Direct naar content

Aanpak bestrijdingsmiddelen in drinkwaterbronnen

25 september 2026 Actueel standpunt

drs. Arjen Frentz

Manager Beleid, plv. directeur

Mirja Baneke

Stuurgroepsecretaris Bronnen & Kwaliteit

drs. Arjen Frentz

Manager Beleid, plv. directeur

Mirja Baneke

Stuurgroepsecretaris Bronnen & Kwaliteit

Op 8 oktober 2026 vindt het Commissiedebat Gewasbeschermingsmiddelen plaats. Vewin wil hiervoor een aantal punten onder de aandacht brengen. Om drinkwaterbronnen beter te beschermen tegen verontreiniging met bestrijdingsmiddelen pleit Vewin voor het volgende:

  • Zorg via het Convenant gewasbeschermingsmiddelen en de aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof voor een omslag naar extensieve en emissiearme vormen van landbouw,om zowel emissies van bestrijdingsmiddelen als van nitraatte verminderen. Begin hiermee in grondwaterbeschermingsgebieden;
  • Introduceer zo snel mogelijk een landelijk verbod op bestrijdingsmiddelen met PFAS;
  • Zorg ervoor dat het Ctgb bij de toelating van bestrijdingsmiddelen rekening houdt met de waterkwaliteitsdoelen en -normen uit de KRW. Er moet snel een ‘nationaalrechtelijke juridische grondslag’ komen die het Ctgb hiervoor kan gebruiken;
  • Voorkom dat op Europees niveau, via de Food & Feed Safety Omnibus, een afzwakking plaats-vindt van het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen. Zorg dat de toelating van werkzame stoffen plaats blijft vinden voor een afgebakende periode, gecombineerd met een verplichte periodieke herbeoordeling.

Deze acties zijn nodig omdat bestrijdingsmiddelen een van de stofgroepen is die een groot probleem vormen voor de kwaliteit van drinkwaterbronnen. Dit is al heel lang het geval, en er is geen duidelijke verbetering zichtbaar.  

Uit verschillende rapporten, zoals van KWR, blijkt dat de druk door bestrijdingsmiddelen op de kwaliteit van oppervlaktewater voor drinkwaterproductie de laatste jaren maar licht afneemt. De druk op de kwaliteit van grondwater voor drinkwaterproductie lijkt juist iets toe te nemen. ‘Vergrijzing’ van het grondwater is ook een toenemend probleem: lage concentraties van een cocktail van stoffen, waaronder bestrijdingsmiddelen, zijn vrijwel overal aanwezig. Daarnaast zijn er grote zorgen over de verontreiniging van grond- en oppervlaktewater met PFAS uit bestrijdingsmiddelen. 

Convenant gewasbeschermingsmiddelen

Op 26 juni jl. heeft de minister van LVVN een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin een maatregel-pakket wordt gepresenteerd voor de Aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof. Hiermee wil het kabinet de stikstofuitstoot omlaag brengen, natuur herstellen en vergunningverlening weer ‘lostrekken’. Een onderdeel van de aanpak is o.a. een specifieke inzet in te selecteren kwetsbare watergebieden, waaronder grondwaterbeschermingsgebieden. En dat er nationale, bindende convenanten worden gesloten met glastuinbouw, akkerbouw en ketenpartijen, ter beperking van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. 

Op 14 juli jl. heeft het kabinet samen met verschillende partijen een hoofdlijnenconvenant gewasbeschermingsmiddelen gesloten. Dit convenant bevat afspraken om de milieubelasting door bestrijdingsmiddelen terug te dringen en waterkwaliteitsdoelen te halen. De deelnemende partijen hebben o.a. afgesproken om reductiedoelen voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen vast te stellen, aanvullende afspraken te maken voor het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en maatregelen te nemen in grondwaterbeschermingsgebieden.  

Wat Vewin betreft is het positief dat het convenant expliciet aandacht besteedt aan deze gebieden. De betrokken partijen erkennen dat hier extra maatregelen nodig zijn om de kwaliteit van drinkwaterbronnen te beschermen. Het Rijk heeft daarom aangegeven een generiek aanvullend maatregelenpakket op te stellen voor grondwaterbeschermingsgebieden om verontreiniging van het grondwater met bestrijdings-middelen tegen te gaan. Hierbij kunnen provincies waar nodig aanvullende maatregelen nemen. 

Vewin ziet naast positieve elementen ook belangrijke aandachtspunten. De uitwerking in concrete maatregelen wordt bepalend voor het uiteindelijke effect op de kwaliteit van drinkwaterbronnen, en hoe effectief dit convenant zal zijn in het verminderen van de verontreiniging met bestrijdingsmiddelen. Vewin vindt dat de maatregelen in het Convenant Gewasbeschermingsmiddelen en de aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof moeten bijdragen aan een omslag naar extensieve en emissiearme vormen van landbouw met een toekomstbestendig verdienmodel. Begin hiermee in grondwaterbeschermings-gebieden. Een integrale aanpak moet hierbij het uitgangspunt zijn; hiermee moeten zowel emissies van bestrijdingsmiddelen als van nitraat naar bodem en water worden tegengegaan. 

PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen

Afbraakproducten van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen zijn volgens het Ctgb een grote bedreiging voor het Nederlandse grondwater. Het gaat dan met name om TFA, een zeer kleine PFAS. Het Ctgb heeft zich voorgenomen, op basis van een verbod in Denemarken, om 46 PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen op basis van 6 werkzame stoffen te herbeoordelen. Adviesbureau CLM heeft in haar rapport van december 2025 in opdracht van een aantal provincies en Vewin echter 116 bestrijdingsmiddelen geïdentificeerd met 25 PFAS-houdende, in Nederland toegestane, werkzame stoffen.  

Een signaalrapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van september 2026 laat zien dat jaarlijks ten minste 21.000 kilo trifluorazijnzuur (TFA) vrijkomt door het gebruik van PFAS-pesticiden. Hiermee zijn gewasbeschermingsmiddelen een van de grootste bekende bronnen van TFA-verspreiding in Nederland, en een groot risico voor onze grondwatervoorraden. Onderzoek van CLM van juli 2026 bevestigt dat er voor het gebruik van deze pesticiden in de aardappelteelt werkbare alternatieven zijn.  Vewin bepleit, in lijn met ILT, dat de genoemde 116 bestrijdingsmiddelen zo snel mogelijk worden verboden. 

Toelatingsbeleid afstemmen op de KRW

Uit de tussenevaluatie door het PBL (2019) van de Tweede nota duurzame gewasbescherming 2013-2023 bleek dat een deel van de waterkwaliteitsproblemen met bestrijdingsmiddelen wordt veroorzaakt door gebreken in de toelating van deze middelen. Dit komt onder andere doordat de gebruikte normen en de methodiek bij toelating onvoldoende aansluiten op de KRW-doelen en normen. Dit constateert ook de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in haar rapport over de Kaderrichtlijn Water ‘Goed water, goed geregeld’ (11 mei 2023). De Raad zegt dat de KRW doelen zonder wijzigingen in het huidige beleid niet gehaald zullen worden. Ze adviseert onder andere om te zorgen voor een betere doorwerking van de KRW op alle relevante beleidsterreinen en in wetgeving voor onder andere bestrijdingsmiddelen.  

In de Kamerbrief van 25 juni 2024 kondigde het kabinet Rutte IV het plan aan om de Regeling gewas-beschermingsmiddelen en biociden te wijzigen. Onderdeel van dit plan is om een ‘nationaalrechtelijke juridische grondslag’ in de regeling op te nemen waarmee het College voor de toelating van gewas-beschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) vooraf kan toetsen aan de KRW-normen bij de toelating van bestrijdingsmiddelen. Hiermee moeten bestaande toelatingen ook kunnen worden herzien, om zo aan de KRW-normen te kunnen voldoen. In de Kamerbrief van 10 juni jl. is aangegeven dat er op dit moment wordt gewerkt aan de beoordelingsmethodiek. Het is zaak dat de voorgestelde juridische grondslag er nu echt snel komt.  

De voorgestelde wijziging richt zich overigens alleen op normoverschrijdingen door prioritaire en specifiek verontreinigende stoffen in bestrijdingsmiddelen. Omdat KRW-normoverschrijdingen ook veroorzaakt worden door andere werkzame stoffen uit bestrijdingsmiddelen, is het van belang om dit te verbreden naar alle probleemstoffen, om drinkwaterbronnen zo beter te kunnen beschermen tegen verontreiniging.  

Toelating en beoordeling stoffen op eu niveau

De Europese Commissie heeft op 16 december ‘25 de Food & Feed Safety Omnibus gepresenteerd. Met dit pakket wil de Commissie verschillende verordeningen en richtlijnen op het gebied van landbouw en voedsel aanpassen. Het pakket omvat een grote hoeveelheid dossiers, maar de belangrijkste wijzigingen betreffen de verordeningen en richtlijnen die gaan over de toelating en gebruik van bestrijdingsmiddelen. 

Vewin is van mening dat de voorstellen in deze omnibus een risico vormen voor de waterkwaliteit en voor de kwaliteit en bescherming van drinkwaterbronnen in het bijzonder. Het is van belang dat wet- en regel-geving die ziet op bestrijdingsmiddelen meer rekening houdt met waterkwaliteitsdoelen en -normen uit de Kaderrichtlijn Water en de Drinkwaterrichtlijn. De voorstellen lijken het omgekeerde effect te hebben. 

De Europese Commissie stelt onder andere voor om de goedkeuring van werkzame stoffen in beginsel plaats te laten vinden voor onbepaalde tijd. Daarnaast wordt de verplichte periodieke herbeoordeling van de meeste werkzame stoffen geschrapt. Herbeoordeling van stoffen zal risico-gestuurd plaatsvinden (o.a. afhankelijk van nieuwe informatie), via een werkprogramma. 

In de huidige situatie zijn periodieke herbeoordelingen een belangrijk moment waarop nieuwe inzichten rond risico’s voor de waterkwaliteit worden meegewogen, wat mogelijk leidt tot strengere gebruiks-voorwaarden of niet verlengen van de toelating. In de nieuwe situatie wordt herbeoordeling vooral afhankelijk van het tijdig signaleren van nieuwe inzichten over risico’s van stoffen, en van een ambitieus werkprogramma waarin de juiste prioriteiten worden gesteld en nagekomen. Dit brengt het gevaar met zich mee dat risicovolle stoffen veel te lang worden toegelaten en toegepast en voor verontreiniging van drinkwaterbronnen blijven zorgen.

Het is daarom belangrijk dat de toelating van werkzame stoffen plaats blijft vinden voor een afgebakende periode, gecombineerd met een verplichte periodieke herbeoordeling. Hierbij moet gezorgd worden voor voldoende capaciteit om deze herbeoordeling ook tijdig te laten plaatsvinden. 

Het Europees Parlement en de Raad bespreken de voorstellen al een aantal maanden. Tot op heden zijn zij beiden niet tot een positie gekomen, onder andere door discussie over de toelatingstermijnen. Vewin blijft er bij de staatssecretaris op aandringen om stelling te nemen tegen voorstellen die een risico vormen voor de waterkwaliteit. Zie voor meer informatie ons position paper Food & Feed Safety Omnibus.

Alexander van den Honert

Stuurgroepsecretaris Doelmatigheid, Transparantie & Waterketen

honert@vewin.nl

070 349 08 55

Contact

Naam(Vereist)
E-mailadres(Vereist)
Laat ons weten wat je bezighoudt. Heb je een vraag voor ons? Stel hem gerust.
*Verplicht veld

Abonneren Waterspiegel

"*" geeft vereiste velden aan

Bent u beroepsmatig betrokken bij de watersector? Dan kunt u het blad vier keer per jaar gratis in de bus ontvangen.

Naam*
Adres*