Factsheet verzilting: borg beschikbaarheid drinkwaterbronnen
Droogte is een periode van weinig neerslag en hoge verdamping, waardoor waterstanden in rivieren, meren en grondwaterlagen dalen. Als er meer water verdampt dan dat er bijkomt, ontstaat droogte. In Nederland kan langdurige droogte gevolgen hebben voor natuur, landbouw, industrie én de drinkwatervoorziening.
Drinkwaterbedrijven monitoren droogtesituaties voortdurend en nemen maatregelen om de leveringszekerheid te waarborgen. Hoewel een algemeen watertekort niet automatisch betekent dat er een tekort aan drinkwater ontstaat, vraagt langdurige droogte om zorgvuldig bronbeheer en goede afstemming binnen de nationale waterverdeling.

Op deze pagina lees je wat droogte betekent voor de drinkwatervoorziening, hoe droogte wordt gemonitord en welke maatregelen de sector treft om continuïteit te borgen.
Droogte ontstaat wanneer er gedurende langere tijd minder regen valt dan normaal en er meer water verdampt dan dat er als regen valt. Hierdoor dalen grondwaterstanden en rivierafvoeren. Dit kan leiden tot watertekorten voor verschillende functies, zoals landbouw, natuur en scheepvaart.
Belangrijk is het onderscheid tussen een algemeen watertekort en een drinkwatertekort. Een algemeen watertekort betekent niet automatisch dat huishoudens geen drinkwater meer hebben. Drinkwaterbedrijven hebben een technisch robuust systeem waarmee ze 24×7 schoon drinkwater leveren. Ook tijdens een langere periode van droogte en hitte, wanneer er een grotere drinkwatervraag kan ontstaan. Drinkwaterbedrijven geven op die momenten aan hoe de situatie in de regio is en geven hun klanten adviezen als extra maatregelen nodig zijn, zoals het verder beperken van het watergebruik. Als vast advies geldt dat minder water gebruiken altijd beter is, het hele jaar door.
Langdurige droogte kan gevolgen hebben voor zowel de beschikbaarheid van drinkwaterbronnen als voor de infrastructuur van de drinkwatervoorziening.
Drinkwater wordt gewonnen uit grondwater en oppervlaktewater, zoals rivieren en meren. Dit water moet, vóór zuivering, aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Niet elk water is geschikt om drinkwater van te maken. Bij langdurige droogte kunnen zich twee belangrijke zaken voordoen:
Naast effecten op de bronkwaliteit kan langdurige droogte, vooral in combinatie met hitte, leiden tot extra druk op de drinkwaterinfrastructuur. Dat heeft te maken met de enorme pieken in het waterverbruik die kunnen voorkomen op warme en droge dagen. Elk drinkwaterbedrijf is in principe voorbereid op die extra vraag naar water. Maar vooral als de hitte en droogte langer aanhoudt, wordt aan mensen gevraagd om het watergebruik zoveel mogelijk te spreiden.
In Nederland wordt de droogtesituatie gevolgd via onder andere de landelijke droogtemonitor. Hierbij wordt gekeken naar neerslagtekorten, grondwaterstanden en rivierafvoeren. De droogtemonitor is een product van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling van het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN-LCW) met bijdragen van de waterschappen, Rijkswaterstaat, het KNMI, de provincies, het ministerie van LVVN en Vewin. Deze monitoring helpt om tijdig maatregelen te nemen wanneer de situatie daarom vraagt.
De drinkwaterbedrijven zijn voorbereid op langere perioden van hitte en droogte. Het watergebruik wordt goed in de gaten gehouden en er wordt zo goed mogelijk gezorgd dat er voldoende drinkwater beschikbaar is. Drinkwaterbedrijven doen dat door:
Deze en andere maatregelen dragen zo bij aan de weerbaarheid van de drinkwatersector tegen klimaatgerelateerde risico’s.
Meer weten over hoe de drinkwatervoorziening in Nederland geborgd is en hoe drinkwaterbedrijven omgaan met allerlei bedreigingen? Lees het kennisdocument Continu betrouwbaar drinkwater leveren, hoe doen we dat?
Door klimaatverandering nemen extreme weersomstandigheden toe. Droogteperioden kunnen vaker voorkomen en langer duren. Droogte kan negatieve gevolgen hebben voor allerlei functies, waaronder de drinkwatervoorziening, de landbouw de natuur en de industrie. Daarnaast stijgt de drinkwatervraag in bredere zin door economische ontwikkelingen en bevolkingstoename. We zien nu dat ons huidige watersysteem niet is ingericht op droogte, maar op water zo snel mogelijk afvoeren. Dit is een van de redenen waarom de drinkwatersector pleit voor een watertransitie gericht op het creëren van een klimaatrobuust systeem dat de waterbeschikbaarheid in de toekomst verzekert.
Vewin krijgt veel vragen over de droogte, watertekort en drinkwater. In dit artikel zetten we de meest gestelde vragen en de bijbehorende antwoorden overzichtelijk op een rij.
Watertekort komt in Nederland voor op het moment dat er niet genoeg zoetwater aanwezig is om aan de vraag naar zoetwater te voldoen. Een tekort aan water kan ontstaan door verschillende omstandigheden zoals weinig neerslag, veel verdamping, weinig afvoer van de Rijn en Maas en een toenemende vraag naar water.
Een tekort aan water zorgt in veel gevallen voor het wegvallen van bepaalde functies of voor fysieke problemen van bijvoorbeeld gewassen. Op momenten dat er een watertekort dreigt zal de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) bijeen komen. Daarnaast zal bij een feitelijk watertekort een verdringingsreeks in werking treden die de prioritering bij het verdelen van het schaarse water bepaalt.
Waterbeheerders monitoren de droogtesituatie continu. Indien er sprake is van (dreigende) droogte of neerslagtekort zal de droogtemonitor wekelijks met tekst geactualiseerd worden, kaarten en grafieken worden altijd meerdere keren per week geactualiseerd.
Als het in de winter en in het voorjaar veel heeft geregend, geeft dat een gunstige uitgangspositie voor de zomer. Maar bij hittegolven kan de watervoorraad snel slinken. De combinatie van veel zon en hogere temperaturen zorgt voor een snelle verdamping.
Daarbij kan aanhoudende droogte zorgen voor een grotere watervraag landelijk. In de droge zomers van de laatste jaren hebben tekorten vooral gevolgen gehad voor de landbouw, de natuur, scheepvaart en industrie omdat er simpelweg minder voorraad was aan water in rivieren, sloten en meren.
Watertekort komt in Nederland voor op het moment dat er niet genoeg zoetwater aanwezig is om aan de vraag naar zoetwater te voldoen. Een watertekort is niet gelijk aan een drinkwatertekort. Wanneer er sprake is van een watertekort treedt een verdringingsreeks in werking die de prioritering bij het verdelen van het schaarse zoetwater bepaalt.
De afgelopen tijd is veel in de media gesproken over een dreigend drinkwatertekort. Dit drinkwatertekort komt niet doordat er geen of niet genoeg water in Nederland is. Het probleem ligt in de mogelijkheden om water te winnen. Alle tien de drinkwaterbedrijven hebben vóór 2030 extra productiecapaciteit nodig, in een aantal gevallen al nu of op zeer korte termijn. Voor het aanboren van nieuwe waterbronnen of uitbreiden van de capaciteit van huidige wingebieden, moeten waterbedrijven een vergunning krijgen van de provincie. Dat zijn complexe, langdurige procedures, waardoor het helemaal niet zeker is dat dit tijdig lukt.
Om de uitdagingen rondom vergunningsprocedures aan te pakken, hebben het IPO, Vewin en IenW gezamenlijk het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen ontwikkeld. Hierin zijn afspraken gemaakt over versnelde vergunningprocedures, betere ruimtelijke inpassing van drinkwaterlocaties en het bevorderen van kennisdeling. Daarnaast wordt gewerkt aan het aanwijzen van nieuwe drinkwaterbronnen en de integratie van drinkwaterbelangen in nationale beleidsprogramma’s.
Drinkwater is een eerste levensbehoefte en van groot belang voor de volksgezondheid. Om de openbare drinkwatervoorziening te verzekeren hebben de drinkwaterbedrijven volgens de Drinkwaterwet een leveringsplicht en de overheden een algemene zorgplicht. De drinkwatervoorziening behoort tot de top-vitale infrastructuur in Nederland, net zoals elektriciteitsvoorziening en telecom. De continue levering van goed drinkwater moet optimaal geborgd zijn. En daar komt heel wat bij kijken. In de publicatie ‘Continu betrouwbaar drinkwater leveren, hoe doen we dat?’ van Vewin staat daarom uitgelegd hoe het leveren van drinkwater als primaire levensbehoefte in Nederland is georganiseerd, onder normale omstandigheden, maar ook in crisissituaties. Ook geeft de publicatie antwoord op de vraag hoe robuust de drinkwatervoorziening is uitgevoerd en hoe de drinkwaterbedrijven omgaan met allerlei gevaren en dreigingen.
Het drinkwater in Nederland is overal veilig en het voldoet ruimschoots aan alle wettelijke eisen. De Nederlandse drinkwaterbedrijven dragen met goede drinkwaterkwaliteit bij aan de volksgezondheid en een goed vestigingsklimaat. De drinkwaterbedrijven spannen zich maximaal in om hun bronnen voor drinkwater te beschermen. Maar die invloed kent grenzen. De kwaliteit van de drinkwaterbronnen (grond- en oppervlaktewater) staat onder toenemende druk, dus drinkwaterbedrijven moeten steeds meer investeren in zuivering. Vervuiling voorkomen moet de basis zijn voor iedereen. Immers, wat er niet in komt, hoeft er ook niet te worden uitgehaald.
Drinkwaterbedrijven voeren een wettelijke taak uit: het produceren en leveren van kwalitatief goed water onder voldoende druk. In de Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit is op hoofdlijnen beschreven welke inspanningen zij moeten leveren voor het uitvoeren van die wettelijke taak. Daarbij hoort ook dat zij zorgen voor het drinkwatersysteem met veel meer capaciteit dan voor een gemiddeld daggebruik nodig is.
In de droge zomers van de laatste jaren moesten sommige drinkwaterbedrijven op piekdagen draaien op maximale capaciteit. Ook hebben enkele bedrijven de waterdruk iets verlaagd om aan de hogere vraag te kunnen voldoen. Zo konden alle drinkwaterbedrijven op deze momenten toch voldoende water leveren. De beschikbare bronnen (vergunde hoeveelheden) en de productie- en distributiecapaciteit zijn echter niet oneindig en de drinkwatervoorziening staat onder druk.
Drinkwaterbedrijven vragen klanten om bewust met water om te gaan. Minder water gebruiken is altijd beter, het hele jaar door. Drinkwaterbedrijven voelen zich verantwoordelijk om bij te dragen aan een duurzame samenleving. Het is vanzelfsprekend dat we het water niet willen verspillen. Dat geldt voor alle functies: landbouw, industrie en consumenten. Dit voorkomen we onder andere door gebruikers bewust te maken van duurzaam watergebruik- en tegengaan van verspilling.
Mensen kunnen drinkwater besparen door onder andere:
Daarnaast is het in een droge zomer goed om niet-noodzakelijk watergebruik te beperken tijdens de ochtend- en avonduren (tussen 6.00 uur en 9.00 uur en tussen 18.00 uur en 22.00 uur).
Voor meer tips kunt u het beste de website van uw eigen waterbedrijf raadplegen.
Om de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwater nu en in de toekomst te kunnen garanderen is niet alleen een transitie nodig met aanpassingen in het systeem maar ook een andere kijk op watergebruik: minder en de juiste kwaliteit voor het juiste gebruik. Consumptie en hygiëne vragen om de hoogste kwaliteit, maar sommige toepassingen van drinkwater vragen deze hoogste kwaliteit niet. Samen met alle betrokken partijen is het belangrijk om bewust gebruik van (drink)water aan te moedigen. Iedereen kan een steentje bijdragen, van de installateur van sanitair in huizen tot en met zakelijke grootverbruikers en de consument. Het gaat niet alleen om het beleid, maar vooral ook om de uitvoering in de praktijk. Om vandaag en morgen gezond, duurzaam drinkwater te leveren is een transitie naar een duurzaam watersysteem nodig. Om deze transitie in gang te zetten is een bijdrage van iedereen nodig, van consumenten, bedrijfsleven, overheden en de drinkwaterbedrijven zelf.
Tijdens het droogteseizoen, van april tot oktober, is door de start van het groeiseizoen en de stijgende temperaturen de kans op watertekort aanwezig. Denk maar aan de extreem droge zomers van 2018 en 2022. Daarom monitoren de waterbeheerders (Rijkswaterstaat, waterschappen), provincies en drinkwaterbedrijven de situatie met het oog op eventuele problemen met droogte, watertekort en -kwaliteit.
Weersomstandigheden en verschillen in drinkwaterbronnen, zoals het gebruik van grondwater en/of oppervlaktewater zorgen ervoor dat de situatie per regio kan verschillen. Daarnaast zijn er regionaal verschillen in het gebruik van het drinkwater. Zo stijgt het watergebruik in regio’s met veel tuinen tijdens warme dagen harder dan in (binnen)stedelijke gebieden. Drinkwaterbedrijven zullen hun klanten daarom altijd voorzien van informatie op maat, binnen hun eigen voorzieningsgebied.
Kijk hier om te zien van welk drinkwaterbedrijf jij je water krijgt: Welk waterbedrijf heb ik? | Vewin
Waterbedrijven kunnen hun klanten adviseren om niet-noodzakelijk watergebruik te beperken tijdens de ochtend- en avonduren. Dit zijn vaak de spitsuren voor watergebruik: in de ochtend tussen 6.00 uur en 9.00 uur en ’s avonds tussen 18.00 uur en 22.00 uur.
Als het echt nodig is, mogen drinkwaterbedrijven op basis van hun algemene voorwaarden (art. 8) de levering van drinkwater beperken, onderbreken, of het verbruik voor bepaalde doeleinden verbieden. Denk hierbij aan een sproeiverbod of een verbod op het vullen van zwembadjes. Drinkwaterbedrijven kunnen eventuele verboden/ beperkingen echter niet handhaven. In de praktijk is het nog amper voorgekomen dat drinkwaterbedrijven beperkingen opleggen aan de klant. Wel geven drinkwaterbedrijven in de zomer regelmatig adviezen om niet-noodzakelijk watergebruik te beperken tijdens piekmomenten.
Aanhoudende droogte kan zorgen dat er landelijk een grotere watervraag is. Tekorten hebben in de droge zomers de laatste jaren vooral gevolgen gehad voor de landbouw, de natuur, scheepvaart en industrie omdat er simpelweg minder voorraad is aan water in rivieren, sloten en meren.
Doordat sommige drinkwaterbedrijven op piekdagen draaiden op maximale capaciteit en enkelen de waterdruk iets verlaagd hebben om aan de hogere vraag te kunnen voldoen, konden alle drinkwaterbedrijven op deze momenten toch voldoende water leveren.
De langere perioden van droogte van de laatste jaren markeren een omslag in het denken over het watersysteem in Nederland. Op jaarbasis is er genoeg water beschikbaar, maar regionaal is er in droge periodes soms te weinig en in andere periodes juist te veel. Omdat droogte vaker optreedt stellen deskundigen dat er een transitie nodig is van het watersysteem: van waterafvoer naar waterbeheer. Door water in de natte periodes meer vast te houden neemt de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droge periodes toe voor de verschillende functies (landbouw, industrie, natuur en de drinkwatervoorziening).
De langdurige droogtes van de laatste jaren zijn een kantelpunt voor het waterbeheer in Nederland. Meerdere opeenvolgende jaren van droogte zijn nieuw voor Nederland, maar komen naar verwachting in de toekomst vaker voor. De droogte en hoge temperaturen zorgen voor grote uitdagingen rondom waterkwantiteit en -kwaliteit. Tegelijkertijd stijgt de drinkwatervraag door economische ontwikkelingen en bevolkingstoename. Een eeuwenlange strijd tegen het water wordt zo plots ook een strijd om de beschikbaarheid van zoetwater. De droge zomers sinds 2018 hebben eens te meer duidelijk gemaakt dat de toekomstige beschikbaarheid van voldoende, kwalitatief goed zoet water in alle delen van het land geen vanzelfsprekendheid is.
Een nieuwe klimaatrobuuste balans in het watersysteem vraagt om andere keuzes in de ruimtelijke, landschappelijke inrichting, zowel boven- als ondergronds. Transitie is nodig, en dat moet via regionaal maatwerk. Op de hogere zandgronden moeten we zorgen dat er meer water wordt vast gehouden of aangevoerd, bijvoorbeeld in combinatie met natuurontwikkeling of extensievere landbouw. Voor de grote rivieren en meren is het belangrijk dat er voldoende internationale aanvoer blijft van Rijn- en Maaswater. Door goede sturing van deze aanvoer in het Nederlandse hoofdwatersysteem en voldoende waterberging, bijvoorbeeld in het IJsselmeergebied, houden we ook voldoende water om de verzilting tegen te gaan.
Naast voldoende aanvulling is het vanzelfsprekend dat we het water niet verspillen. Dat geldt voor alle functies: landbouw, industrie en consumenten. Dit voorkomen we onder andere door gebruikers bewust te maken van duurzaam watergebruik- en tegengaan van verspilling. De drinkwaterbedrijven zetten daarom in op waterbewustwording en participeren bijvoorbeeld in decentrale wijkinitiatieven (o.a. waterketenbeheer) en denken mee bij innovatie van watergebruikende apparaten. Ook het ontmoedigen van laagwaardig gebruik van drinkwater – toepassingen waarvoor niet per sé drinkwaterkwaliteit nodig is – door grootverbruikers hoort daarbij.
Wanneer er sprake is van een (dreigend) watertekort of droogte, stelt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) een droogtemonitor op. In een periode van droogte gebeurt dit elke 2 weken, of vaker als dat nodig is. Hierin worden de huidige situatie en de toekomstige verwachtingen voor watertekort of droogte beschreven. Deze informatie is gebaseerd op gegevens van de waterschappen, KNMI, Rijkswaterstaat en de drinkwaterbedrijven. Deze partijen komen tijdens dreigende crisissituaties bijeen in de LCW, samen met andere crisispartners zoals het ministerie van IenW, provincies, veiligheidsregio’s en gemeenten. De taken van de crisispartners zijn vastgelegd in het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte (LDWD).
Ontdek hier gerelateerde publicaties rond het thema droogte.
Voor meer informatie over dit thema staan wij u graag te woord.