Waterspiegel 1: Nacht van het Drinkwater, rol gemeenten en drinkwaterbesparing
Nieuws - 1 april 2026
Op 26 maart heeft het Europees Parlement de laatste stap gezet voor de gezamenlijke herziening van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn (GWR) en de Richtlijn milieukwaliteitsnormen. Dat is ruim drie jaar na de oorspronkelijke voorstellen van de Europese Commissie. In deze herziening zijn nieuwe stoffen met bijbehorende normen voor oppervlakte- en grondwater vastgelegd. Vewin steunde de voorstellen en pleitte voor scherpe kwaliteitseisen en ambitieuze deadlines, met name voor PFAS. Daaraan is slechts gedeeltelijk tegemoet gekomen.
Voor oppervlaktewater is afgesproken enkele nieuwe relevante geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen, industriële componenten en PFAS op te nemen. Hiervoor gaan normen (Environmental Quality Standards, EQS) gelden. Voor grondwater is besloten een aantal geneesmiddelen, (afbraakproducten van) bestrijdingsmiddelen en PFAS toe te voegen.
Dit betekent dat oppervlakte- en grondwater, bronnen voor drinkwater, op de lange termijn beter beschermd gaan worden tegen deze stoffen. Door deze toevoegingen worden lidstaten en waterbeheerders immers verplicht om de emmissies van deze stoffen te beheersen. De nieuwe normen zullen bijdragen aan beperking van de lozingen van PFAS en emissies van medicijnresten in het water.
Vewin steunde de voorstellen voor verbeterde transparantie, informatieverplichtingen en het opnemen van deze stoffen in de verschillende richtlijnen en pleitte voor scherpe kwaliteitseisen en ambitieuze deadlines, met name voor PFAS. Voor PFAS pleitte Vewin ervoor de KRW-eisen af te stemmen op de Europese herziening van de PFAS-norm voor drinkwater, op basis van het lopende WHO-adviestraject. In de vastgestelde tekst zijn de eisen aan de kwaliteit van de bronnen voor drinkwater (oppervlakte- en grondwater) voor PFAS minstens zo streng als de huidige en komende drinkwaternorm.
Vewin heeft een gemengd oordeel over de de vastgestelde herziening. De extra transparantie, de informatieverplichting voor lidstaten om vaker te rapporteren over de waterkwaliteit en de toegevoegde stoffen zijn positief. De verschillende PFAS-normenkaders voor oppervlaktewater en grondwater zijn niet goed te verklaren en de vastgelegde deadlines beoordeelt Vewin als ronduit teleurstellend en ongewenst. Het besluit dat pas in 2039-2045 voldaan moet worden aan de nieuwe eisen voor PFAS en andere stoffen in oppervlakte- en grondwater, is volgens Vewin veel te laat.
De lidstaten hebben tot december 2027 de tijd om de wijzigingen om te zetten in nationale wetgeving.