Direct naar content

‘Bij ruimtelijke plannen eerder aandacht nodig voor water’

6 augustus 2025 Nieuws

Sinds januari 2025 is Jeroen Haan voorzitter van de Unie van Waterschappen. Daarnaast is hij sinds 2019 dijkgraaf bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Welke uitdagingen ziet hij de komende jaren voor de watersector?

Jeroen Haan heeft brede bestuurlijke ervaring, als dijkgraaf en hoogheemraad bij De Stichtse Rijnlanden, als bestuurder van de Unie van Waterschappen en onder meer als (vice)voorzitter van het Bestuurlijk Platform Zoetwater, het Deltaprogramma zoetwater en de stuurgroep Deltaprogramma. ‘Ik heb het prima naar mijn zin in de watersector en vind dit echt de leukste combinatie van werkzaamheden die ik op dit moment zou willen uitvoeren.’

Welke uitdagingen ziet u voor de waterschappen de komende jaren?
Haan: ‘De waterschappen houden zich bezig met drie grote thema’s: waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit. Daarin komt geen verandering, maar we zien bij sommige issues wel meer spanning ontstaan tussen de korte en de lange termijn. Er moeten belangrijke langetermijnkeuzes worden gemaakt voor de toekomstbestendigheid van Nederland, denk aan de energietransitie, ruimte voor water en natuur, enzovoort. Tegelijkertijd heeft de politiek ook enkele zaken op het bordje liggen die snel moeten worden aangepakt, zoals de waterkwaliteit, de stikstofproblematiek en de woningnood. De keuzes van vandaag hebben invloed op wat er straks mogelijk is. Het is dus zaak om nú goed na te denken over consequenties van beslissingen, zodat toekomstige generaties daarvan kunnen profiteren.’

Als voorbeeld noemt Haan de woningbouw: ‘Piekbuien kunnen we niet voorkomen. Maar we kunnen ons er wel op voorbereiden. En als je aan de voorkant uniforme regels vaststelt over hoe je nieuwe woonwijken klimaatbestendig maakt, kun je straks in de uitvoering sneller schakelen. Wij pleiten dus voor een brede en vooral toekomstgerichte blik, met zowel aandacht voor mitigatie-, als adaptatie-maatregelen, en altijd op basis van het beginsel ‘water en bodem sturend’. Ruimte is in ons land schaars en er zijn heel veel toepassingen die strijden om voorrang: wonen, werken, vervoer, energie, natuur, enzovoort. Daarbij is het belangrijk om aan de voorkant na te denken over ruimte voor water. Waar en hoe gaan we bouwen op een manier dat bewoners ook in de toekomst droge voeten houden? Wat zijn kwetsbare plekken voor piekbuien en overstromingen en hoe voorkom je problemen daarmee? Je zult water de ruimte moeten geven, anders néémt het water die ruimte.’

Zit water voldoende tussen de oren bij plannenmakers?
Haan: ‘Nee, we toetsen te vaak achteraf, als een plan al klaar is. Dat is niet efficiënt, dat moet anders: hou aan het begin van ruimtelijke plannen goed rekening met water – vanuit kwantiteit én kwaliteit. Niet voor niets heeft de minister van IenW enkele jaren geleden al bepaald dat ‘water en bodem sturend zijn’. Veel partijen hebben aan de voorkant behoefte aan duidelijke en uniforme regels over wat wel en niet kan. Daarbij is het ook belangrijk om bij grotere opgaven goede afspraken te maken over wie wat doet, wie er verantwoordelijk is en wie wat betaalt. Dat gebeurt nu wel in grote lijnen, maar het mag allemaal nog wat preciezer. Wie is er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor funderingsproblemen die over 40 jaar ontstaan door de keuzes die we nu maken? Daar moet je van tevoren dus samen over nadenken.’

Hoe is de samenwerking tussen de waterschappen en de drinkwaterbedrijven?
Haan: ‘Die is prima; we komen elkaar natuurlijk al heel lang tegen in ‘het veld’. Wij beseffen heel goed dat we een groot gemeenschappelijk belang hebben: zoetwaterbeschikbaarheid is essentieel voor de volksgezondheid, het welzijn en de welvaart in ons land. Samen werken wij aan de zoetwatercyclus en aan sturing in de waterbalans. Daarom trekken we ook samen op in de lobby richting de Haagse en Europese politiek, onder andere via ons gezamenlijke Bureau Brussel. De drinkwaterbedrijven zijn publieke organisaties, met als aandeelhouders precies de partijen die ook de maatschappelijke partners van de waterschappen zijn: de gemeenten en de provincies. We zouden elkaar daarom misschien nog meer moeten kunnen vinden bij de vraag hoe beslissingen in het ene domein invloed hebben op het andere domein.’

Welke doelen wilt u bereiken in het waterdomein?
Haan: ‘Dat zijn er heel veel, ik licht er twee toe. Op het gebied van waterkwaliteit is PFAS een belangrijk dossier waar echt snel actie nodig is. Chemische stoffen zijn een acuut probleem voor de waterkwaliteit, en op de lange termijn ook voor de volksgezondheid. Wij pleiten voor een breed, internationaal verbod voor het gebruik van dit soort Zeer Zorgwekkende Stoffen.’

Zoetwaterbeschikbaarheid

’Mijn tweede voorbeeld gaat over waterkwantiteit. Er komen – door de demografische én klimatologische ontwikkelingen – tijden aan dat er niet voldoende water is om alle toepassingen te kunnen bedienen. Natuurlijk is de drinkwaterproductie in zo’n geval een topprioriteit, maar we moeten ook gewoon allemaal zuinig omgaan met het water dat we wél hebben. Waterschappen en drinkwaterbedrijven zullen samen moeten sturen op de zoetwaterbalans. Daarbij zullen we in de toekomst meer moeten gaan kijken naar onze samenwerking op het gebied van bodem en grondwater. We zien dat oppervlaktewater steeds vaker invloed uitoefent op de kwaliteit van het (ondiepe) grondwater. Andere issues op dit gebied zijn zaken zoals funderingsproblematiek, grondwaterdaling en verdroging door onttrekkingen door de landbouw en de drinkwaterbedrijven.’

Betere sturing grondwaterbeheer

Haan vervolgt: ‘Op het gebied van de sturing op grondwaterbeheer door het Rijk mag de verdeling van de verantwoordelijkheden wel wat duidelijker worden. Drinkwaterbedrijven moeten voldoende vergunningsruimte hebben voor onttrekkingen voor de drinkwaterproductie voor alle inwoners van Nederland. Tegelijkertijd moeten de waterschappen zorgen voor voldoende water, voor de landbouw, de industrie, de natuur en… de drinkwatervoorziening. Daar zullen we samen met stakeholders zoals Rijkswaterstaat en de provincies om tafel moeten om afspraken over de prioriteiten te maken: wie krijgt wanneer hoeveel?’

‘Een belangrijke oplossing ter voorkoming van watertekorten – naast zuinig omgaan met zoet water – is beter vasthouden van neerslag. De kern van ons werk is het optimaal inrichten van het watersysteem. Daarbij sturen we op de hele waterbalans, zowel qua oppervlakte- als grondwater. De focus is de afgelopen jaren verschoven van ‘zo snel mogelijk afvoeren’ naar ‘zoveel mogelijk vasthouden en infiltreren’. De waterschappen besteden veel aandacht aan maatregelen zoals vernatting van natuur, hermeanderen van beken, natuurvriendelijke oevers, enzovoort. Daarnaast zetten wij ook in op zuinig omgaan met water, bijvoorbeeld door te streven naar het juiste water voor de juiste toepassing. Voor de koeling van datacenters is geen drinkwater nodig, daar kunnen wij best een andere kwaliteit water voor gebruiken.’

Hoe vullen de waterschappen hun zorgplicht voor de drinkwatervoorziening in?
Haan: ‘Ik zie onze zorgplicht heel breed: als je zorgt voor gezond water, zorg je voor alle mensen, dieren en planten. Primair zeg ik: ‘Vervuil je eigen water niet!’. Dus voorkom dat er ongewenste stoffen in komen, zoals bestrijdingsmiddelen, PFAS en andere Zeer Zorgwekkende Stoffen. Wij pleiten nadrukkelijk voor een bronaanpak voor deze stoffen. Daarbij is de KRW voor mij geen doel, maar een middel: we doen dit omdat we – om allerlei redenen – schoon en gezond water willen. Op ons allemaal rust de verantwoordelijkheid om deze wereld beter door te geven aan de volgende generatie. Er is al veel verbeterd op het gebied van waterkwaliteit, maar er moeten echt nog een paar tandjes bij.’

Tot slot, hoe ziet u de toekomst van de watersector?
‘Ons werk is nooit klaar, er komen altijd nieuwe vraagstukken op ons af. Vaak wordt dan gekeken naar technische oplossingen achteraf. Dat is mooi, maar ik pleit nadrukkelijk voor het maken van de juiste keuzes vóóraf. Het gaat om de intrinsieke motivatie om goed te doen voor de wereld om ons heen en na ons. Ik vraag daarom ook regelmatig aan jongeren om ons als bestuurders te wijzen op onze verantwoordelijkheden. Want uiteindelijk doen we dit voor hen.’

Dit interview verscheen eerder in Waterspiegel 2 2025. Lees het volledige magazine hier.

Alexander van den Honert

Stuurgroepsecretaris Doelmatigheid, Transparantie & Waterketen

honert@vewin.nl

070 349 08 55

Contact

Naam(Vereist)
E-mailadres(Vereist)
Laat ons weten wat je bezighoudt. Heb je een vraag voor ons? Stel hem gerust.
*Verplicht veld

Abonneren Waterspiegel

"*" geeft vereiste velden aan

Bent u beroepsmatig betrokken bij de watersector? Dan kunt u het blad vier keer per jaar gratis in de bus ontvangen.

Naam*
Adres*