‘Neem het PFAS-restrictievoorstel snel en onverkort over’
Terug 5 januari 2024

‘Neem het PFAS-restrictievoorstel snel en onverkort over’

Op 7 februari 2023 heeft het European Chemicals Agency ECHA een restrictievoorstel gepubliceerd voor een Europees verbod op PFAS: per- en polyfluoralkylstoffen. Doel hiervan is uiteindelijk een verbod op het gebruik van deze stoffen, om de risico’s voor mens en milieu te beperken. Het voorstel richt zich op de hele groep van PFAS, om vervanging van de ene PFAS door een andere te voorkomen.

Hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer (Vrije Universiteit Amsterdam) doet al 49 jaar onderzoek naar de gevolgen van niet-afbreekbare giftige stoffen, zoals PFAS. Hoe kijkt hij aan tegen het Europese restrictievoorstel zoals dat mede door Nederland is ingediend?

De Boer: ‘Vooropgesteld: ik ben natuurlijk blij dat dit voorstel er nu ligt, ik maak me al jaren ernstig zorgen over de gevolgen van dit soort stoffen. Ik hoop vooral dat dit verbod er snel komt en dat het voorstel in de inspraakronde niet te veel wordt uitgekleed. PFAS wordt in enorme hoeveelheden gemaakt en dat maakt het juist zo gevaarlijk. Het lijkt daarin op eerdere breed ingezette persistente toxische probleemstoffen, zoals PCB’s of DDT. Nog steeds heeft elke moeder ter wereld DDT in haar moedermelk, 50 jaar nadat dit landbouwgif werd verboden. De enige oplossing: dit soort stoffen niet meer maken in zulke grote hoeveelheden.’

Hoeveel PFAS wordt er geproduceerd?
De Boer: ‘Dat is het bijzondere van deze discussie: de industrie geeft daarover geen duidelijkheid. We weten van DDT en PCB’s dat de problemen ontstaan als je er meer dan 1 miljoen ton van produceert. Gezien de omvang van de problematiek nu en het aantal PFAS-fabrieken overal ter wereld moet het om vele miljoenen tonnen per jaar gaan.’

Alternatieven zijn er gewoon – of zijn te ontwikkelen

‘De standaardreactie van de chemische industrie bij de roep om een verbod is altijd: ‘We kunnen niet zonder’. Dit gebeurde bij DDT, bij PCB’s, bij broom-brandvertragers en zo heb ik nog een aantal voorbeelden. Maar het is niet waar: er zijn altijd alternatieven te ontwikkelen, als je maar wilt, en tot nu toe is dat ook altijd gelukt. Bij het zoeken naar alternatieven moet je wel wegblijven bij stoffen met fluor erin, daarin zit het venijn. Je zou hoogstens een tijdelijke uitzondering kunnen maken voor medische toepassingen, dat is slechts 0,5% van de totale hoeveelheid PFAS. Dan ben je in ieder geval van 99,5% af.’

Zijn er PFAS-stoffen die inderdaad onschuldig zijn, zoals de industrie dat stelt?
De Boer: ‘Nee, integendeel, het zijn gevaarlijke persistente toxische stoffen die – afhankelijk van de dosis – ernstige gevolgen hebben voor mens, dier en milieu. PFAS tasten vooral het immuunsysteem aan. Zo blijkt de werking van DKTP-vaccinaties bij kinderen door PFAS 50% minder effectief te zijn. Voor volwassenen betekent deze vermindering van de weerstand meer ontstekingen en daardoor mogelijk uiteindelijk kanker. Verder verhoogt blootstelling aan PFAS het cholesterolniveau en zorgt het voor schildklierproblemen. Echt hoge doses – bij mensen die in een PFAS-fabriek werken of er bij in de buurt wonen – kunnen kankerverwekkend zijn.’

‘Er is een EFSA-richtlijn van 6,9 microgram per liter bloed; daaronder ben je veilig. Dit is geen zwart-wit grens: het is niet zo dat je bij 8 microgram opeens ziek wordt. Maar als we, zoals bij een PFAS-fabriek in Antwerpen, bij mensen 1.100 microgram aantreffen, dan heb je wel een probleem. PFAS zijn niet-afbreekbare, permanente en mobiele stoffen die nooit uit het milieu verdwijnen. Wel is het zo dat de stoffen heel langzaam ons lichaam verlaten: er is een halfwaardetijd van ongeveer 5 jaar. Dus als je op een waarde van 8 microgram per liter zit, is dat vijf jaar later theoretisch 4. Maar als je op waarde 1.100 zit, kom je nooit meer in dat veilige gebied onder de 6,9 microgram. Probleem is dat PFAS inmiddels overal inzitten: de grond, het water (zoet én zout) en de lucht. Dus zit het ook in al ons voedsel, plantaardig of dierlijk. En daarbovenop komt dan de inname via het gebruik van specifieke producten met PFAS, zoals de antiaanbakpannen, make-up en impregneermiddelen voor schoenen of kleding.’

PFAS is een Europees – of beter wereldwijd – probleem en aanpak op dat niveau zal nog wel even duren; wat kunnen we zinvol nu in Nederland doen?
De Boer: ‘We zouden goed kunnen kijken naar wat er in Vlaanderen is gedaan. Toen daar de omvang van de problematiek bij PFAS-producent 3M in Antwerpen bekend werd, heeft de minister die fabriek meteen gesloten. Er is een fonds van 500 miljoen euro vrijgemaakt om het probleem te tackelen. Daarmee is onder andere een breed gezondheidsonderzoek bij 12.000 inwoners van Antwerpen en omgeving opgestart, om meer kennis te verzamelen. Ook is men inmiddels de grond rondom de fabriek aan het saneren. Dit alles is binnen een jaar of drie gerealiseerd.’

‘Nederland kan in ieder geval een aantal ‘no regret’-maatregelen nemen: verminder de uitstoot naar het oppervlaktewater door beperking van de lozingsvergunningen, verbied het eten van groenten en eieren uit de omgeving van PFAS-fabrieken en bouw geen huizen op met PFAS vervuilde grond. Daarnaast zouden we beter inzicht moeten hebben hoeveel PFAS er in de lucht terechtkomen om dat te kunnen beperken. En het gebied rondom PFAS-fabrieken moet worden gesaneerd. Lokaal heb je het dan redelijk opgelost, maar daarmee zijn de PFAS natuurlijk niet uit het totale milieu. Daarvoor is helaas veel meer tijd nodig.’

Standpunt Unie van Waterschappen: Sander Mager

‘De waterschappen staan volledig achter een Europees PFAS-verbod. Het is steeds duidelijker hoe schadelijk die stoffen zijn voor mens en milieu. Dat de PFAS-kraan nog langer openblijft, is voor ons als hoeder van de waterkwaliteit ondenkbaar. Het blijft cruciaal om maatregelen te treffen vóór stoffen in de sloot belanden, in plaats van te hopen dat iemand ze er achteraf weer uithaalt. Bovendien blijkt het ook technisch onhaalbaar om de toenemende stroom van stoffen zoals PFAS op onze zuiveringen te verwijderen.’

‘Dat we het zonder bronaanpak niet gaan redden, is evident. De Europese regels voor veilige chemische stoffen, REACH, hebben daarvoor meer slagkracht nodig. Maar ook landelijk is winst te behalen. Bijvoorbeeld met strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel, waarbij lozers al het mogelijke moeten doen om te voorkomen dat gevaarlijke stoffen in het milieu belanden. Betrek ook de waterschappen meer bij de indirecte lozingen die vanuit het riool bij de rwzi terechtkomen. Denk daarnaast aan stevige handvatten voor vergunningverleners en gedegen kennis over de omgang met ZZS. Welke normen horen daarbij? Wat is veilig genoeg voor ons water?’

‘Waterschappen hebben goede ervaringen opgedaan met bron- en ketenaanpak rondom medicijnresten. We roepen het rijk, omgevingsdiensten, de industrie en andere partijen met klem op om samen de geleerde lessen ook toe te passen op chemische stoffen. Want wat er niet in komt, hoeft er ook niet uit!’

Standpunt VNCI: Rosienne Steensma

‘De Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) is voorstander van evenwichtige regelgeving op het gebied van PFAS. Het is belangrijk om de zorgen rond deze stoffen weg te nemen. Daarom maakte VNCI gebruik van de door het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA) geboden mogelijkheid om te reageren op het algemene PFAS-restrictievoorstel. Dit voorstel is begin dit jaar door Nederland en vier andere EU-landen ingediend.’

‘Om tot oplossingen voor ongewenste situaties te komen, werkt de VNCI samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, VNO-NCW en MKB Nederland in het Nationaal Actieprogramma PFAS. Er zal veel onderzoek nodig zijn naar reproduceerbare meetmethoden, alternatieven, recyclingopties en saneringstechnieken voor bestaande vervuiling. Nederland kan als wereldwijde koploper de innovatie op deze terreinen aanjagen en een ‘Safe & Sustainable by Design’-ontwikkeling in de hele keten stimuleren.’

‘Binnen de chemische industrie worden fluorpolymeren toegepast in chemisch en thermisch veeleisende procesomstandigheden. Denk hierbij aan buizen, kleppen, pakkingen, pijpen, inwendige onderdelen van kolommen, voeringen, filters, membranen, diafragma’s en elektronica. Niet in alle gevallen zijn al alternatieven ontwikkeld die de procesveiligheid, de bescherming van het milieu en de productkwaliteit garanderen. Zolang geschikte alternatieven voor de huidige toepassingen niet beschikbaar zijn, ondersteunt VNCI een vrijstelling voor toepassingen van fluorpolymeren in industriële installaties.’
Tags by dit artikel
Delen via: