WGO Water 29 januari 2024
Terug 9 januari 2024

WGO Water 29 januari 2024

Actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen 2023 - 2023

De drinkwaterbedrijven hebben te maken met een toenemende drinkwatervraag door bevolkingsgroei, economische groei, en regionaal stedelijke uitbreiding. Alle tien drinkwaterbedrijven hebben vóór 2030 extra productiecapaciteit nodig, in een aantal gevallen al nu of op zeer korte termijn (RIVM, april 2023). Het is helemaal niet zeker dat dit tijdig lukt. Integendeel, drinkwaterbedrijven lopen tegen steeds meer juridische en bestuurlijke belemmeringen aan bij de vergunningverlening. Zonder snelle actie van alle betrokken partijen, in het bijzonder provincies en Rijk, ontstaan in steeds meer regio’s knelpunten bij het verzekeren van de drinkwatervoorziening en kunnen drinkwaterbedrijven niet aan de tot 2030 stijgende vraag naar drinkwater voldoen. Veel van de beoogde 900.000 nieuwe woningen zijn voorzien in regio’s waar knelpunten op korte of langere termijn dreigen. Aan bedrijven moet nu soms al ‘nee’ worden verkocht.

In de nota Water en bodem sturend staat “Voor de korte termijn krijgt het drinkwaterbelang daar waar nodig en onder strikte voorwaarde prioriteit, vanwege de leveringsplicht van drinkwaterbedrijven en de zorgplicht van overheden.” Dit beleid moet nu concreet worden uitgevoerd. Vewin en IPO stellen samen met IenW een Actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen 2023 – 2030 op. Ze brengen de knelpunten helder in kaart, inclusief mogelijke oplossingen en acties. Het is zaak de prioriteit, die Water en bodem sturend toekent aan de drinkwatervoorziening, in daden om te zetten en te komen tot doorbraken. De drinkwatersector vraagt hierbij van de minister van IenW een actieve invulling van de systeemverantwoordelijkheid voor de drinkwatervoorziening. Bijvoorbeeld door te verduidelijken hoe drinkwater als “dwingende reden van groot openbaar belang” concreet prioriteit kan krijgen t.o.v. andere belangen, zoals natuur. Daar hoort ook bij de bereidheid andere overheden aan te spreken op hun zorgplicht en zo nodig nationaal te voorzien in extra maatregelen of (nood)regelgeving.

Waarborg de leveringszekerheid van drinkwater via het Actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen 2023 – 2030:
  • geef actief invulling aan de systeemverantwoordelijkheid van het Rijk voor de openbare drinkwatervoorziening;
  • verduidelijk en waarborg dat drinkwater als ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ prioriteit krijgt in de belangenafweging;
  • spreek provincies en andere overheden aan op hun zorgplicht voor de openbare drinkwatervoorziening;
  • voorzie zo nodig nationaal in extra maatregelen of (nood)regelgeving.


Kaderrichtlijn water (KRW) & grip op lozingen

De druk op de kwaliteit van de drinkwaterbronnen door verontreinigingen afkomstig uit de landbouw, industrie en huishoudens is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Dit vergt extra inspanningen van drinkwaterbedrijven om schoon en veilig drinkwater te blijven produceren. Dit terwijl de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt dat de zuiveringsinspanning om drinkwater te maken juist verminderd moet kunnen worden. Uit verschillende rapporten1 blijkt dat in een groot deel van de winningen voor drinkwaterproductie probleemstoffen in normoverschrijdende concentraties worden aangetroffen. Daarnaast is ‘vergrijzing’ van het grondwater een toenemend probleem: lage concentraties van een cocktail van stoffen zijn vrijwel overal aanwezig. Stevige inzet is nodig om de waterkwaliteit van drinkwaterbronnen te verbeteren. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) stelde in haar briefrapport over de KRW (mei 2023) dat met het huidige Nederlandse beleid de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 redelijkerwijs niet meer gehaald kunnen worden. De Rli concludeert ook dat overheden nog nauwelijks invulling geven aan hun wettelijke zorgplicht voor de bescherming van drinkwaterbronnen. Voor de drinkwatersector relevante aanbevelingen van de Rli zijn:
• Zorg voor een betere doorwerking van de KRW op alle relevante beleidsterreinen en tref hiervoor verplichtende maatregelen;
• Reserveer voldoende fysieke ruimte voor drinkwaterwinning;
• Verminder de nutriëntenconcentratie in grond- en oppervlaktewater;
• Laat de KRW-doelen doorwerken in de wetgeving voor bestrijdingsmiddelen, prioritaire stoffen, medicijnresten etc.

Rijk en regio zijn begin 2023 een gezamenlijk KRW-impulsprogramma gestart. Door het maken van aanvullende afspraken en uitvoeren van nieuwe maatregelen willen ze de kans op het alsnog halen van de KRW-doelen vergroten. De aanbevelingen van Rli en de doelen van het Impulsprogramma KRW sluiten goed aan bij de inzet van Vewin op het gebied van het beschermen van drinkwaterbronnen. Bij de aanpak van verontreinigende stoffen in het impulsprogramma is het van belang om ook de stoffen die relevant zijn voor drinkwater mee te nemen.

  • Zet alles op alles om de KRW doelen uiterlijk in 2027 te halen, conform de hoofddoelstelling van de KRW. Geef hierbij prioriteit aan het verbeteren van de kwaliteit van drinkwaterbronnen.

Lozingen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) leiden nog regelmatig tot innamestops van oppervlaktewater voor de productie van drinkwater. Met de toenemende droogte en lage rivierafvoeren wordt dit probleem naar verwachting alleen maar groter. Het is daarom belangrijk dat beleidsvoornemens gericht op het beter in beeld krijgen en minimaliseren van de emissie van ZZS stoffen, worden vertaald in aangescherpte vergunningsvoorwaarden en voldoende toezicht.

  • Zorg voor een integraal overzicht van alle lozingen van PFAS en ZZS stoffen op oppervlaktewater, uiterlijk in december 2024;
  • Zorg voor periodieke actualisatie van vergunningen voor lozingen van ZZS stoffen gericht op minimalisatie van emissies;
  • Minimaliseer via aanscherping van vergunningen zo snel mogelijk, vooruitlopend op het Europese verbod, de emissies van PFAS.

De adviescommissie Van Aartsen bracht in maart 2021 het rapport ‘Om de leefomgeving’ uit. De conclusie was dat het slecht gesteld is met het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het ontbreekt de omgevingsdiensten aan kennis, capaciteit en doorzettingsmacht. Het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel is een eerste stap om deze problemen op te lossen.

  • Zorg voor extra capaciteit en kennisontwikkeling bij omgevingsdiensten inclusief voldoende financiering;

Zorgplicht drinkwater

In de Drinkwaterwet staat dat de openbare drinkwatervoorziening volksgezondheid, welzijn én welvaart dient. Nu al komt de drinkwatervoorziening voor bedrijven soms in de knel. De reikwijdte van de wettelijke zorgplicht van overheden voor de drinkwatervoorziening is onderwerp van discussie in het kader van de uitvoering van de Beleidsnota Drinkwater. De zorgplicht van overheden is een direct uitvloeisel van de leveringsplicht van de drinkwaterbedrijven. Tot nu toe heeft er nooit twijfel over bestaan dat deze leveringsplicht en zorgplicht ook gelden voor leveringen van drinkwater aan zakelijke klanten. Indien deze interpretatie zou veranderen en drinkwaterbedrijven niet langer kunnen voorzien in de behoefte van zakelijke klanten en deze – als dat al mogelijk is – eigen voorzieningen gaan treffen schaadt dat het doelmatig zoetwaterbeheer, leidt dat tot onderbenutting van de publieke infrastructuur (met kostenafwenteling naar huishoudens) en levert dat risico’s op voor economie en werkgelegenheid. De drinkwatersector bepleit in de wet te verduidelijken dat drinkwaterbedrijven een brede leveringsplicht hebben, ook voor bedrijven die water van drinkwaterkwaliteit nodig hebben, en overheden een zorgplicht die daarmee in verhouding is.

  • Verduidelijk dat de wettelijke leveringsplicht van drinkwaterbedrijven en zorgplicht van overheden gelden voor huishoudens én bedrijven die drinkwaterkwaliteit nodig hebben.

Financieringsruimte (WACC)

In de Drinkwaterwet wordt de vergoeding voor het eigen en vreemd vermogen bij drinkwaterbedrijven begrensd aan de hand van de gewogen vermogenskostenvoet (ook wel weighted average cost of capital, of WACC). De WACC wordt driejaarlijks vastgesteld. In 2024 wordt onderzocht en vastgesteld wat het WACC- percentage voor de komende reguleringsperiode (2025-2027) zal zijn. In de komende jaren moeten de drinkwaterbedrijven fors meer investeren. De WACC-regelgeving houdt op dit moment onvoldoende rekening met de sterk gestegen investeringsbehoefte en de steeds strengere eisen van de banken. Gebrek aan financieringsruimte vormt daarmee een struikelblok voor het uitvoeren van de wettelijke taak van drinkwaterbedrijven. Dat verschilt weliswaar per bedrijf maar de urgentie is veelal groot.

Vewin onderschrijft de conclusie van een extern rapport (Rebel) dat het huidige cost+ reguleringsmodel op hoofdlijnen naar behoren werkt, dat geen systeemwijzigingen nodig zijn en dat oplossingen vooral (moeten) worden gezocht in preventieve maatregelen. Rebel adviseert een aantal interventies om financiering van de investeringsopgave en daarmee de veiligstelling van de drinkwatervoorziening op langere termijn te borgen. De drinkwatersector vraagt om snelle uitwerking.

  • Zorg via aanpassing van de Drinkwaterregeling voor een zodanige verhoging van de WACC per 1 januari 2025 dat de drinkwaterbedrijven voldoende mogelijkheden hebben voor reserveringen voor en financiering van (toekomstige) investeringen;
  • Geef de drinkwaterbedrijven en hun aandeelhouders in het eerste kwartaal van 2024 duidelijkheid over de ruimte die met ingang van 2025 wordt geboden;
  • Werk voortvarend aan verbetermogelijkheden voor de langere termijn, die wijziging van de Drinkwaterwet behoeven.

Waterveiligheid

In de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Als afgeleide hiervan is in de Beleidsnota Drinkwater 2021 de ambitie opgenomen dat het risico op verstoring van de drinkwatervoorziening door overstromingen minimaal moet zijn, zodat de (nood)drinkwatervoorziening kan blijven functioneren conform de drinkwaterregelgeving. Voorts staat aangegeven dat de eisen die de Drinkwaterwet stelt aan continuïteit van de drinkwatervoorziening voldoen om de waterrobuustheid te borgen. Belangrijke randvoorwaarde is dat de overheid investeert in waterveiligheid, ofwel dijkversterking. Hierbij moeten met prioriteit die trajecten worden opgepakt waarmee de kans op een overstroming - en daarmee uitval - van vitale infrastructuur wordt verkleind. Immers, uitval van vitale infrastructuur – zoals een drinkwaterpompstation – leidt tot maatschappelijke ontwrichting.

Specifiek gaat het hierbij om pompstation Bergambacht. Vanuit Bergambacht worden 1,3 miljoen mensen in de Randstad voorzien van drinkwater. Op dit moment is de kans van overstroming van Bergambacht 1 op 200. Dit is een hoge kans met catastrofale impact, nl. langdurige uitval van drinkwater van minimaal een half tot één jaar in het westelijke deel van Zuid- Holland (Haaglanden e.o.). De watervoorraad van Dunea in het duin is nl. beperkt en ook de buurbedrijven Oasen en Waternet worden geraakt.

Door met prioriteit dit dijktraject (15-2) aan te pakken wordt de kans op een overstroming teruggebracht van 1 op 200 naar 1 op 3000. Tot op heden wordt dit door het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) niet gedaan i.v.m. andere prioriteiten. Vewin pleit ervoor dat het ministerie van IenW - vanuit haar systeemverantwoordelijkheid voor de drinkwatervoorziening en vanuit de dwingende reden van groot openbaar belang die aan de veiligstelling van de drinkwatervoorziening is toegekend - de dijkversterking van traject 15-2 prioriteert in de programmering van de dijkversterkingstrajecten.

  • Prioriteer de versterking van dijktraject 15-2 om daarmee de kans op een overstroming van drinkwaterpompstation Bergambacht te verkleinen en daarmee de drinkwatervoorziening aan 1,3 miljoen mensen in de Randstad (Haaglanden e.o.) zoveel als mogelijk veilig te stellen.

Bescherm drinkwater tegen hittestress

De dreiging van hittestress door klimaatverandering en verharding kan in drinkwaterleidingen de drinkwatertemperatuur boven de veilige limiet van 25 graden Celsius brengen. Dit vormt een potentieel risico voor de volksgezondheid, met name door de mogelijkheid van legionellabesmetting. Vewin benadrukt de noodzaak voor een hitte- en klimaat bestendige drinkwaterinfrastructuur, vergelijkbaar met de klimaatbestendige energie-infrastructuur in de herijking van de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). De ambitie in de landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving moet dienen als leidraad in de herijking van de NAS, en niet beperkt blijven tot nieuwbouw.

  • Neem in de herijking van de NAS hittestress als specifieke uitdaging in relatie tot de opwarming van drinkwater op.
  • Stel concrete doelen in de NAS voor de herinrichting van de fysieke leefomgeving, gericht op het handhaven van de drinkwatertemperatuur onder de 25 graden Celsius.

1 Nationale Analyse Waterkwaliteit (PBL, 2020) en het RIVM rapport Staat drinkwaterbronnen (2020)

Download standpunt

Tags by dit artikel
Delen via:

Meer informatie

Arjen Frentz
 

Arjen Frentz

070 34 90 890

[email protected]
Gerelateerd aan dit standpunt