Direct naar content

‘Een strenge bronaanpak is bewezen succesvol’

31 juli 2025 Nieuws
Medewerkers drinkwaterbedrijven voor rivier

Nederland beschikt over een beperkt aantal bronnen voor de productie van drinkwater: grondwater (goed voor ruwweg 60% van ons drinkwater), oppervlaktewater (39%) en duinwater (1%). De waterkwaliteit van deze bronnen is belangrijk voor ons drinkwater en bepaalt welke zuiveringsinspanning een drinkwaterbedrijf moet leveren. Waar lopen de drinkwaterbedrijven tegenaan op het gebied van bronkwaliteit en hoe gaan zij hiermee om?

PWN: ‘Bronaanpak werkt!’

Drinkwaterbedrijf PWN in Noord-Holland is een bijna puur ‘oppervlaktewater’-bedrijf. Strategisch adviseur Koen Zuurbier: ‘Wij maken 95% van ons drinkwater van Rijnwater, uit het IJsselmeer en het Lekkanaal. Grond- en duinwater zijn goed voor de resterende 5%. We hebben één grondwaterwinning, in het Gooi. Het grondwater is hier zó zuiver dat we het niet hoeven te behandelen. Gewoon oppompen en distribueren, uniek in Nederland.’

Nieuwe verontreinigingen

‘Van een afstand gezien is de kwaliteit van het oppervlaktewater de afgelopen decennia verbeterd. In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw waren de Rijn en de Maas open riolen, waar het schuim regelmatig op stond. Dat is echt wel veranderd: probleemstoffen zoals bepaalde pesticiden zijn door een gerichte bronaanpak afgenomen of verdwenen. Gelukkig reageert het oppervlaktewatersysteem relatief snel op bronmaatregelen, binnen enkele jaren zelfs. Het slechte nieuws is dat er wel de nodige nieuwe ongewenste stoffen voor in de plaats zijn gekomen, vooral op het gebied van medicijnresten en chemische stoffen, zoals PFAS.’

Intensievere zuivering

‘Gevolg is dat we toch steeds intensiever moeten zuiveren, bijvoorbeeld met membraanfiltratie. Een bijkomende factor daarbij is de klimaatverandering. In droge perioden is door de lagere afvoer de concentratie van verontreinigingen in het rivierwater hoger. Daardoor moeten wij in zo’n periode een grotere zuiveringsinspanning leveren. Het probleem met vooral de opkomende stoffen is dat ze makkelijk oplosbaar zijn in water en al bij lage concentratie schadelijk. We noemen dat PMT-stoffen: persistent, mobiel en toxisch. Dat soort stoffen verwijderen lukt niet met de traditionele zuivering via zandfilters of duinpassage.’

Wat moet er gebeuren om deze trend te keren?
Zuurbier: ‘Er moet een striktere bronaanpak komen voor zeer zorgwekkende stoffen, het liefst een wereldwijd totaalverbod. Dat wordt lastig, maar we zien gelukkig binnen de EU goede initiatieven op het gebied van PFAS. Daarnaast moeten er beheersmaatregelen worden genomen op de punten waar deze stoffen geconcentreerd in het milieu komen, zoals vuilstorten. Verder moeten toezicht op en handhaving bij indirecte lozingen via het riool beter. Bij een recente pilot in Noord-Holland bleek dat dit niet op orde is: veel bedrijven weten zelf niet eens dat ze PFAS lozen en de omgevingsdienst heeft niet de kennis en de capaciteit om hierop goed toe te zien. De inhaalslag die Rijkswaterstaat momenteel maakt bij het controleren van de vergunningen voor directe lozingen van PMT-stoffen in het oppervlaktewater, mag van ons wel wat worden versneld.’ Een ander aspect van de brede bronaanpak is volgens Zuurbier een strenger toelatingsbeleid voor chemische stoffen, dat rekening houdt met het drinkwaterbelang: ‘Preventie is de weg voorwaarts: door te investeren in preventieve maatregelen bij de bron helpen we niet alleen drinkwater, maar ook de voedselvoorziening en de natuur.’

Wat kan een drinkwaterbedrijf doen om een goede bronaanpak te ondersteunen?
Zuurbier: ‘Wij kunnen vooral helpen inzichtelijk te maken wat er wel en niet goed gaat, en dit ondersteunen met feiten en kennis. Totdat de bronnen schoner zijn, zullen wij het maximale uit onze zuiveringen moeten halen. Dat kost ruimte, energie, water en veel geld. Nog afgezien van de haalbaarheid vanwege bijvoorbeeld netcongestie en stikstofproblematiek.’

PWN heeft ook te maken met een groeiende vraag naar drinkwater. ‘Om hieraan te voldoen en de kwaliteit van het drinkwater te kunnen blijven garanderen, hebben wij de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in productie-uitbreiding op basis van omgekeerde osmose ofwel RO. Zo maken wij straks een kwart van ons drinkwater op basis van RO, terwijl het beleid juist is dat we naar eenvoudigere zuiveringen toe moeten, door te werken aan schone bronnen.’ Het uitgangspunt voor PWN blijft daarom bescherming van de bronnen. ‘Want wat er niet inkomt, hoef je er ook niet uit te zuiveren’, aldus Zuurbier.

WML: ‘Meer aandacht voor vergunningverlening’

‘WML is qua bronnen een echt gemengd bedrijf, met ongeveer 75% grondwater en 25% oppervlaktewater’, aldus afdelingshoofd Onderzoek & Advies Willem van Pol. ‘Naast diep en ondiep grondwater gebruiken wij oppervlaktewater uit de Maas. Verder kopen we drinkwater uit Duitsland, waarvan de bron oppervlaktewater uit de Eifel is.’

Vergrijzing van grondwater

Het diepe grondwater in Limburg is goed beschermd door één of twee kleilagen: ‘Over de kwaliteit daarvan maken we ons minder zorgen dan over de ondiepe bronnen, die zo’n beschermende kleilaag missen. Een aantal van onze ondiepe bronnen is extra kwetsbaar, zoals de winning uit kalksteenpakketten in Zuid-Limburg. Vooral in deze gebieden hebben we te maken met uitspoeling van nitraat als gevolg van de landbouw. We zien veel ‘vergrijzing van het water’: allerlei diffuse antropogene verontreinigingen, zoals PFAS, medicijnresten, bestrijdingsmiddelen en afbraakproducten daarvan. Wij hebben al zuiveringen moeten uitbreiden wegens deze stoffen, met alle extra beheer en kosten van dien. Tot nu toe is dat mogelijk met actiefkool-filters, maar voor PFAS zullen we op termijn wellicht membraanfiltratie moeten gaan toepassen. Dat kost niet alleen meer energie en dus geld, maar levert ook een reststroom op, die wij niet zomaar kunnen lozen. Daarnaast is voor deze extra zuiveringsstap veel water nodig, waardoor de totale wateronttrekking 20% groter wordt.’

Innamestops Maaswater

Bij de inname van oppervlaktewater uit de Maas heeft WML last van industriële lozingen van ongewenste stoffen: ‘Berucht is de lozing van pyrazool, in 2015. Dat leidde tot een innamestop van vele maanden. Andere probleemstoffen zijn: PFAS, medicijnresten en bestrijdingsmiddelen. In totaal kunnen wij gemiddeld 120 dagen per jaar geen water uit de Maas innemen. De trend over de afgelopen jaren is dat de last aan ongewenste stoffen hoog is en niet afneemt. Ook de klimaatverandering heeft negatieve effecten op de waterkwaliteit. De Maas is een regenrivier die langdurige perioden van lage afvoeren kent, waardoor weinig verdunning van de lozingen plaatsvindt. De gehaltes aan ongewenste stoffen in het rivierwater zijn dan relatief hoog.’

Oplossingen

Van Pol: ‘Ik zie drie oplossingsrichtingen: duidelijke en strikte regelgeving, betere handhaving en toezicht, en het uitvoeren van gerichte maatregelen. Er zullen in ieder geval voor grondwaterbeschermings- en waterwingebieden strengere regels moeten komen over welke stoffen daar wel en niet zijn toegestaan. Wij zien in die gebieden graag een grondwatervriendelijke landbouw, die rekening houdt met de drinkwatervoorziening. Een betere invulling van de zorgplicht dus. Verder is voorkomen altijd beter dan genezen, dus pleiten wij ervoor dat bepaalde stoffen niet meer gebruikt mogen worden. Zeker niet zolang niet bekend is welk effect ze op het grondwater hebben. Ook bij de toelating van bestrijdingsmiddelen moet het drinkwaterbelang veel zwaarder wegen dan nu het geval is. Voor ons blijft het voorzorgprincipe het uitgangspunt.’

Dit interview verscheen eerder in Waterspiegel 1 2025. Lees het volledige magazine hier.

Alexander van den Honert

Stuurgroepsecretaris Doelmatigheid, Transparantie & Waterketen

honert@vewin.nl

070 349 08 55

Contact

Naam(Vereist)
E-mailadres(Vereist)
Laat ons weten wat je bezighoudt. Heb je een vraag voor ons? Stel hem gerust.
*Verplicht veld

Abonneren Waterspiegel

"*" geeft vereiste velden aan

Bent u beroepsmatig betrokken bij de watersector? Dan kunt u het blad vier keer per jaar gratis in de bus ontvangen.

Naam*
Adres*