CD Leefomgeving
Standpunt - 24 maart 2026
Dit position paper is inbreng van Vewin voor het Commissiedebat Mijnbouw van 29 januari 2026. De ondergrond is van groot belang voor onze energievoorziening. Tegelijkertijd is grondwater een belangrijke bron voor onze drinkwatervoorziening. De drinkwatervoorziening en mijnbouwactiviteiten, zoals bodemenergie en geothermie, passen echter niet altijd en overal bij elkaar in de ondergrond.
In de herziene Mijnbouwwet, die sinds 1-1-26 van kracht is geworden, staat het volgende opgenomen in Artikel 24w, tweede lid:
Onze Minister verbindt aan de startvergunning aardwarmte het voorschrift dat geen doorboring plaatsvindt van een gebied waarvan in verband met het uitvoeren van de taken bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onderdeel c, van de Omgevingswet in een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet is vastgesteld dat doorboring ervan voor het opsporen of winnen van aardwarmte niet is toegestaan, indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder dat gebied.
Artikel 2.18, eerste lid, onderdeel c van de Omgevingswet bepaalt dat een provincie tot taak heeft de kwaliteit van het grondwater te beschermen in verband met de winning daarvan voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water. Provincies hanteren verschillende benamingen voor de gebieden waar dit gebeurt, zoals waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, grondwaterbeschermingszones, boringvrije zones, kwetsbare drinkwaterreserveringsgebieden, of gebieden voor Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s).
Het beschermingsregime leggen provincies vast in een omgevingsverordening (conform artikel 2.6 van de Omgevingswet). Met de wijziging van de Mijnbouwwet is invulling gegeven aan het in 2022 aangenomen amendement Erkens/Grinwis dat ertoe strekte gebieden die ‘bij of krachtens wet’ zijn aangewezen of gereserveerd voor de winning van drinkwater uit grondwater te beschermen tegen boringen naar aardwarmte.
Een en ander houdt in dat de verantwoordelijkheid voor de concrete invulling van het beschermingsregime van gebieden aangewezen of gereserveerd voor de drinkwatervoorziening berust bij de provincies. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) is op haar beurt verantwoordelijk voor het nemen van een instemmingsbesluit over het al dan niet toestaan van mijnbouwactiviteiten. Bij dit besluit betrekt het ministerie van KGG het SodM, Rijkswaterstaat en decentrale overheden, maar geen drinkwaterbedrijven. Risico’s op grondwaterverontreiniging door mijnbouwactiviteiten maken de drinkwaterbedrijven echter wel een relevante partij. Daarom bepleit Vewin om bij wet vast te leggen dat drinkwaterbedrijven ook om advies worden gevraagd zodra het ministerie van KGG een instemmingsbesluit voor mijnbouwactiviteiten wil nemen.
Vewin pleit ervoor dat wettelijk verankerd wordt dat bij het instemmingsbesluit voor mijnbouwactiviteiten drinkwaterbedrijven ook om advies worden gevraagd, net als decentrale overheden, SodM en Rijkswaterstaat, zodat de drinkwaterbedrijven worden betrokken bij de besluitvorming als relevante partij.
In de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) is het volgende opgenomen: “In de gebieden waar nu grondwater wordt onttrokken voor de openbare drinkwatervoorziening is het risico op verontreiniging door mijnbouwactiviteiten, hoe klein ook, niet acceptabel.” STRONG zal echter worden vervangen door het programma Bodem, Ondergrond en Grondwater (BOG) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond (DGDO) van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). In de brief bij agendapunt 8 (‘De ontwikkeling van geothermie (aardwarmte)’) verwijst de Minister van KGG naar het programma DGDO. Zij schrijft dat ‘belangen zoals de bescherming van drinkwatergebieden en andere belangrijke ruimtelijke vraagstukken zorgvuldig worden afgewogen’. Vewin vraagt om in het programma DGDO concreet vast te leggen c.q. te bestendigen dat mijnbouw, zoals bodemenergie en geothermie, uitgesloten is in gebieden die zijn aangewezen of gereserveerd voor de winning van drinkwater uit grondwater, zoals waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringvrije zones en Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s). Dit conform de recente aanpassing van de Mijnbouwwet (zie hiervoor). Uiteraard is goede afstemming tussen het programma DGDO en het programma BOG van het ministerie van IenW hierbij van groot belang.
Vewin pleit ervoor dat in de programma’s BOG en DGDO wordt opgenomen dat provincies mijnbouw (blijven) uitsluiten in gebieden die zijn aangewezen of gereserveerd voor de winning van drinkwater uit grondwater, zoals waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringvrije zones en Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s).
Eind 2025 publiceerde de Europese Commissie het RESourceEU Action Plan; een plan om het mijnen van kritieke grondstoffen in Europa te bevorderen. De Europese Commissie stelt onder andere voor om in 2026 de Kaderrichtlijn Water (KRW) te evalueren en herzien, om zo de toegang tot kritieke grondstoffen te verbeteren. De doelen die in de KRW zijn gesteld, zijn echter cruciaal voor het verbeteren van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater; de belangrijkste bronnen voor de drinkwatervoorziening.
Gezien het belang van de drinkwatervoorziening voor de nationale veiligheid en de volksgezondheid, pleit Vewin ervoor dat bij het bevorderen van Europese mijnbouw de bescherming van drinkwaterbronnen niet in het geding komt. Bij het evalueren en herzien van de KRW moet dit dan ook centraal komen te staan.
Verlies de drinkwatervoorziening niet uit het oog bij uitvoering van het RESourceEU Action Plan; zet bij evaluatie en herziening van de KRW de bescherming van drinkwaterbronnen centraal en laat deze bescherming bij het bevorderen van mijnbouw in Europa niet in het geding komen.
Verder lezen? Vewin biedt meer informatie over dit onderwerp. Klik hiernaast om naar een gerelateerde pagina te gaan.