Waterpoort: grip op industriële lozingen vraagt om meer inzicht, betere handhaving en bredere aanpak
Nieuws - 23 juni 2026
Emissies van stoffen leiden regelmatig tot problemen voor de bronnen van ons drinkwater. Met name lozingen vergroten de uitdaging die Nederland heeft met het tijdig bereiken van de doelen van de Kaderrichtlijn Water uiterlijk 2027 en dwingen de drinkwaterbedrijven tot steeds grotere zuiveringsinspanningen. Grip op lozingen van PFAS en Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn noodzakelijk om ook in de toekomst voldoende en veilig drinkwater te kunnen leveren. Het Coalitieakkoord kiest voor een ambitieus toekomstgericht beleid op het gebied van milieu en water. Vewin pleit ervoor snel werk te maken van de in het akkoord opgenomen voornemens.
Steun voor volledige en snelle Europese restrictie PFAS
Vewin pleit samen met de Unie van Waterschappen voor een volledige en snelle restrictie voor productie, gebruik en import van PFAS. Het voorstel daartoe is momenteel in behandeling bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). De gemeenschap en burgers moeten niet opdraaien voor de kosten en risico’s verbonden aan de verontreiniging door PFAS. Het Coalitieakkoord stelt dat Nederland kartrekker wordt voor een Europees verbod op PFAS. Het is belangrijk dat de Nederlandse regering hier voortvarend invulling aan geeft en volhardt in haar inzet op dit terrein om ervoor te zorgen dat onze watervoorraden, het milieu en de consumenten voor de komende generaties worden beschermd.
Scherp nationale bronaanpak PFAS aan
Vooruitlopend op een mogelijk Europees verbod is het essentieel om nationaal maximaal in te zetten op het minimaliseren van de verontreiniging met PFAS. Het Coalitieakkoord bevat het voornemen om samen met betrokken partijen te kijken naar manieren om de vraag naar PFAS-houdende producten bij consumenten terug te dringen en hen te helpen kiezen voor alternatieven zonder PFAS. Ook wordt bezien of en hoe op korte termijn een lozingsverbod mogelijk is. Vewin steunt deze voornemens en bepleit een voortvarende uitwerking.
PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen
Afbraakproducten van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen zijn volgens het Ctgb een grote bedreiging voor het Nederlandse grondwater. Het gaat dan met name om TFA, een zeer kleine PFAS. Het Ctgb heeft zich, op basis van een verbod in Denemarken, voorgenomen 46 PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen op basis van 6 werkzame stoffen te herbeoordelen. Adviesbureau CLM heeft in haar rapport van december 2025 in opdracht van een aantal provincies en Vewin in 2025 echter 116 bestrijdingsmiddelen geïdentificeerd met 25 PFAS houdende, in Nederland toegestane, werkzame stoffen. Vewin bepleit dat al deze 116 bestrijdingsmiddelen opnieuw beoordeeld worden en verboden.
- Volhard in de Nederlandse inzet voor het Europese restrictievoorstel over PFAS en bepleit een snelle en brede implementatie van dit voorstel;
- Zet nationaal, vooruitlopend op het Europees verbod, maximaal in om lozingen van PFAS naar drinkwaterbronnen te minimaliseren; werk de mogelijkheden van een lozingsverbod voortvarend uit;
- Introduceer zo snel mogelijk een landelijk verbod op bestrijdingsmiddelen met PFAS
Het geagendeerde rapport “Periodieke rapportage XII Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s” van Decisio (december 2025), concludeert dat beleidsdoelen, instrumenten en posten op de begroting niet goed met elkaar zijn te verbinden en het onduidelijk is of de de hoofddoelen – een veilige, schone en gezonde leefomgeving – daadwerkelijk worden bereikt.
Vewin herkent het gat tussen beleid en praktijk. Meermalen is vastgesteld dat overheden en omgevingsdiensten te weinig capaciteit hebben om hun taken rond Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) naar behoren uit te voeren en tot een volledig en actueel overzicht te komen. Zo’n overzicht is essentieel om vergunningen te actualiseren en vervolgens toezicht uit te oefenen en te handhaven.
Het recente onderzoek van de Rekenkamer “Focus op industriële lozingen”van maart 2026 concludeert ook weer dat de chemische waterkwaliteit niet vooruit gaat en dat RWS geen inzicht heeft in de hoeveelheid stoffen die geloosd wordt. Vewin pleit ervoor dat RWS en de omgevingsdiensten voldoende worden toegerust om uiterlijk in 2027 wél een volledig overzicht te hebben van alle lozingen van PFAS en ZZS- stoffen op oppervlaktewater.
- Zorg voor extra capaciteit en kennisontwikkeling bij RWS en omgevingsdiensten inclusief adequate financiering;
- Zorg voor een integraal overzicht van alle lozingen van PFAS en ZZS op oppervlaktewater, uiterlijk in 2027
Staalslakken en andere secundaire bouwstoffen horen niet thuis in drinkwatergebieden. Vewin vraagt om het voorzorgprincipe leidend te maken bij staalslakken en andere secundaire bouwstoffen in drinkwatergebieden. Toepassing van staalslakken kan risico’s opleveren voor bodem en grondwater door hoge pH-uitloging en mobilisatie van zware metalen en andere schadelijke stoffen. Daarom moeten staalslakken en vergelijkbare secundaire bouwstoffen zoals Beaumix en vliegas niet worden toegepast in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden; minimaal is een meldplicht in plaats van een informatieplicht nodig, zodat bevoegd gezag kan handhaven en drinkwaterbedrijven tijdig worden geïnformeerd.
- Maak het voorzorgsprincipe leidend en sta gebruik van staalslakken en andere secundaire bouwstoffen in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden niet toe;
- Zorg voor een meldplicht in plaats van een informatieplicht zodat bevoegd gezag kan handhaven en drinkwaterbedrijven tijdig worden geïnformeerd.
Verder lezen? Vewin biedt meer informatie over dit onderwerp. Klik hiernaast om naar een gerelateerde pagina te gaan.