Klik op een blauw label voor de toelichting.
Bestrijdingsmiddelen worden ook door particulieren gebruikt in tuinen en als diergeneesmiddel (bijvoorbeeld tegen luizen). Een deel van de bestrijdingsmiddelen komt na gebruik terecht in het gronden oppervlaktewater. In vrijwel alle oppervlaktewater - winningen en in bijna een kwart van de grondwaterwinningen voor drinkwaterproductie worden bestrijdingsmiddelen boven de norm aangetroffen. Daarnaast vinden we op steeds meer plekken in het grondwater lagere concentraties van verschillende bestrijdingsmiddelen. In Nederland mogen alleen bestrijdingsmiddelen verkocht worden die veilig zijn voor mens, dier en milieu. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of bestrijdingsmiddelen bij juist gebruik veilig zijn. Maar dit toelatingsbeleid is niet goed genoeg afgestemd op de normen van de KRW. Mede hierdoor kunnen bestrijdingsmiddelen leiden tot overschrijdingen van KRW-normen in drinkwaterbronnen (gronden oppervlaktewater). Vewin pleit ervoor om de toelating van bestrijdingsmiddelen snel beter af te stemmen op de KRW-normen. Ook is er meer aandacht nodig voor toezicht en handhaving van bestaande maatregelen die moeten voorkomen dat bestrijdingsmiddelen in drinkwaterbronnen terechtkomen. Mensen moeten beter bewust gemaakt worden van de regels en verboden rond het gebruik van bestrijdingsmiddelen, zeker als dat in de buurt is van drinkwaterbronnen.
Meer informatie op vewin.nl ›Stikstofverbindingen in de lucht, zoals ammoniak (uit veeteelt) en stikstofoxiden (uit verkeer en industrie), zijn schadelijk voor de natuur en gezondheid. Een overschot aan stikstof is slecht voor de biodiversiteit doordat plantsoorten die van stikstof houden de soorten overwoekeren die minder stikstof nodig hebben. Dit zorgt voor een verstoring van het evenwicht in de natuur, wat weer negatieve effecten kan hebben op de kwaliteit van de bodem en het grondwater.
Meer informatie op vewin.nl ›Medicijnresten vormen een groeiend probleem voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater. Dit komt vooral door toenemend medicijngebruik vanwege de ‘vergrijzing’ van de Nederlandse bevolking. Jaarlijks komt minimaal 190 ton aan medicijnresten via de urine en ontlasting van mensen in het riool en na gedeeltelijke zuivering bij rioolwaterzuiveringsinstallaties in het oppervlaktewater terecht. 95% komt via huishoudens in het riool terecht. Via het riool worden de medicijnresten naar een rioolwaterzuivering getransporteerd. Het verschilt per stof of, en in welke mate, de bestaande rioolwaterzuiveringen medicijnresten kunnen verwijderen. In november 2024 is de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater herzien. Deze stelt dat binnen 20 jaar de grotere rioolzuiverings - installaties extra zuiveringsstappen moeten toevoegen om onder andere medicijnresten uit afvalwater te verwijderen. Vewin pleit ervoor om als eerste aanvullende zuivering te plaatsen bij rioolwaterzuiveringsinstallaties die de kwaliteit van bronnen voor drinkwater beïnvloeden.
Meer informatie op vewin.nl ›Ongeveer 6% van ons drinkwater wordt gemaakt van oevergrondwater. Oevergrondwater is een mengvorm van gronden oppervlaktewater. Bij de winning van oevergrondwater bevinden de winputten zich relatief dicht bij een rivier, en wordt het rivierwater door de bodem naar een winput getrokken. De kwaliteit van het water dat wordt onttrokken wordt dus beïnvloed door de kwaliteit van het rivierwater en van het omringende grondwater.
Ongeveer 34% van ons drinkwater wordt gemaakt van oppervlaktewater. Dit oppervlaktewater komt met name uit de Rijn, het IJsselmeer en de Maas. De Rijn is vooral een smeltwaterrivier. De Maas is een regenrivier. Het water in onze oppervlaktewateren is dus voor een deel neerslag afkomstig uit andere Europese landen. De Drentsche Aa, ook een drinkwaterbron, wordt aangevuld door regenwater dat valt op het Drents Plateau. Een deel van het oppervlaktewater wordt eerst opgeslagen in bekkens en vervolgens direct gezuiverd om er drinkwater van te maken. Een ander deel wordt na een voorzuivering getransporteerd naar de duinen in Noorden Zuid-Holland en Zeeland. Daar infiltreert het in de zandbodem. De bodem vormt een natuurlijke zuiveringsstap, waarna het water wordt opgepompt en het verder wordt gezuiverd tot drinkwater.
Ongeveer 60% van ons drinkwater wordt gemaakt van grondwater. Grondwater is (regen)water dat langzaam de ondergrond in is gesijpeld. De bodem zuivert het grondwater op een natuurlijke manier. Daarom is grondwater van nature vrij schoon. Grondwater stroomt door de ondergrond, en neemt onderweg stoffen uit de bodem mee. Als er vervuiling in de grond zit, kan dat mee stromen naar de grondwaterbronnen voor drinkwaterproductie. De ‘vergrijzing’ van het grondwater is een toenemend probleem: lage concentraties van een cocktail van stoffen, waaronder bestrijdingsmiddelen, zijn vrijwel overal aanwezig.
Medicijnresten vormen een groeiend probleem voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater. Dit komt vooral door toenemend medicijngebruik vanwege de ‘vergrijzing’ van de Nederlandse bevolking. Jaarlijks komt minimaal 190 ton aan medicijnresten via de urine en ontlasting van mensen in het riool en na gedeeltelijke zuivering bij rioolwaterzuiveringsinstallaties in het oppervlaktewater terecht. 5% komt via ziekenhuizen en zorginstellingen in het riool terecht. Er bestaan verschillende initiatieven waarbij artsen en patiënten gebruikte medicijnen onderscheppen voordat ze het riool bereiken. Denk aan het via plaszakken verzamelen en apart verwerken van de urine van patiënten, om röntgencontrastmiddelen op te vangen. Omdat de meeste medicijnen thuis worden gebruikt, ligt het voor de hand om de focus te leggen op maatregelen bij de rioolwater - zuivering door middel van het plaatsen van een extra zuiveringsstap.
Meer informatie op vewin.nl ›Regelmatig moeten waterbedrijven de inname van oppervlaktewater stoppen omdat de waterkwaliteit niet goed genoeg is. Dit komt onder andere door ‘opkomende stoffen’: onbekende, niet wettelijk genormeerde stoffen waarvan de schadelijkheid nog niet is vastgesteld. Met de toenemende droogte en lage rivierafvoeren zullen innamestops naar verwachting alleen maar meer voorkomen. Lozingen vergroten de moeilijkheden die Nederland heeft met het tijdig bereiken van de KRW-doelen in uiterlijk 2027. Een verbetering van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is nodig om te zorgen voor een betere waterkwaliteit. Vooral de omgevingsdiensten hebben hier een belangrijke rol in. Vewin pleit voor extra capaciteit en kennisontwikkeling bij omgevings - diensten inclusief bijpassende financiering. Het nieuwe kabinet wil lozingsvergunningen voor zeer zorgwekkende stoffen kritisch toetsen en waar nodig aanscherpen.
Meer informatie op vewin.nl ›Regelmatig moeten waterbedrijven de inname van oppervlaktewater stoppen omdat de waterkwaliteit niet goed genoeg is. Dit komt onder andere door ‘opkomende stoffen’: onbekende, niet wettelijk genormeerde stoffen waarvan de schadelijkheid nog niet is vastgesteld. Ook in grondwater worden opkomende stoffen gevonden. Bedrijven moeten vergunningen hebben voor het lozen van hun afvalwater. Bij het aanvragen van nieuwe vergunningen wordt vanuit de Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM) altijd getoetst op relevantie voor drinkwaterbronnen. Het Handboek Immissietoets bevat sinds 2020 een drinkwatertoets. Deze is er speciaal op gericht om de concentraties van potentieel schadelijke stoffen bij de drinkwater innamepunten te beperken door aanpak van de lozingen op het oppervlaktewater. Bestaande lozingsvergunningen van bedrijven zijn vaak niet up-to-date. Dat betekent dat de lozingen van een groot aantal opkomende stoffen niet in beeld is. Deze maken geen onderdeel uit van een vergunning en zijn dus ook niet toegestaan. Toezicht en handhaving hierop zijn dan ook niet op orde. Vewin pleit ervoor dat er zo snel mogelijk een volledig overzicht komt van alle lozingen van Zeer Zorgwekkende Stoffen en PFAS op oppervlaktewater. Vergunningen moeten worden aangescherpt om te zorgen dat deze lozingen worden teruggedrongen of gestopt. Het nieuwe kabinet wil lozingsvergunningen voor zeer zorgwekkende stoffen kritisch toetsen en waar nodig aanscherpen. Ook wil het bezien of op korte termijn een lozingsverbod van PFAS mogelijk is.
Meer informatie op vewin.nl ›Ook calamiteiten en illegale lozingen vergroten de moeilijkheden die Nederland heeft met het tijdig bereiken van de KRW doelen uiterlijk in 2027. Verbetering van toezicht en handhaving kan ervoor zorgen dat calamiteiten en illegale (drugs)lozingen eerder worden geconstateerd en dat grote(re) waterkwaliteitsproblemen worden voorkomen. Met name de Omgevingsdiensten hebben hier een belangrijke rol in. Vewin pleit dan ook voor extra capaciteit bij Omgevingsdiensten inclusief bijpassende financiering.
Meer informatie op vewin.nl ›Bestrijdingsmiddelen worden door de landen tuinbouw gebruikt voor het beschermen van gewassen tegen ziekten en plagen. Ook worden ze gebruikt voor het bestrijden van plaagdieren en andere schadelijke organismen. Een deel van de bestrijdingsmiddelen komt na gebruik terecht in het gronden oppervlaktewater. In vrijwel alle oppervlaktewaterwinningen en in bijna een kwart van de grondwaterwinningen voor drinkwaterproductie worden bestrijdingsmiddelen boven de norm aangetroffen. Daarnaast vinden we op steeds meer plekken in het grondwater lagere concentraties van verschillende bestrijdingsmiddelen. In Nederland mogen alleen bestrijdingsmiddelen verkocht worden die veilig zijn voor mens, dier en milieu. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of bestrijdingsmiddelen bij juist gebruik veilig zijn. Maar dit toelatingsbeleid is niet goed genoeg afgestemd op de normen van de KRW. Mede hierdoor kunnen bestrijdingsmiddelen leiden tot overschrijdingen van KRW-normen in drinkwaterbronnen (gronden oppervlaktewater). Vewin pleit ervoor om de toelating van bestrijdingsmiddelen snel beter af te stemmen op de KRW-normen. Ook is meer aandacht nodig voor het bewust maken van boeren van de regels en verboden rond het gebruik van bestrijdingsmiddelen, zeker als dat in de buurt is van drinkwaterbronnen. Daarnaast moet toezicht op en handhaving van beleid en regelgeving worden verbeterd. Het nieuwe kabinet wil met nationale, bindende convenanten het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen fors beperken.
Meer informatie op vewin.nl ›Grondwater vormt een belangrijke basis voor een betrouwbare drinkwatervoorziening en is een kwetsbare functie in de ondergrond. Incidenten met onder meer zoutwinning en afvalwaterinjectie hebben laten zien dat lekkages bij mijnbouwactiviteiten kunnen leiden tot verontreinigingen in de bodem. Vewin pleit er daarom voor dat bij ondergrondse activiteiten, zoals het winnen van aardwarmte, het voorzorgsprincipe leidend is. Dit sluit aan bij de afspraken in de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) om grondwater te beschermen in waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringvrije zones en Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s). Ook moeten risicovolle activiteiten zoveel mogelijk worden uitgesloten in Nationale Grondwaterreserves (NGR’s) om de kwaliteit van drinkwaterbronnen te waarborgen.
Meer informatie op vewin.nl ›Grondwaterbronnen voor drinkwater bevinden zich tussen de circa 40 en 300 meter diep, geclusterd in waterwingebieden. Dit zijn vaak gebieden in de natuur. In waterwingebieden mag niets gebeuren dat het maken van drinkwater in de weg staat. Dit om te voorkomen dat het grondwater rond de putten verontreinigd raakt. Maar ook de zone om een waterwingebied wordt beschermd: het grondwaterbeschermingsgebied. Risicovolle activiteiten mogen hier niet plaatsvinden om zo de kwaliteit te garanderen van het grondwater waarvan het drinkwater wordt gemaakt. Soms is er een nog ruimere boringvrije zone.
Meer informatie op vewin.nl ›