Bestrijdingsmiddelen in drinkwaterbronnen
Bestrijdingsmiddelen, ook wel gewasbeschermingsmiddelen of pesticiden genoemd, zijn een van de stofgroepen die een probleem vormen voor de kwaliteit van drinkwaterbronnen. Dit is al heel lang het geval, en er is geen duidelijke verbetering zichtbaar. De druk door bestrijdingsmiddelen op de kwaliteit van oppervlaktewater bestemd voor drinkwaterproductie neemt de laatste jaren maar licht af. De druk op de kwaliteit van grondwater voor drinkwaterproductie lijkt juist iets toe te nemen.
Mirja Baneke
Stuurgroepsecretaris Bronnen & Kwaliteit
Mirja Baneke
Stuurgroepsecretaris Bronnen & Kwaliteit

Deze pagina legt uit waarom bestrijdingsmiddelen een probleem vormen voor de kwaliteit van drinkwaterbronnen, hoe deze stoffen in grond- en oppervlaktewater terechtkomen en wat dit betekent voor de drinkwatervoorziening. Ook wordt toegelicht welke maatregelen nodig zijn om drinkwaterbronnen beter te beschermen tegen verontreiniging met bestrijdingsmiddelen.
Hoe komen bestrijdingsmiddelen in drinkwaterbronnen terecht?
Bestrijdingsmiddelen worden door de land- en tuinbouw gebruikt voor het beschermen van gewassen tegen ziekten en plagen. Ook worden ze gebruikt voor het bestrijden van plaagdieren en andere schadelijke organismen. Een deel van de bestrijdingsmiddelen komt na gebruik terecht in het grond- en oppervlaktewater. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Zo kunnen ze in het water terechtkomen doordat bij toediening druppeltjes direct in het water vallen. Ook kunnen deze druppeltjes tijdens een regenbui naar sloten, rivieren en andere oppervlaktewateren worden afgevoerd. Daarnaast kunnen de bestrijdingsmiddelen ook uitspoelen naar het grondwater of via drainagesystemen in het oppervlaktewater terecht komen.
Welke bestrijdingsmiddelen worden in drinkwaterbronnen gevonden?
In vrijwel alle oppervlaktewaterwinningen en in bijna een kwart van de grondwaterwinningen voor drinkwaterproductie worden bestrijdingsmiddelen boven de norm aangetroffen, blijkt uit onderzoek van KWR. Daarnaast vinden we op steeds meer plekken in het grondwater lagere concentraties van verschillende bestrijdingsmiddelen. Dit wordt ook wel de ‘vergrijzing’ van het grondwater genoemd: lage concentraties van een cocktail van stoffen, waaronder bestrijdingsmiddelen, zijn vrijwel overal aanwezig. In drinkwaterbronnen worden dus verschillende bestrijdingsmiddelen en afbraakproducten aangetroffen. KWR geeft in hun onderzoek een overzicht van de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen en hun afbraakproducten in de Nederlandse drinkwaterbronnen gedurende de periode 2018-2022.
Adviesbureau CLM heeft in haar rapport van december 2025 in opdracht van een aantal provincies en Vewin in 2025 116 bestrijdingsmiddelen geïdentificeerd met 25 PFAS-houdende, in Nederland toegestane, werkzame stoffen. Afbraakproducten van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen zijn volgens het Ctgb een grote bedreiging voor het Nederlandse grondwater. Het gaat dan met name om TFA, een zeer kleine PFAS. Het Ctgb heeft zich, op basis van een verbod in Denemarken, voorgenomen 46 PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen op basis van 6 werkzame stoffen te herbeoordelen. Vewin bepleit echter dat alle 116 bestrijdingsmiddelen opnieuw beoordeeld worden en verboden.
Waarom zijn bestrijdingsmiddelen een probleem voor drinkwaterbedrijven?
Veel van deze stoffen zijn zeer persistent. Zodra ze eenmaal in de bodem terechtkomen, breken ze nauwelijks af en kunnen ze zich verplaatsen richting diepere grondwaterlagen. In zuurstofarme bodemlagen vindt voor een aantal stoffen vrijwel geen natuurlijke afbraak plaats. Uit onderzoek van Vitens (2026) blijkt dat verontreinigingen meer aanwezig zijn en minder goed afbreken dan eerder werd aangenomen. De dreiging voor drinkwaterbronnen is daarmee groter dan gedacht.
De aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in grondwater of oppervlaktewater kan ervoor zorgen dat drinkwaterbronnen niet meer kunnen voldoen aan de normen die gelden voor water dat geschikt is om drinkwater van te maken. In grond- en oppervlaktewater bestemd voor drinkwater mag de concentratie per werkzame stof in een bestrijdingsmiddel, of humaan toxicologisch relevant afbraakproduct hiervan, niet hoger zijn dan 0,1 µg/L. In het grondwater geldt daarnaast dat de som van alle bestrijdingsmiddelen niet boven 0,5 µg/L uit mag komen.
Wanneer de kwaliteit van een bron achteruitgaat, moeten drinkwaterbedrijven extra zuiveringsstappen toepassen om het water alsnog geschikt te maken voor drinkwater. Dit staat haaks op de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water, waarin juist is vastgelegd dat drinkwaterbronnen zodanig beschermd moeten worden dat de zuiveringsinspanning kan worden verminderd. Daar komt bij dat niet alle stoffen even goed te verwijderen zijn. Nieuwe en onbekende stoffen kunnen opduiken waarvoor nog geen goede zuiveringstechniek beschikbaar is. Zuivering is een vangnet en geen alternatief voor bronbescherming.
Hoe kunnen drinkwaterbronnen beter worden beschermd tegen bestrijdingsmiddelen?
Om drinkwaterbronnen beter te beschermen tegen verontreiniging met bestrijdingsmiddelen pleit Vewin voor het volgende:
- Zorg ervoor dat het Ctgb bij de toelating van bestrijdingsmiddelen rekening houdt met de waterkwaliteitsdoelen en -normen uit de KRW. Er moet snel een ‘nationaalrechtelijke juridische grondslag’ komen die het Ctgb hiervoor kan gebruiken;
- Voorkom dat op Europees niveau, via de Food & Feed Safety Omnibus, een afzwakking plaats-vindt van het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen. Zorg dat de toelating van werkzame stoffen plaats blijft vinden voor een afgebakende periode, gecombineerd met een verplichte periodieke herbeoordeling;
- Zorg via de aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof en het Convenant gewasbeschermings-middelen voor een omslag naar extensieve en emissiearme vormen van landbouw in grond-waterbeschermingsgebieden, om zowel emissies van bestrijdingsmiddelen als van nitraat te verminderen;
- Introduceer zo snel mogelijk een landelijk verbod op bestrijdingsmiddelen met PFAS.
Heeft u een vraag?
Voor meer informatie over dit thema staan wij u graag te woord.