‘Bij de inrichting van ons landschap meer rekening houden met water en bodem’
4 januari 2023

‘Bij de inrichting van ons landschap meer rekening houden met water en bodem’

Minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers heeft een brede portefeuille, met daarin weginfrastructuur, scheepvaart, luchtvaart en water. Het regeerakkoord spreekt in het licht van de verschillende uitdagingen waar Nederland – en daarmee deze regering – voor staat dat water en bodem sturend zijn bij de ruimtelijke inrichting van ons land. Hoe geeft de minister in dit verband zijn verantwoordelijkheid voor het thema drinkwater vorm?

Harbers: ‘Nederland is een waterland. De manier waarop we met het water en de bodem zijn omgegaan, heeft ons land gevormd. Daardoor nemen we veel dat met water te maken heeft, ook een beetje als vanzelfsprekend aan. Waterveiligheid, kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, voldoende schoon drinkwater, genoeg water voor beregenen van gewassen, voor de scheepvaart en voor de industrie: veel mensen zullen er niet dagelijks bij stilstaan. Denken misschien: ‘Dat gaat min of meer vanzelf’. Maar het is juist heel bijzonder hoe we dat in Nederland door de eeuwen heen geregeld hebben, en het vergt een grote en continueinspanning van vele partijen.’

Tevreden over samenwerking

‘De verantwoordelijkheid voor water – en daarmee drinkwater – neem ik als minister zeer serieus. In de kern komt het erop neer dat wij moeten zorgen dat de wet- en regelgeving adequaat is, zodat alle betrokken overheden en stakeholders hun rol kunnen vervullen. Ik ben zeer tevreden over de samenwerking met de provincies, de waterschappen, de drinkwaterbedrijven en andere stakeholders. We weten elkaar goed te vinden en daaraan zie je ook dat Nederland waterland robuust in elkaar zit.’ ‘Maar ons land verandert. Klimaatverandering zorgt voor droogte, hitte, extremer weer en een stijgende zeespiegel. We hebben tegelijkertijd te maken met langdurige droogte en overstromingen door hevige neerslag. Ruimte en grondstoffen worden schaarser. De economie en de bevolking van ons land groeien nog steeds, we zitten midden in een energietransitie én in een stikstofcrisis, er ligt een grote woningbouwopgave: allemaal dossiers die raakvlakken hebben met water en drinkwater.’

Hoe gaat u de levering van drinkwater borgen voor de komende jaren, mede gezien recente ontwikkelingen bij de drinkwaterbedrijven, die aangeven niet te kunnen garanderen dat er altijd en overal voldoende drinkwater beschikbaar zal zijn?

Harbers: ‘De grote klus waar Nederland voor staat, is wat mij betreft van ‘Water 1.0 naar 3.0’. We hebben zo’n 800 jaar ervaring met bescherming tegen hoog water, dat kunnen we heel goed. En daarmee moeten we doorgaan. Maar er zijn twee uitdagingen bijgekomen: langdurige droogtes en de waterkwaliteit. Van oudsher is ons watersysteem ingericht op het snel naar zee afvoeren van neerslag. Het wordt nu steeds belangrijker om zoveel mogelijk water op een slimme manier vast te houden voor droge perioden. Daarnaast moet ons land op kwaliteitsgebied in 2027 de maatregelen genomen hebben om te voldoen aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water, de KRW. Overigens is die richtlijn natuurlijk vooral een middel om tot schoner oppervlakte- en grondwater te komen, en dat is voor iedereen belangrijk: voor de ecologie, de landbouw, de burgers én de drinkwatervoorziening.’

Hoe kan het programma ‘Water en bodem sturend’ bijdragen aan de borging van de levering van drinkwater?

Harbers: ‘De essentie is dat we bij de inrichting van ons landschap meer rekening gaan houden met wat bodem en water ‘aankunnen’. Niet alles zal overal nog mogelijk zijn. Ons doel is om in 2050 weerbaar te zijn tegen watertekorten.’

Op korte termijn moeten we ons voorbereiden op een grotere piekvraag in de droge perioden. Er is veel geleerd van de afgelopen zomers. Met die kennis kunnen we de uitdagingen op langere termijn beter te lijf, bijvoorbeeld door buffers aan te leggen en water in het systeem vast te houden. De extra peilopzet in het IJsselmeer is een voorbeeld van zo’n ‘lesson learned’. Om overal te kunnen zorgen voor voldoende drinkwater is een gebiedsgerichte aanpak nodig: echt maatwerk van de provincies, de waterschappen, de gemeenten en de drinkwaterbedrijven per regio, soms per locatie.’

Groeiende vraag naar drinkwater

‘Daarnaast hebben we te maken met een groeiende bevolking en economie.
Er komen steeds meer woningen en bedrijven die aangesloten moeten worden op het drinkwaternet. Voor de lange termijn zullen we bij het ontwikkelen van nieuwe bouwlocaties goed moeten kijken naar de beschikbaarheid van drinkwater. Onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak zal dan ook zijn dat we nauwkeurig in kaart brengen waar er in Nederland mogelijke bronnen voor de productie van drinkwater zijn. Om vraag en aanbod beter in balans te kunnen brengen, willen we ook een beter beeld van alle vergunde en niet-vergunde grondwateronttrekkingen. Parallel hieraan is zuinig omgaan met water en vooral drinkwater een belangrijke route, nu én in de toekomst.’
‘Daarnaast zullen we ons moeten richten op het ontwikkelen van nieuwe technieken voor besparing of alternatieven voor het gebruik van drinkwater voor bepaalde toepassingen. Daarbij is het uitgangspunt dat drinkwater betaalbaar blijft voor de consument.’
‘We moeten ons er met z’n allen nog meer bewust van worden dat altijd en overal voldoende drinkwater voor elke toepassing niet meer vanzelfsprekend is. Voor bepaalde toepassingen in de industrie is misschien geen drinkwaterkwaliteit nodig en ook in huizen kan grijs water voor toilet of tuin voldoende zijn. Daarnaast zullen we nieuwe mogelijke bronnen voor drinkwater moeten onderzoeken, zoals brak water of gerecycled afvalwater.’

De waterkwaliteit en de doelen van de Kaderrichtlijn Water gelden ook voor de drinkwatergebieden: op welke wijze kunnen de gestelde doelen voor 2027 worden bereikt?

Harbers: ‘Dat is eigenlijk heel eenvoudig: we gaan alle maatregelenuitvoeren die we met elkaar hebben afgesproken in de stroomgebiedbeheerplannen! Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar het moet wel gebeuren: niet halen van
de doelen is uiteindelijk geen optie. We hebben uitgebreid besproken met alle betrokken overheden dat we elkaar daarin scherp houden. Dus niet wachten tot de tussenevaluatie in 2024, maar meteen aan de bel trekken als iets niet loopt zoals afgesproken of gehoopt. Hoe eerder problemen worden gemeld, des te eerder zijn anderen in staat om in dat gebied extra maatregelen te nemen zodat de doelen tóch worden gehaald. De afspraken zijn helder, er is budget beschikbaar, dus samen moet dit lukken.’

Tags by dit artikel
Delen via: