PFAS per direct te toetsen aan de door het RIVM geadviseerde richtwaarde van maximaal 4,4 nanogram PFOA equivalenten (PEQ) per liter om de innamepunten voor drinkwater te beschermen. Ondanks moties van de Tweede Kamer is er nog steeds geen overzicht van lozingen en geen zicht op de voortgang.

  • Borg dat Rijkswaterstaat, de waterschappen en omgevingsdiensten voor de zomer van 2023 aangeven hoe ZZS emissies wél in beeld komen en hoe/ wanneer deze worden geminimaliseerd.

Ketenaanpak medicijnresten uit water

De Ketenaanpak medicijnresten uit water heeft als doel om medicijnresten in het water terug te dringen. Eind 2022 is deze aanpak door Berenschot en Arcadis geëvalueerd. Belangrijkste conclusies zijn dat de effectiviteit van de ketenaanpak kan verbeteren door meer te sturen op doelen, een betere (inter-) bestuurlijke borging, en structurele ondersteuning bij het opstellen van een nieuw uitvoeringsprogramma en het inrichten van een plannings- en verantwoordingscyclus. Vewin steunt deze conclusies. Belangrijk doel is de snelle uitvoering van de ambities rond de implementatie van 4e trapszuiveringen bij RWZI’s.

  • Streef in het nieuwe uitvoeringsprogramma van de Ketenaanpak medicijnresten uit water naar concrete doelen en indicatoren;
  • Zorg voor bestuurlijke sturing op dit uitvoeringsprogramma via het Bestuurlijk Overleg Water.

Toelating van stoffen, toezicht en handhaving

Zoals Rli ook aangeeft in haar advies blijkt uit verschillende rapporten dat een deel van de water-kwaliteitsproblemen wordt veroorzaakt doordat de toelating van stoffen onvoldoende is afgestemd op het waterkwaliteitsbeleid. Gehanteerde normen bij de toelating van bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen zijn minder streng dan de waterkwaliteitsnormen uit de Kaderrichtlijn Water. Dit moet beter op elkaar worden afgestemd. Naast het nemen van nieuwe maatregelen is ook meer aandacht nodig voor toezicht en handhaving van bestaande maatregelen.

  • Onderneem actie om de normen voor de toelating van stoffen beter af te stemmen op de KRW-normen, zoals voor bestrijdingsmiddelen conform de afspraak uit het coalitieakkoord;
  • Zet steviger in op effectief toezicht en handhaving van huidig beleid en regelgeving. Focus hierbij op de bescherming van drinkwaterbronnen.

Download standpunt

Tags by dit artikel
Delen via:

Meer informatie

Mirja Baneke
 

Mirja Baneke

070 349 0892

[email protected]
Arjen Frentz
 

Arjen Frentz

070 34 90 890

[email protected]