Uitzonderingspositie openbare drinkwatervoorziening noodzakelijk bij wetsvoorstel KRW
Nieuws - 16 juli 2026
Op 30 april presenteerde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) het advies ‘Zorg voor water’ aan de minister van IenW. Het advies schetst welke maatregelen nú nodig zijn om Nederland ook in de toekomst van voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater te voorzien.
Volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) zien veel Nederlanders drinkwater nog altijd als vanzelfsprekend, al is dat in de praktijk steeds minder het geval. Zowel de waterkwaliteit van de bronnen als de leveringszekerheid van drinkwater staan steeds verder onder druk.
Rli-voorzitter Jan Jacob van Dijk: ‘De urgentie van maatregelen om ook in de toekomst een betrouwbare drinkwatervoorziening te garanderen, is groot. De groeiende vraag naar water, klimaatverandering en de verslechterende zoetwaterkwaliteit zetten het huidige systeem steeds verder onder druk. De stabiele levering van voldoende en kwalitatief goed drinkwater is daardoor niet langer vanzelfsprekend.’
Erik Verhoef is Rli-raadslid en voorzitter van de commissie die het advies opstelde: ‘Deze drie ontwikkelingen – vraaggroei, klimaatverandering en slechte waterkwaliteit – leiden op meerdere fronten tot knelpunten. Daardoor komen de duurzaamheid, betaalbaarheid en noodzakelijke uitbreiding van de drinkwatervoorziening onder druk te staan. De raad heeft daarom onderzocht welke interventies nú nodig zijn om ook aan het einde van deze eeuw voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater beschikbaar te hebben voor alle benodigde toepassingen. Hiervoor hebben wij vijf aanbevelingen opgesteld.’
Welke knelpunten ziet u momenteel?
Verhoef: ‘Ik denk dat de slechte kwaliteit van het Nederlandse oppervlakte- en grondwater momenteel het meest urgente punt is, als gevolg van vervuiling door pesticiden, meststoffen, medicijnresten en andere chemicaliën. Verder zien we in de ruimtelijke ordening onvoldoende aandacht voor de groeiende ruimtevraag van de drinkwatervoorziening.’
‘Drinkwater concurreert in de schaarse boven- en ondergrondse ruimte met functies zoals energievoorziening, woningbouw, landbouw en mijnbouw. Daarbij trekt de drinkwatervoorziening vaak aan het kortste eind. Ook ontbreekt in beleid nog te vaak de samenhang tussen drinkwater en het bredere zoetwatersysteem, dat de basis vormt van onze drinkwatervoorziening. De nadruk ligt nu sterk op technologische oplossingen om drinkwater “end of pipe” te zuiveren. Maar het beschermen van het grond- en oppervlaktewater – de bronnen voor ons drinkwater – is uiteindelijk effectiever. Bovendien kan dat bijdragen aan andere maatschappelijke doelen, zoals recreatie, natuurontwikkeling en natuurbescherming.’
Van Dijk: ‘Ook in governance en financiering zien wij grote knelpunten. Door de huidige financieringsregels kunnen drinkwaterbedrijven onvoldoende reserves opbouwen voor noodzakelijke langetermijninvesteringen. Daarnaast is het bestuurlijke landschap rondom drinkwater sterk versnipperd. Vrijwel alle overheidslagen dragen verantwoordelijkheid voor drinkwater, maar in de praktijk wordt die verantwoordelijkheid niet altijd voldoende ingevuld.’
Verhoef: ‘Een ander knelpunt is dat de daling van het drinkwatergebruik is gestagneerd, terwijl het verbruik hiervoor juist jarenlang afnam. Nederlandse huishoudens gebruiken met 118 liter per persoon per dag relatief veel drinkwater vergeleken met buurlanden. Dat moet naar 100 liter, maar dat doel wordt nog niet gehaald. Het is daarom belangrijk dat consumenten zich bewuster worden van de waarde van drinkwater. Een andere vorm van beprijzing kan daarbij helpen: minder vaste kosten en meer betalen naar gebruik.’
Wat is er nodig om het systeem rondom de drinkwatervoorziening toekomstbestendig te maken voor de komende 100 jaar?
Van Dijk: ‘Om te voorkomen dat er op middellange en lange termijn tekorten ontstaan, doen wij vijf aanbevelingen. Twee daarvan zijn urgent: snel zorgen voor betere kwaliteit van grond- en oppervlaktewater én een samenhangende nationale strategie opstellen voor de drinkwatervoorziening, onder regie van de minister van IenW. De Rli staat daarin niet alleen: ook IPO, de Unie van Waterschappen en Vewin onderschrijven die urgentie. Als we nu geen nationale strategie ontwikkelen, dreigt bij drinkwater een vergelijkbare situatie als de huidige netcongestie op het elektriciteitsnet. Juist daarom doen wij dit nadrukkelijke beroep op de systeemverantwoordelijke minister om in actie te komen. Ook op het gebied van kwaliteit is haast geboden. Al in 2023 hebben wij het advies ‘Goed water goed geregeld’ uitgebracht, over het behalen van de KRW-doelen en we zien op dat vlak helaas weinig nog vooruitgang, ondanks inspanningen van het Ministerie van IenW.’
Verhoef: ‘Uiteindelijk zijn al onze aanbevelingen even belangrijk: het is niet “of, of”, maar “en, en”. Bovendien is dit nadrukkelijk een gezamenlijke opgave waarvoor alle stakeholders aan zet zijn.’
‘Zorg voor water: de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave’
Van Dijk: ‘De kern van onze aanbevelingen is dat oplossingen niet alleen binnen de bestaande drinkwaterketen gezocht moeten worden, maar juist ook in een gezond zoetwatersysteem, met extra ruimte voor de drinkwatervoorziening. De minister van IenW zal nadrukkelijker invulling moeten geven aan zijn systeemverantwoordelijkheid voor het drinkwaterstelsel. Wij adviseren hem daarom het initiatief te nemen voor een brede nationale drinkwaterstrategie, samen met de betroken centrale en decentrale overheden, drinkwaterbedrijven en kennisinstellingen.’ Verhoef: ’Zo’n brede strategie moet – naast het drinkwaterbelang en het zoetwateraspect aan de aanbodzijde – ook de kansen en wensen aan de vraagkant meenemen en deze met elkaar in balans brengen.’
Hij vervolgt: ‘Die nationale drinkwaterstrategie moet de benodigde ruimte in Nederland reserveren, afspraken bevatten over samenwerking tussen overheden en drinkwaterbedrijven en duidelijkheid bieden over financiering. De strategie kan niet vrijblijvend zijn: commitment van alle stakeholders is essentieel. Rijksdeelneming in drinkwaterbedrijven kan zorgen voor meer sturing en coördinatie. Daarnaast biedt de Omgevingswet mogelijkheden om decentrale overheden aan te spreken op hun zorgplicht. Ook zullen drinkwatertarieven moeten stijgen om investeringen mogelijk te maken én waterbesparing te stimuleren. Dat moet wel eerlijk gebeuren: betalen naar gebruik, met een hoger tarief voor grootverbruikers.’
Verhoef: ‘Onze eerste aanbeveling is om snel werk te maken van een gezond zoetwatersysteem. De uitvoering van KRW-maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren moet worden versneld. Daarbij moet ook aandacht komen voor nieuwe vervuilende stoffen die buiten de KRW vallen. Daarnaast moet de beschikbaarheid van voldoende zoetwater beter worden geborgd. Dat kan door hogere grondwaterstanden na te streven en zoetwateronttrekkingen vergunnings- of meldingsplichtig te maken. Ook helpt het om het concept van “waterlandschappen” te verankeren in het grondwaterbeschermingsbeleid: groenblauwe gebieden waar wateropslag, watergebruik, natuurontwikkeling, recreatie en landschappelijke kwaliteit samen laten komen.’
Volgens de Rli moet de nationale drinkwaterstrategie verder kijken dan 2050 en de ruimtevraag van de drinkwatervoorziening expliciet meenemen. Verhoef: ‘Dat is urgent, omdat de strategie direct samenhangt met andere ruimtelijke keuzes waarover binnenkort besluiten worden genomen. Een keuze voor buitendijkse woningbouw langs het IJsselmeer – de grootste zoetwatervoorraad van Nederland – heeft bijvoorbeeld direct gevolgen voor de keuzes binnen een nationale drinkwaterstrategie.’
Van Dijk: ‘Om de nationale strategie daadwerkelijk uit te voeren, moet de minister van IenW invulling geven aan zijn systeemverantwoordelijkheid voor de drinkwatervoorziening. Dat betekent dat hij borgt dat decentrale overheden hun zorgplichten nakomen en dat de nationale strategie doorwerkt in regionale en lokale besluitvorming. Daarnaast adviseren wij het Rijk financieel deel te nemen in drinkwaterbedrijven, zodat ook daar de uitvoering van de strategie beter kan worden geborgd. De omvang van de opgaven voor een toekomstbestendige drinkwatervoorziening overstijgt zowel inhoudelijk als financieel de huidige mogelijkheden van drinkwaterbedrijven.’
Verhoef: ‘Drinkwaterbedrijven moeten meer financiële armslag krijgen voor investeringen in hun infrastructuur. Dat kan door de bestaande financieringsregels voor het watersysteem en drinkwaterbedrijven te herzien en belemmeringen voor grootschalige langetermijninvesteringen weg te nemen. Investeringen in het bredere zoetwatersysteem kunnen worden gefinancierd vanuit het Deltafonds.’ Van Dijk: ‘Voor de benodigde investeringen in vervanging en uitbreiding van de drinkwaterinfrastructuur moeten drinkwaterbedrijven grotere financiële reserves kunnen opbouwen dan nu mogelijk is. Als drinkwatertarieven stijgen om investeringen te financieren, moet dat wel eerlijk gebeuren en mogen minder kapitaalkrachtige huishoudens niet onevenredig worden geraakt.’
Verhoef: ‘Het is belangrijk het waardebewustzijn rond water te vergroten en verantwoord drinkwatergebruik te stimuleren. Dat vraagt om een combinatie van technische maatregelen, gedragsinterventies en prijsprikkels. De vraag naar water blijkt gevoeliger voor de prijs per liter dan men vaak denkt. Wij adviseren daarom het vaste tarief deels variabel te maken, gecombineerd met een extra hoog tarief voor grootverbruikers. Betalen naar gebruik doet meer recht aan sociaaleconomische verschillen. Daarnaast moet de potentie van technische oplossingen, zoals regenwater en gezuiverd afvalwater, beter worden onderzocht. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar financiële kosten en baten, maar ook naar bredere maatschappelijke effecten.’
Van Dijk: ‘Je kunt dit aspect ook benaderen vanuit de waarde van water: de hoge kwaliteit van ons drinkwater rechtvaardigt een hogere prijs en een kritische blik op laagwaardige toepassingen zoals het koelen van serverparken of het bewateren van een gazon. Op zichzelf is dat volgens ons al een argument om te pleiten voor een andere manier van beprijzing, ook in het licht van het streven naar brede welvaart, in plaats van puur kijken naar economische groei.’
Dit interview verscheen eerder in Waterspiegel 2 2026. Lees het volledige magazine hier.