Belastingen dragen niet bij aan drinkwatervoorziening
Het kabinet heeft op Prinsjesdag 2026 het voornemen gepresenteerd om de belasting op leidingwater (BoL) met 23 procent verhogen, van 43,7 naar 53,7 eurocent per kubieke meter. De extra belastinginkomsten vloeien naar de algemene Rijksmiddelen en worden niet ingezet voor waterbesparing of de drinkwatervoorziening. Deze extra belastingverhoging maakt drinkwater duurder zonder dat het bijdraagt aan de beschikbaarheid ervan. Daarnaast is drinkwater een eerste levensbehoefte. Vewin en pleit daarom juist voor een verlaging van de belastingdruk op drinkwater.
Drinkwater isessentieel voor de volksgezondheid. De verbruiksbelasting op mineraalwater in flessen is sinds 1 januari 2024 geheel afgeschaft omdat het Rijk stelt dat ‘vanuit gezondheidsperspectief het drinken van water de voorkeur verdient’. Huishoudens betalen daarentegen nu wel ruim 27% aan belasting op kraanwater. Dit is volgens Vewin veel te hoog voor een gezonde eerste levensbehoefte. Bovendien hoeft kraanwater niet extra verpakt en getransporteerd te worden en is het daarom een stuk duurzamer dan water uit flessen
Beprijzen leidt niet tot besparenbeprijzen leidt niet tot besparen
Uit onderzoek (2024), uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, blijkt dat het beprijzen van drinkwater niet zonder meer leidt tot waterbesparing. Vewin pleit voor het schrappen van de tariefsverhoging en een aanpak die waterbesparing en hergebruik daadwerkelijk stimuleert en aantoonbaar bijdraagt aan lager drinkwatergebruik.
Vewin roept op de voorgenomen tariefsverhoging van de BoL te schrappen;
De belastingdruk op drinkwater te verlagen en;
Benadrukt dat beprijzen via een extra belasting van 10 ct Belasting op leidingwater niet leidt tot de gewenste besparingen.