Vewin bezorgd: Europese Commissie kondigt herziening KRW aan
Nieuws - 8 december 2025
CLM heeft onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen in verschillende teelten en provincies en naar de risico’s voor grondwater en bodem. Conclusie is dat het gebruik van PFAS-bestrijdingsmiddelen in de Nederlandse land- en tuinbouw de afgelopen jaren is toegenomen, terwijl de totale afzet van bestrijdingsmiddelen juist afneemt. Het rapport bevestigt de zorg dat via bestrijdingsmiddelen ongewenste verspreiding van PFAS plaatsvindt naar grondwater en bodem. Vewin vindt dat PFAS helemaal niet thuishoren in het milieu en pleit onder meer voor een verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen.
Het rapport is opgesteld in opdracht van de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Holland, Utrecht en Vewin. CLM heeft aanbevelingen geformuleerd voor de Rijksoverheid, provincies en Vewin. De aanbevelingen gaan in op het (toelatings)beleid, monitoring en betere registratie van middelen:
In grondwater en bodem breken PFAS-bestrijdingsmiddelen stapsgewijs af en vormen afbraakproducten, die op zichzelf ook weer schadelijk kunnen zijn. De bekendste daarvan is TFA (Trifluorazijnzuur). Dit is een PFAS met een korte molecuulketen (een ‘kleine’ PFAS) die zeer slecht gezuiverd kan worden en daarom een extra groot risico vormt voor de bronnen van drinkwater.
Gezien de risico’s van PFAS voor de bronnen van drinkwater pleit Vewin voor een zo snel en breed mogelijke implementatie van het Europese restrictievoorstel voor PFAS. Vooruitlopend daarop is het zaak lozingen in Nederland snel te minimaliseren. Voor bestrijdingsmiddelen pleit Vewin voor een verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen in ons land, net als in Denemarken. Het gebruik van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen resulteert in een grote, onomkeerbare uitspoeling van het afbraakproduct naar het grondwater en de dus de bronnen van drinkwater.